Conclusie
1.Feiten en procesverloop
betrokkene) een zorgmachtiging verleend voor het tijdvak tot en met 22 februari 2022, voor tien vormen van verplichte zorg, waaronder “
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening” (art. 3:2 lid Pro 2, onder a, Wvggz).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Het voorgaande brengt mee dat bij een verzoekschrift tot wijziging van een zorgmachtiging – naast de in art. 8:12 lid 3 Wvggz Pro vermelde stukken – de bestaande zorgmachtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen dienen te worden overgelegd, voorzien van een actualisering daarvan met het oog op de vormen van verplichte zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet. Dit betekent dat ook een aanvullende medische verklaring nodig is van een psychiater die voldoet aan de in art. 5:7 Wvggz Pro genoemde voorwaarden, tenzij de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is en mede betrekking heeft op de aanvullende vormen van zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet. Aldus is gewaarborgd dat de rechter ten aanzien van de aanvullend verzochte vormen van verplichte zorg kan beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid als bedoeld in de art. 2:2, 3:3 en 3:4, onder b-e, Wvggz (vgl. art. 6:4 lid 1 Wvggz Pro).”
Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz Pro in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz Pro en art. 6:4 Wvggz Pro, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit.
Opmerking verdient nog dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld, de verklaring kan actualiseren als zij niet meer actueel is. Dat kan ook tijdens de mondelinge behandeling. Die actualisering moet zodanig concreet zijn dat de rechter daaruit kan afleiden dat de psychiater zich een oordeel heeft gevormd over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene. (…)”
andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’, als bedoeld in lid 2 onder a. De daar genoemde vorm van verplichte zorg was opgenomen in de zorgmachtiging die op 22 februari 2021 is verleend. Uit de beschikking van de rechtbank Amsterdam blijkt niet dat daarbij enige beperking is aangebracht in de soort van behandelingen en maatregelen die ten aanzien van betrokkene mogen worden toegepast. Niettemin valt te begrijpen dat de zorgverantwoordelijke en de geneesheer-directeur in dit geval zekerheid wilden dat de behandelaar ten aanzien van betrokkene mocht overgaan tot behandeling door middel van ECT en daarom een aanvulling (feitelijk: een specificering) van de verleende zorgmachtiging hebben gevraagd.
het zorgplan van 1 februari 2021, met aanvullingen”. Aanvullingen heb ik evenwel in het digitale dossier niet aangetroffen.
tenzijde oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is en mede betrekking heeft op de aanvullende vormen van zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet. Het verzoekschrift dat heeft geleid tot deze zorgmachtiging is blijkens de beschikking van 22 februari 2021 bij de rechtbank Amsterdam ingediend op 5 februari 2021. Tussen deze datum en de datum van de bestreden beschikking zijn bijna zeven en een halve maand verstreken. Gelet op dit tijdsverloop kon er niet van worden uitgegaan dat de medische verklaring op 16 september 2021 nog als ‘actueel’ kon worden aangemerkt. Daarnaast kan niet worden achterhaald of die verklaring mede betrekking had op de aanvullende vormen van zorg waarop het wijzigingsverzoek van 14 september 2021 zag. Uit het zorgplan dat op 1 februari 2021 is opgesteld blijkt weliswaar dat de mogelijkheid van ECT-behandeling ook toen al onder ogen is gezien, [13] maar dat volstaat niet, reeds omdat de zorgverantwoordelijke niet kan worden aangemerkt als een
onafhankelijkepsychiater. Wat daar verder ook van zij, ook de medische verklaring die ten grondslag lag aan de zorgmachtiging van 22 februari 2021 is
nietals bijlage overgelegd bij het verzoekschrift van 14 september 2021.
De curator heeft ter zitting kenbaar gemaakt achter de behandeling te staan”. Dit is niet meer dan een feitelijke constatering. [14] Uit niets blijkt dat de rechtbank bij de beoordeling van het verzoek van de officier van justitie betekenis heeft toegekend aan de mening van de curator. De rechtbank overweegt in rov. 2.6 dat met de voorgestelde wijziging is voldaan “
aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz”. Dit is de aan te leggen maatstaf. Het standpunt van de curator van betrokkene heeft op het gegeven oordeel geen invloed (gehad).
een gedegen nadere motivering” had mogen passeren. De rechtbank heeft (ook in dit opzicht) niet kunnen vaststellen of is voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid, aldus de klacht.
omdat er nog alternatieve behandelopties mogelijk zijn”. [15] De rechtbank heeft het verzoek gemotiveerd afgewezen (zie rov. 2.5, geciteerd hiervoor in 1.6). Daarbij heeft de rechtbank getoetst aan de door het onderdeel genoemde fundamentele beginselen. Het komt mij daarom voor dat de klacht feitelijke grondslag mist.