De zaak betreft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een Medion computerkast en een Apple iPad, die in beslag waren genomen in verband met strafbare feiten waaronder afdreiging, verkrachting en computervredebreuk. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had de vordering toegewezen op grond dat de computerkast en iPad waren gebruikt bij de strafbare feiten.
De belanghebbende stelde in cassatie dat onvoldoende was gemotiveerd dat deze goederen daadwerkelijk waren gebruikt bij de strafbare feiten. De Hoge Raad constateerde dat de rechtbank onvoldoende had vastgesteld dat de iPad en computerkast daadwerkelijk waren gebruikt bij of met betrekking tot de strafbare feiten. De iPad was niet uitgelezen en er was geen bewijs dat er strafbaar materiaal op stond of dat de belanghebbende toegang had tot een back-up.
Ook voor de computerkast ontbrak een directe link met de bewezenverklaarde feiten, anders dan met een andere laptop waarop TeamViewer was geïnstalleerd. Het enkele feit dat met deze apparaten toegang tot cloudopslag mogelijk is, is onvoldoende om onttrekking te rechtvaardigen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor een nieuwe beoordeling. De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat een redelijke motivering vereist is om aan te tonen dat de voorwerpen daadwerkelijk zijn gebruikt bij strafbare feiten.