Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep van [de hypotheekhouder]
Onteigening Hoogveld. [2] Dat arrest betrof een beweerde pachtster van de onroerende zaak. Ik citeer het arrest:
Onteigening Hoogveldaanvaarde regel is intussen ruimer, want beperkt zich niet tot derde-belanghebbenden die bij gelegenheid van de descente verschijnen. Ook is in die regel geen beperking te lezen tot derde-belanghebbenden die in de dagvaarding
nietzijn vermeld. In plaats daarvan legt uw Raad de focus op de omstandigheid dat de derde-belanghebbende eerder geen partij in het onteigeningsgeding was en daarom in de eerste fase van dat geding ook niet in cassatie kan opkomen tegen het vonnis waarbij de vervroegde onteigening is uitgesproken.
tweedefase van het onteigeningsgeding anders is. Wat betreft de hem toekomende schadevergoeding kan hij tegen een in die tweede fase gewezen vonnis beroep in cassatie instellen ook al is hij in het geding voor de rechtbank niet als derde-belanghebbende tussengekomen. [5] Dit verschil is begrijpelijk, want in de tweede (en laatste) fase van het onteigeningsgeding is het tegelijk sparen van kool en geit uiteraard niet langer mogelijk.
Onteigening Hoogveld.Op de spoed in de eerste fase van het onteigeningsgeding behoeft niets te worden ingeleverd, terwijl de hypotheekhouder niet tekort wordt gedaan. Hij kan in de tweede fase van het onteigeningsgeding alsnog tussenkomen. Is hij in de eerste fase van het onteigeningsgeding niet tussengekomen als gevolg van een schending van het voorschrift van art. 18 lid 4 Ow Pro door de onteigenaar, dan geldt de uitzondering van art. 43 lid 1 Ow Pro op art. 3:229 BW Pro niet met betrekking tot het in het vonnis houdende vervroegde onteigening bepaalde voorschot (uiteraard voor zover dat voorschot ziet op de werkelijke waarde en de waardevermindering van het overblijvende [7] ). Komt de hypotheekhouder ook in de tweede fase van het onteigeningsgeding niet tussen en berust dit nog steeds op de omstandigheid dat geen betekening heeft plaatsgevonden, dan geldt hetzelfde met betrekking tot een eventueel toegekende schadeloosstelling die het bedrag van het voorschot te boven gaat.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
(…)’