Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Bewijsoverweging subsidiair tenlastegelegde
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het onvoldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een gevaarlijk dier, namelijk een hond die een bezoeker in zijn woning had gebeten. De hond, een kruising tussen Pitbull en Stafford, liep zonder muilkorf los in de woning en had eerder al agressief gedrag vertoond.
De aangeefster was tegen de wil van de verdachte in diens woning aanwezig toen de hond haar aanviel en ernstig verwondde. Ondanks pogingen van de verdachte om de hond los te krijgen, slaagde hij er niet in tijdig controle over het dier te krijgen. Het hof oordeelde dat de verdachte wist dat zijn hond gevaarlijk was en dat hij extra voorzorgsmaatregelen had moeten nemen, ook binnen zijn eigen woning.
In het cassatieberoep werd betoogd dat de hond in een noodweersituatie had gehandeld en dat de verdachte geen voorzorgsmaatregelen had kunnen treffen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de verantwoordelijkheid van de hoeder ook geldt in een niet-publieke ruimte zoals een woning. Het middel faalde en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens onvoldoende zorg voor het onschadelijk houden van een gevaarlijke hond wordt gehandhaafd.