Conclusie
Nummer21/05059
Inleiding
Het middel
Standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van diefstal met braak, waarbij hij samen met medeverdachten een woning binnenging en goederen wegnam. De verdachte reed als bestuurder mee, stond op uitkijk, had telefonisch contact met de inbrekers en probeerde na de inbraak de buit te verbergen.
De verdediging stelde dat het aandeel van verdachte slechts medeplichtigheid betrof, omdat hij geen deel in de buit had maar slechts een vergoeding ontving. Ook werd aangevoerd dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom sprake zou zijn van medeplegen in plaats van medeplichtigheid.
De Hoge Raad overwoog dat medeplegen vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking met een bijdrage van voldoende gewicht. Het hof had uitgebreid gemotiveerd dat verdachte en medeverdachten handelden volgens een gezamenlijk plan, met taakverdeling, gezamenlijke voorbereiding, uitvoering en afhandeling. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de bewezenverklaring van medeplegen.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedetailleerde motivering bij medeplegen, vooral wanneer gedragingen ook kunnen duiden op medeplichtigheid. De nauwe samenwerking, aanwezigheid op belangrijke momenten, en de rol van verdachte vóór, tijdens en na de inbraak waren doorslaggevend.
De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering en wees het beroep af, waarmee de veroordeling van verdachte voor medeplegen onverminderd blijft staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van diefstal met braak blijft in stand.