Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Exploitatie-overeenkomst Stationsfietsenstalling’. Hiermee huurde [betrokkene 1] de stationsfietsenstalling te Gouda met bijbehorende ruimten. Hij beheerde de stalling en verkreeg het recht om in het verhuurde voor eigen rekening en risico fietsen te verkopen, te repareren en te verhuren. Hiervoor zijn vergoedingen overeengekomen, waaronder een jaarlijks door Servex aan [betrokkene 1] verschuldigde vergoeding voor de kosten van de exploitatie van (uitsluitend) het stallingsgedeelte met stallingsactiviteiten.
payroll-constructie wil uitbesteden aan een derde, de Stichting Rataplan. Fietspoint stelde dat zij groot belang heeft bij het voortzetten van de overeenkomst: zij heeft een lokale klantenkring opgebouwd, zij is jegens klanten langjarige garantieverplichtingen aangegaan en zij heeft geïnvesteerd in goodwill van haar onderneming. [6]
belang en dringend eigen gebruik bij NS Fiets
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in ieder gevaltoe indien zich een van de gronden voordoet als omschreven in art. 7:296, lid 1 onder a en/of b, BW. Zo ja, dan is er geen ruimte meer voor een nadere afweging. [11] In dit geval gaat het om de opzeggingsgrond die genoemd is in lid 1 onder b, namelijk: dat de verhuurder aannemelijk maakt dat hij (…) het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en hij daartoe het verhuurde dringend nodig heeft. [12] Het gebruik van het woord ‘persoonlijk’ betekent in dit verband niet dat een
rechtspersoon (een niet natuurlijke persoon) als verhuurder geen beroep zou kunnen doen op art. 7:296, lid 1 onder b, BW. Persoonlijk in duurzaam gebruik nemen kan, onder bepaalde omstandigheden, ook gevallen omvatten waarin de rechtspersoon-verhuurder het verhuurde wil laten gebruiken door een ander (bijvoorbeeld door een zuster- of dochteronderneming). [13]
Middelonderdeel Iis gericht tegen dat oordeel. De klacht onder I-A, gericht tegen rov. 6.7, heeft voornamelijk betrekking op het aspect ‘dringend nodig hebben’. De klacht onder I-B, gericht tegen rov. 6.8, ziet op het oordeel dat NS Fiets wezenlijk belang heeft bij het in eigen gebruik nemen van het verhuurde.
in de eerste plaatsin dat de redengeving onbegrijpelijk is, nu Fietspoint deze stellingen van NS Fiets gemotiveerd heeft weersproken. Fietspoint wijst erop dat zij in hoger beroep had aangevoerd:
in het algemeenhet gebruik van de fiets voor het verkeer van en naar stations groeit, volgt niet zonder meer dat
in Goudaeen tekort aan stallingsplaatsen dreigt. Evenmin kan uit de constatering dat in Nederland (te) grote verschillen tussen de stationsfietsenstallingen bestaan, op een voor de lezer begrijpelijke wijze worden afgeleid dat
in Gouda(de kwaliteit van) de fietsenstalling achterblijft bij de norm die NS Fiets voor ogen heeft. Dit wordt, volgens de klacht, niet anders door de vaststelling dat NS Fiets in concept een overeenkomst heeft met de gemeente Gouda, op grond waarvan de reizigers telkens gedurende de eerste 24 uur hun fiets gratis kunnen stallen. Ook het definitief worden van een concept-overeenkomst vestigt nog geen ‘wezenlijk’ belang van de verhuurder bij het beëindigen van de bestaande overeenkomst.
wezenlijkbelang hebben bij het beëindigen van de huurovereenkomst.
huidigesituatie te Gouda ongeveer de helft van de plaatsen in de stationsfietsenstalling onbezet is.
ten tijde van de beoordeling door de rechter. [21] De stelling van Fietspoint dat er, gelet op de coronacrisis, minder reizigersvervoer is en dat daarom de wens van NS Fiets om de stallingsmogelijkheden uit te breiden niet langer actueel was toen het hof de vordering beoordeelde, staat niet in de weg aan de beslissing van het hof. De inschatting van mogelijke effecten (op de korte en middellange termijn) van de coronavirus-problematiek op de te verwachten aantallen gebruikers van de fietsenstalling komt toe aan de rechter die over de feiten oordeelt. Op dit punt behoefde het oordeel van het hof geen nadere motivering om voor de lezer begrijpelijk te zijn.
alleomstandigheden van het geval, waaronder omstandigheden die tijdens de procedure zijn gewijzigd.
tijdstipwaarop de reorganisatie van de fietsenstallingen zou moeten worden gerealiseerd. Fietspoint stelt − mijns inziens terecht − voorop dat de in art. 7:296, lid 1 onder b, BW verankerde eis van dringendheid tot uitdrukking brengt dat de verhuurder
wezenlijkbelang moet hebben om het verhuurde persoonlijk in gebruik te nemen. [23]
dringendeigen gebruik brengt niet zozeer een bepaalde mate van urgentie tot uitdrukking. Het brengt veeleer tot uitdrukking dat sprake moet zijn van een wezenlijk belang van de verhuurder om de verhuurde ruimte persoonlijk in gebruik te nemen. In de stellingname van NS Fiets is 2030 niet het jaar waarin wordt begonnen met invoering van het nieuwe model in een of meer stallingen, maar het jaar waarin het Businessplan in het gehele land moet zijn doorgevoerd. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat de fietsenstalling te Gouda slechts één van de talrijke stallingen is die NS Fiets in eigen gebruik wil nemen. Indien een huurovereenkomst met betrekking tot een stalling kort geleden is aangegaan of voor de eerste maal verlengd, moet NS Fiets (in beginsel) een aantal jaren wachten voordat zij de huur kan opzeggen (zie art. 7:292 lid 2 BW Pro). Daarna kan nog een tijdrovende ontruimingsprocedure volgen. Tegen het tijdstip waarop NS Fiets de lopende overeenkomsten met alle exploitanten/huurders van stallingen heeft beëindigd en deze stallingen zijn ontruimd, komt het jaar 2030 al in zicht. Zo opgevat, kon het hof zonder miskenning van de wettelijke maatstaf tot het oordeel komen dat NS Fiets in 2021 reeds voldoende wezenlijk belang heeft om het verhuurde te Gouda persoonlijk in gebruik te nemen. Onbegrijpelijk is dat oordeel niet, waarbij ik aanteken dat Fietspoint niet heeft aangeboden met zekerheid (bijvoorbeeld op basis van een beëindigingsovereenkomst) het verhuurde te verlaten op een in de nabije toekomst gelegen datum. Het argument dat in Gouda nu slechts de helft van de stallingsplaatsen bezet is, maakt – zoals gezegd – niet dat NS Fiets geen wezenlijk belang kan hebben bij een reorganisatie om de fietsen die nu op straat worden gestald, met de formule “de eerste 24 uur gratis” de stationsfietsenstalling in te lokken. De slotsom is dat de klachten onder I-A geen doel treffen.
op zichzelfniet in de weg te staan aan het oordeel dat de verhuurder het verhuurde dringend nodig heeft. Dit kan anders zijn indien van de verhuurder
kan worden gevergddat hij de geboden alternatieve mogelijkheid benut. Het ligt in beginsel op de weg van de huurder om dit laatste te stellen en aannemelijk te maken. [30] Fietspoint heeft ter zitting in hoger beroep de mogelijkheid van
franchisegenoemd. In de overwegingen van het hof ligt besloten dat het hof dit standpunt, dat Fietspunt niet nader had uitgewerkt, heeft verworpen. [31] Zoals het hof in rov. 6.8 aangeeft, wil NS Fiets in het gehuurde de stallingsruimte uitbreiden ten koste van de ruimte voor commerciële activiteiten: daarbij past dat er alleen nog ruimte is voor eenvoudige reparaties en hulp aan reizigers door via de Stichting Rataplan aan NS Fiets ter beschikking gesteld personeel. Daartegenover wil Fietspoint haar huidige commerciële activiteiten in het verhuurde voortzetten (waaronder de verkoop van fietsen en reparatiewerkzaamheden aan e-bikes door daarin gespecialiseerde monteurs).