Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
alledoor eiser gestelde schade die hij als gevolg van de uitzending en de daardoor ontwikkelde psychische klachten heeft geleden. Daarmee zou niet te rijmen zijn dat het hof ten aanzien van enkele van die gestelde schades alsnog tot het oordeel komt dat het condicio sine qua non-verband ontbreekt. [4]
allegestelde schade die mogelijk met de psychische klachten verband houdt. Het hof doelt kennelijk slechts op de medische kosten die in verband met de psychische klachten zijn gemaakt. Dit volgt reeds uit het gegeven dat het hof een uitzondering maakt voor de kosten bestaande uit het eigen risico, maar ook dat het hof het oordeel in rov. 3.12 direct laat volgen door een beoordeling in rov. 3.13 of de overige gestelde schadeposten die met de psychische klachten verband zouden houden (te weten de verhuiskosten, de kosten wegens verlies aan zelfwerkzaamheid en de kosten voor huishoudelijke hulp en verzorging) in condicio sine qua non-verband staan met de uitzending. Hieruit volgt ook dat het hof in rov. 3.12 slechts het oog heeft op de medische kosten die in verband met de psychische klachten zijn gemaakt. De klacht faalt daarom.
aantalmaar
alleschadeposten zijn aan te merken als letselschade (en dat dit aanleiding geeft tot een ruime toerekening). [6] Hoewel het hof heeft vooropgesteld dat ook de aard van de schade als gezichtspunt dient te worden meegewogen en dat in deze zaak de schade bestaat uit zowel materiële als immateriële componenten, heeft het hof niet kenbaar betrokken dat in onderhavige zaak sprake zou zijn van letselschade. Dit terwijl voor de toerekening van schade relevant is of sprake is van letselschade. Algemeen wordt aangenomen dat letselschade eerder moet worden toegerekend dan zaakschade, en dat in zo’n geval aan de voorzienbaarheid niet al te strenge eisen worden gesteld. [7] Het hof is niet ingegaan op de als essentieel aan te merken stelling van eiser dat sprake is van letselschade. [8] Het hof heeft miskend dat onder ‘aard van de schade’ ook letselschade valt en dat letselschade in beginsel aanleiding geeft voor een ruimere toerekening, zodat het oordeel van het hof hetzij getuigt van een onjuiste rechtsopvatting hetzij niet voldoende begrijpelijk is gemotiveerd. De klacht slaagt.
onderdelen 2.2-VII en 2.3bevatten slechts voortbouwklachten en behoeven geen bespreking.