Conclusie
1.Inleiding
iederetekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden,
tenzijhet maken van een uitzondering hierop gerechtvaardigd is aan de hand van de in de wet genoemde gezichtspunten? Zo niet, hoe dient deze bepaling dan te worden uitgelegd?
2.Vraag 1; ontbinding van overeenkomsten wegens tekortkoming
naar hedendaagse opvattingen (…) minder vanzelfsprekend of aansprekend [is] het slot van dit citaat waarin eenzijdig de belangen van de schuldeiser tot uitgangspunt worden genomen, waaruit dan (alsnog) – naar het zich laat aanzien zowel in termen van stelplicht en bewijslast, als materieelrechtelijk – wordt afgeleid dat in beginsel iedere tekortkoming ontbinding rechtvaardigt” (rov. 4.11 van het tussenvonnis van 13 februari 2018). Vervolgens overweegt de verwijzende rechter dat de Hoge Raad zich afkerig heeft getoond van de voorstellen om een minder eenzijdig accent te leggen op het keuzerecht en de belangen van de teleurgestelde schuldeiser (rov. 4.12 van het tussenvonnis van 13 februari 2018).
voldoende zwaarwegendetekortkoming. Ik lees in de bedoelde arresten − Wonenbreburg/ [B] [38] en [C] /Staat [39] − niet dat een dergelijke eis wordt gesteld en evenmin dat wordt afgeweken van eerdere rechtspraak. [40]