ECLI:NL:HR:2011:BU4934
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bepaalt zekerheidstelling bij onteigening en miskent rechter onvoorwaardelijk recht op zekerheid
In deze zaak vorderde de Gemeente Hoorn vervroegde onteigening van verschillende percelen grond en stelde zij een schadeloosstelling vast voor de eigenaren, waaronder eiser c.s. en Exploitatiemaatschappij Westfriesland B.V. (EWF). De rechtbank Alkmaar sprak de onteigening uit en stelde voorschotten op schadeloosstellingen vast, maar weigerde zekerheidstelling door de Gemeente op grond van het verschil tussen de schadeloosstelling en het voorschot, omdat eiser c.s. en EWF niet hadden gereageerd op de stellingen van de Gemeente.
Eiser c.s. en EWF stelden cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Gemeente geen zekerheid hoefde te stellen. Art. 54i lid 4 van de Onteigeningswet is immers ongeclausuleerd en imperatief geformuleerd, waardoor zekerheidstelling verplicht is, tenzij de onteigende partij ondubbelzinnig afstand doet van dit recht. Het niet reageren op stellingen van de Gemeente kan niet worden gezien als afstand.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis voor zover het geen zekerheidstelling bepaalde en stelde zelf zekerheid vast voor een bedrag van € 10.223,80, te storten op een derdengeldenrekening bij een notaris. De kosten van het geding in cassatie werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Alkmaar en bepaalt zelf een zekerheidstelling van € 10.223,80 voor de schadeloosstelling bij onteigening.