Conclusie
Inleiding
Het eerste middel en de bespreking daarvan
Bewijsvoering hof, verklaring betrokkene ter zitting en verweer verdediging
Ontnemingsrapportage en oordeel rechtbank
€ 450,-.
2.Proces-verbaal van getuigenverhoor voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 4] ten overstaan van de rechter-commissaris op 26 oktober 2011, zakelijk weergegeven:
hof: bedoeld is de growshop [C] genoemd in bewijsmiddel 1 hiervoor). [betrokkene ] en [betrokkene 5] had ik in de growshop als werknemers. [betrokkene ] werkte als fulltimer, [betrokkene 5] als parttimer. Aan beiden werd per maand loon uitbetaald. (..).
U houdt mij voor dat de winst van de stekkenhandel voor 1/3 aan [betrokkene ] is toegerekend. U vraagt mij of dat juist is. Nee, dat is niet terecht. De stekkenhandel werd gewoon ingeboekt bij de winkel. U houdt mij voor dat ook de versnijdingswinst voor 1/3 aan, [betrokkene ] is toegerekend. Dat is ook niet terecht. Ook de versnijdingswinst werd aan de growshop toegerekend. Het werd in de boeken neergelegd onder de naam hennep houdende stoffen. U vraagt mij of de toerekening van 1/6 deel van de handelswinst aan [betrokkene ] terecht is. Dat is niet correct. De handelswinst behoorde gewoon tot me eigen.
Gekozen methode/winstverdeling
in concrete omstandigheden van het gevalheeft behaald of zou kunnen behalen" en dat de concrete methode voor de hand ligt. Het verweer ziet er juist op dat deze doelstelling via deze methode onvoldoende uit de verf komt.
verwezenwordt naar r.o. 2.1.5. in zijn algemeenheid. In deze rechtsoverweging wordt echter alleen aangegeven met zoveel woorden hoe in het veroordelend vonnis binnen de criminele organisatie de taakverdeling was. Uiteraard had de rechtbank in het vonnis van 16 oktober 2007 geen uitspraak over de winstverdeling voor ogen, maar alleen bewijs om te komen tot een veroordeling op basis van art. 140 Sr Pro. Een simpele verwijzing naar deze taak of rolverdeling is ontoereikend om te komen tot een gewogen oordeel over de verdeelsleutel van de winst. Het laat immers de mogelijkheid open dat de winstverdeling niet gelijk is aan de rolverdeling. Het is de rechtbank zelf die het uitgangspunt verwoordde
"het voordeel dat betrokkene in concrete omstandigheden van het geval heeft behaald". Een verwijzing naar de bewijsmiddelen voor de deelname aan de criminele organisatie is daartoe volstrekt onvoldoende.
“U houdt mij voor dat ik toen heb verklaard dat [betrokkene ] een salaris kreeg, een bonus aan de hand van omzet, maar dat er geen structurele winstverdeling was. U vraagt mij of dit juist is. Die verklaring is juist. Ik blijf bij mijn eerder afgelegde verklaring.
U houdt mij voor dat de winst van de stekkenhandel voor 1/3 aan [betrokkene ] is toegerekend. U vraagt mij of dat juist is. Nee, dat is niet terecht. De stekkenhandel werd gewoon ingeboekt bij de winkel. U houdt mij voor dat ook de versnijdingswinst voor 1/3 aan [betrokkene ] is toegerekend. Dat is ook niet terecht. Ook de versnijdingswinst werd aan de growshop toegerekend. Het werd in de boeken neergelegd onder de naam hennep houdende stoffen. U vraagt mij of de toerekening van 1/6 deel van de handelswinst aan [betrokkene ] terecht is. Dat is niet correct. De handelswinst behoorde gewoon tot me eigen.”
" [betrokkene ] heeft bij mijn weten niets gekregen van de in- verkoop van goederen bij de growshop. Ik heb dit van zowel van [betrokkene ] gehoord als van [betrokkene 4] ”.
• is er van meet af aan verzocht om een methode die aantoont hoeveel [betrokkene ] zelf als voordeel heeft genoten,
• is er zoveel mogelijk inzicht gegeven in zijn financiën over de periode,
• heeft het onderzoekteam geen enkel inzicht in de verdelingssleutel gekregen, volgens de verdediging simpelweg omdat die er niet was,
• [betrokkene ] roept in herinnering dat de growshop destijds was opgezet als een bedrijf waarbij hij werknemer was. Dat de Rechtbank het -kort gezegd- heeft geoordeeld een criminele organisatie te zijn, verandert de aard van de verhoudingen onderling niet. Werknemers delen niet gelijkwaardig in de bedrijfswinst zoals de ondernemer dat doet.”
Bespreking van het middel
NJ2018/132 aan:
iedervan hen wederrechtelijk genoten voordeel. Die verklaringen houden immers, aldus het verweer van de verdediging, elk afzonderlijk in, en stemmen op dat punt met elkaar overeen, dat er tussen hen geen sprake was van een structurele winstverdeling, maar dat de betrokkene en [betrokkene 5] van [betrokkene 4] een ‘salaris’ kregen. Welnu, daarover heeft de betrokkene tegenover de rechter-commissaris een verklaring afgelegd met als inhoud dat hij feitelijk een weekgeld van € 400 tot € 500 ontving (bewijsmiddel 4). Ter ’s hofs terechtzitting heeft de betrokkene herhaald dat hij inkomsten uit loondienst ontving van de growshop en dat het voordeel dat hij heeft behaald daaraan gelijk is. Dat de verdediging in het gevoerde verweer deze bedragen buiten beschouwing heeft gelaten toen zij aan de verklaringen van het genoemde drietal refereerde, laat onverlet dat de betrokkene wel degelijk heeft verklaard dat zijn wekelijkse inkomsten toen tussen € 400 en € 500 bedroegen. Het oordeel van het hof over de wekelijkse inkomsten van de betrokkene in de bewezenverklaarde periode en in de extrapolatieperiode en ’s hofs berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van de betrokkene, wijkt in dit opzicht niet af van de verklaring van de betrokkene en het door de verdediging gevoerde verweer.