Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 mei 2021.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een Medion computerkast en een Apple iPad die in beslag waren genomen bij de veroordeelde. De veroordeelde was onherroepelijk veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder afdreiging, verkrachting, computervredebreuk en het opzettelijk wissen van gegevens.
Het hof had de vordering van de officier van justitie toegewezen en de genoemde voorwerpen onttrokken aan het verkeer, stellende dat deze voorwerpen een gezamenlijkheid vormden waarmee strafbare feiten waren begaan en waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd was met het algemeen belang. De belanghebbende stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet toereikend had gemotiveerd waarom juist de computerkast en iPad tot deze gezamenlijkheid behoorden en waarom het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd zou zijn met het algemeen belang. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofbesluit voor zover het deze voorwerpen betrof en verwees de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor een nieuwe beoordeling.
De overige onderdelen van het beroep werden verworpen, waarmee het arrest van het hof in zoverre stand bleef. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de onttrekking van de computerkast en iPad wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.