Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 april 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een onrechtmatige uitzending van het televisieprogramma 'Undercover in Nederland' op SBS 6, waarin beelden van eiser met verborgen camera werden getoond zonder zijn toestemming. De uitzending suggereerde dat eiser betrokken was bij de verkoop van gestolen sloten, terwijl deze sloten feitelijk afkomstig waren uit een brandschade. Hoewel namen en gezichten onherkenbaar waren gemaakt, leidde de uitzending tot herkenning door zijn werkgever, die hem daarop non-actief stelde.
Eiser vorderde schadevergoeding voor onder meer psychische klachten, verlies van arbeidsvermogen, medische kosten en immateriële schade. De rechtbank kende een beperkte vergoeding toe, het hof verhoogde het smartengeld, maar wees andere schade toewijzing af. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met de aard van de letselschade en de toerekening daarvan volgens art. 6:98 BW Pro, met name met betrekking tot een eventuele predispositie van eiser.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van de toerekening van de schade, waarbij onder meer de psychische klachten, het verlies van arbeidsvermogen en de immateriële schade opnieuw moeten worden onderzocht. Tevens veroordeelt de Hoge Raad SBS c.s. in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling van de toerekening van letselschade.