Conclusie
1.Het cassatieberoep
(plv-AG: bedoeld zal zijn: het arrondissementsparket Noord-Holland). De plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland, mr. W. Bos, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
2.De zaak
(zo begrijp ik; plv-AG)daarop een zogenoemde LED-wall bestaande uit zes LED-beeldschermen (van het merk Otron). Twee maanden later, op 19 februari 2020, wordt aangever door [betrokkene 1] gebeld met de vraag of hij wil komen helpen met het installeren/activeren van LED-schermen. Er wordt een afspraak gemaakt voor 20.00 uur ’s avonds in een bedrijfshal in Beverwijk. Achter in die hal ziet de aangever de bij hem ontvreemde LED-schermen staan. De ter plaatse geroepen politie neemt op grond van art. 94 Sv Pro de aanhanger en de zes LED-schermen in beslag en aangever [aangever] wordt door de hulpofficier van justitie op grond van art. 116 lid 4 Sv Pro aangesteld als bewaarder. Op 25 februari 2020 ontvangt de beslagene, klager [klager], van de officier van justitie een schriftelijke kennisgeving als bedoeld in art. 116 lid 3 Sv Pro. In die kennisgeving kondigt de officier van justitie aan dat hij de inbeslaggenomen voorwerpen niet aan klager/beslagene ([klager]) wil teruggegeven, maar aan de rechthebbende/aangever ([aangever]). Op 10 maart 2020 is namens klager op grond van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend tegen dit voornemen van de officier van justitie.
3.De beschikking van de raadkamer
4.De cassatiemiddelen
NJ2010/654, m.nt. P.A.M. Mevis.
In dat geval mag de rechter niet treden in de beoordeling van het klaagschrift zonder dat die belanghebbende - indien deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is - in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.” (Cursivering door mij, plv-AG).
NJ2008, 629, m.nt. J.M. Reijntjes [1] en HR 6 januari 2009, ECLI:NL:2009:BG4193.