Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel in het principaal beroep
onder 1.1in de eerste plaats een rechtsklacht. Volgens die klacht heeft het hof miskend dat de rechter die gebruik heeft gemaakt van de hem in art. 7:376 lid 2 BW Pro gegeven bevoegdheid om de tekortschietende pachter nog een betrekkelijk korte termijn te gunnen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen en daarna vaststelt dat de pachter niet stipt binnen de gestelde termijn alsnog is nagekomen, de tot ontbinding strekkende eis van de verpachter moet toewijzen, behoudens bijzondere omstandigheden.