Conclusie
Nummer21/01333
Inleiding
De bewezenverklaring en de bewijsvoering
zijnbereik te hebben gebracht door de verzegeling van de meterkast te verbreken en vervolgens een extra kabel aan te leggen;
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het telen en aanwezig hebben van ongeveer 249 hennepplanten in een flatwoning te Delft, alsmede diefstal van elektriciteit en een watermeter. Het hof baseerde zijn oordeel op onder meer het aantreffen van de hennepkwekerij, persoonlijke eigendommen en post van de verdachte in de woning, DNA-sporen op peuken en een blikje, en het huurcontract op naam van de verdachte.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de bewijsvoering onvoldoende was om het zelfstandig telen en aanwezig hebben van hennep aan de verdachte toe te rekenen, en dat de betrokkenheid bij de diefstal van elektriciteit en watermeter niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte met enige regelmaat in de woning verbleef en dat de aangetroffen DNA-sporen als dadersporen konden worden aangemerkt, aangezien het alternatieve scenario van onderverhuur aan een niet te traceren derde onvoldoende aannemelijk was.
Ten aanzien van de diefstal van elektriciteit en watermeter bevestigde de Hoge Raad de motivering van het hof dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze diefstallen, gelet op de illegale aansluiting en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor hulp van derden. De middelen falen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling voor hennepteelt en diefstal blijft in stand.