II.
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsmotivering
3. Ten behoeve van de bespreking van het derde en het vierde middel geef ik hieronder de bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsmotivering van het hof weer. Daarin komen ook passages voor die relevant zijn voor de bespreking van het vijfde middel.
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“zij omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot en met 1 januari 2011 te Amsterdam en Alkmaar,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een ander, te weten [benadeelde] ,
door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie
heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde] (sub 1)
en
voornoemde [benadeelde] heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk die [benadeelde] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3)
en
onder de voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan zij, verdachte, en/haar mededaders wisten dat die [benadeelde] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden) (sub 4)
en
opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [benadeelde] (sub 6)
en
die [benadeelde] met een of meer van de voornoemde middelen heeft bewogen haar, verdachte, en haar mededader te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [benadeelde] met of voor een derde, (sub 9)
immers heeft zij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) ten aanzien van die [benadeelde] (terwijl zij wist dat die [benadeelde] in Nederland geen familie had en in Nederland niemand had om op terug te vallen en die [benadeelde] de Nederlandse taal niet sprak)
- die [benadeelde] in Nederland gehuisvest en in een woning ondergebracht waarin zij, verdachte, en haar mededader, ook woonden en
- een werkplek voor die [benadeelde] in Alkmaar geregeld en
- die [benadeelde] instructies gegeven hoe te werken als prostituee en
- die [benadeelde] gezegd dat zij zonder gebruik van een condoom meer geld zou verdienen en
- die [benadeelde] gezegd dat zij 50% van haar verdiensten moest afstaan aan haar, verdachte, en/of haar mededader en
- die [benadeelde] gezegd dat zij een schuld aan haar, verdachte, en haar mededader had in verband met haar reis naar Nederland en haar verblijf in Nederland en dat zij die schuld moest afbetalen door in de prostitutie te gaan werken en
- die [benadeelde] telkens bewogen haar verdiensten (geheel of gedeeltelijk) aan haar, verdachte, en aan haar mededader af te staan en
- die [benadeelde] tijdens haar werkzaamheden gecontroleerd en
- tegen die [benadeelde] geschreeuwd telkens als zij niet genoeg geld had verdiend en
- die [benadeelde] bewogen een geldbedrag van EUR 5.000,- te betalen om niet meer voor verdachte en een ander te hoeven werken in de prostitutie.”
5. Over de gebezigde bewijsmiddelen zegt het hof in het bestreden arrest het volgende:
“
Bewijsmiddelen
1. Het hof neemt over de bewijsmiddelen zoals vermeld in het vonnis waarvan beroep onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7.
2. De ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
De aangeefster [benadeelde] gaf mij geld voor huur, vaste lasten, boodschappen en dergelijke. Zij is bij mij langsgegaan toen ik achter de ramen stond om het geld te brengen waarmee zij weg kon gaan. Zij heeft mij in totaal € 5.000,- gegeven. Toen zij naar Nederland was gekomen, vertelde de aangeefster [benadeelde] mij dat haar vader ziek was en dat haar thuissituatie niet goed was; anders was zij niet naar Nederland vertrokken. Ze had tegen mij gezegd dat zij niet terug kon naar Roemenië, omdat zij daar niets meer had.
6. De daarin vermelde bewijsmiddelen met nummers 1 tot en met 7 die door de rechtbank in eerste aanleg zijn gebezigd, houden in:
“
1. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte (als getuige) van 31 augustus 2017 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank (ongenummerd).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
ik heb een relatie gehad met [betrokkene 1] gedurende zes à zeven jaar. De relatie is geëindigd na het overlijden van mijn vader in 2012.
[benadeelde] legde haar geld altijd op de tafel.
Als [betrokkene 1] wakker was pakte hij dat geld. Hij vroeg steeds aan mij hoeveel zij verdiende.
Ik ken [betrokkene 2] via [betrokkene 1] .
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2014124849 van 2 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pag. Z02 02 0032 ev.).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Een paar dagen voordat [benadeelde] naar hier is gekomen heeft [betrokkene 1] mij verteld dat er een vriendin zou komen die samen met [betrokkene 2] zou komen. Ze zouden met het vliegtuig komen.
[betrokkene 1] heeft tegen haar verteld dat zij net zo zou gaan werken net als ik. Dat ging om prostitutie in het Red Light district.
[betrokkene 2] had de tickets gekocht en hij had alles geregeld. Ze komen namelijk uit dezelfde stad. Ze hadden al afgesproken met z’n allen. Ik wist al een paar dagen dat ze zouden komen.
Ik moest haar alles uitleggen wat ze moet gaan doen.
[betrokkene 1] vertelde bij de komst van [benadeelde] aan haar wat ze moest doen en hoeveel geld ze aan hem moest gaan geven. [betrokkene 1] zei ook dat ze hem nooit moest bellen, dat ze niet aan de politie mocht vertellen dat zij geld aan hem moest gaan geven want anders zou zij problemen krijgen met [betrokkene 1] .
Twee dagen voordat [benadeelde] naar Nederland kwam moest ik tegen haar zeggen dat zij niet bang moest zijn om in de vitrine te werken. [benadeelde] moest achter het raam werken zoals ik dat deed.
[betrokkene 2] en [betrokkene 1] kennen elkaar van dezelfde stad. Dat was [plaats] en zijn vrienden. Wat ik er van gehoord heb, toen ze via de telefoon met elkaar spraken, dat [betrokkene 2] , [benadeelde] mee zou nemen naar Nederland.
Dat was volgens mij het begin van 2011, of eind 2010. Ik kan mij nog herinneren dat het heel koud was en dat [benadeelde] te weinig kleding aan had.
Ze moest als prostituee werken. Net als ik. Ze moest de helft van het geld dat zij ging verdienen aan [betrokkene 1] betalen. Ik was er namelijk bij toen hij dat aan haar vertelde.
[betrokkene 1] legde aan [benadeelde] uit dat ik met haar mee zou gaan naar al die instanties. Ze werd ingeschreven bij de gemeente op het adres. Ik heb samen met haar een bankrekening geopend. Ik moest dat allemaal aan haar uitleggen en precies zo doen zoals ik het voor mij zelf heb moeten doen.
Ik was mee met [benadeelde] naar Alkmaar. Ik zat in de auto samen met [betrokkene 1] . Ik moest [benadeelde] het huurcontract geven en we moesten samen een kamer regelen. Zij sprak geen woord Engels. We waren samen bij het kamer verhuur bedrijf in Alkmaar en [betrokkene 1] wachtte in de auto. Zij kreeg een kamer en moest daar gaan werken.
Ik had alles voor haar op een briefje geschreven. We waren eerder thuis en we zaten aan tafel en [betrokkene 1] zei tegen mij, dat ik aan haar moest gaan vertellen wat ik precies deed. Hoe zij met de klanten moest werken. Ik moest dat gewoon aan haar vertellen hoe ze dat doet op de manier zoals vrouwen elkaar dat uitleggen.
Als [benadeelde] klaar was met het werk en zij weer terug was in de woning in [plaats] , dan legde zij haar geld op tafel en hij pakte het dan van haar af.
Ik heb aan [benadeelde] verteld wat ik betaalde voor deel aan de huur. Dus ik vroeg haar deel voor de huur, water, gas en het eten enzovoort. Ze betaalde dat ook.
Van het geld dat ze overhield, dus de andere 50%, moest zij de huur etc. betalen.
[betrokkene 1] zei tegen haar: “Jij ( [benadeelde] ) gaat het geld op tafel leggen en als ik ( [betrokkene 1] ) er niet ben dan geef jij het aan haar ( [verdachte] )”.
[betrokkene 1] heeft [benadeelde] gebeld vanuit Roemenië en verteld dat als zij vrij wilde leven in Nederland hij dat bedrag aan hem moest gaan betalen. Ik was erbij dat zij dat geld bij mij kwam brengen want [betrokkene 1] was toen in Roemenië. Ze heeft dit geld niet in 1 x gebracht er kwam elke keer een klein beetje. Ze kwam dus steeds dat geld bij mij brengen. Toen het bij elkaar was die € 5000, - heb ik hem gebeld dat het geld compleet was.
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 27 november 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 3] (doorgenummerde pag. Z01 03 0001 ev.).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [benadeelde] , zakelijk weergegeven:
Ik kende thuis iemand die hen kende, een koppel [verdachte] en een man [betrokkene 1] (fonetisch). De echte naam van [betrokkene 1] . Ik praatte met die man die dat stel kende en hij vroeg of ik aan deze baan had gedacht en of ik het wilde doen. Na een jaar denken, dacht ik, ik kan het proberen als het niet lukt ga ik naar huis. In Roemenië heb ik dit werk niet gedaan. Ik werkte daar in een supermarkt. Een andere vriend van [betrokkene 1] was in Roemenië en hij heeft voor mij een vliegticket naar hier, Nederland, gekocht. Ik kwam samen met hem. Ik was hier op 15 februari 2010. Deze vriend heette [betrokkene 2] .
Ik ben begonnen in Alkmaar en heb daar voor 3 weken gewerkt. [verdachte] ging met mij mee [verdachte] had alle papieren geregeld om aan het werk te gaan. Als ik ziek was ging ik naar huis. Dan werd [verdachte] boos en begon ze tegen me te schreeuwen dat ik niet genoeg verdiende. Doordat zij tegen mij ging schreeuwen deed ik wat zij wilde. Als zij het ergens niet mee eens was dan ging ze schreeuwen.
Ik wil nog iets toevoegen over de 10.000 euro die ik heb betaald om voor mezelf te gaan werken. Ik heb 5.000 euro de eerste keer betaald. De andere 5.000 euro heb ik in delen betaald aan [betrokkene 1] . Ik denk dat [verdachte] helemaal niets weet van deze tweede 5.000 euro.
4. Een proces-verbaal van verhoor aangever van 25 februari 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] (doorgenummerde pag. Z01 03 0010 ev.).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [benadeelde] , zakelijk weergegeven:
Ze hebben me geholpen met de documenten en de plek om te verblijven. Maar ik moest 50% van mijn inkomen afstaan.
Als ik me goed herinner, kwam ik op dinsdag aan en ben ik een week later gestart met werken.
Registratie voor het huis, de KvK, de bank, verzekering, dat moest worden geregeld.
Ik ging met [verdachte] naar de KvK en zij hielp mij. Dat was in Amsterdam.
Ik ging met [verdachte] naar het loket. Ze zat samen met mij aan tafel.
Ik begon een paar weken in Alkmaar. [verdachte] liet mij het kantoor zien.
Ze zeiden dat het in Alkmaar rustiger was. Amsterdam is drukker. Zo kon ik eraan gewend raken.
Toen ik in Alkmaar werkte, vroeg ze me al het geld te geven wat ik verdiend had. Tot ik genoeg had voor het ticket en voor andere zaken. En de eerste keer had ze mijn kamer betaald.
In het begin woonden we in een studio. Heel kort. Toen kregen we een andere huis. En daarom moest ik al mijn geld geven want een nieuw huis is duur. Toen we naar het nieuwe huis gingen en ik in Amsterdam ging werken, toen zijn we op die 50/50 basis verder gegaan. En van die 50% betaalde ik de helft van de huur en de rekeningen.
Ik sprak met [betrokkene 2] toen ik in Roemenië was en ik vroeg hem hoe lang het zou duren voor ik alles zou hebben terug betaald. Hij zei een poosje. Voor een ticket en wat andere dingen. Maar je bent een pienter meisje dus daarna kun je zelfstandig verder gaan. Toen ik begon heeft [verdachte] gezegd dat ik alles moest overhandigen.
Het was niet fijn dat ik de eerste weken alles moest afdragen, maar ik had geen andere keuze.
Ik was alleen en een beetje bang. Ik heb geaccepteerd wat ze me vroegen.
Ik heb wel eens ruzie gehad. Over geld. Heel vaak dat ik niet genoeg verdiende. En ze zei dat ik met andere meisjes over haar sprak. En ze stond me niet toe om ergens heen te gaan.
Op kerstavond ben ik uitgegaan. Ze belde me wel 20 keer. Ze was toen in Roemenië. Ze schreeuwde toen tegen me hoe ik dat durfde om uit te gaan. Ze zei iets van “je wordt nu slimmer bitch”. Na een paar dagen zou ze terug komen naar Amsterdam zei ze, en ik zou dan wel zien wat er zou gebeuren.
Eind maart, begin april 2010 ben ik in Amsterdam gaan werken. Omdat ze zeiden dat ik daar meer geld kon verdienen.
Als [verdachte] wakker was dan gaf ik het geld aan haar. En als ze sliep was er een potje in de keuken en daar deed ik het geld dan in. De helft dus.
In die anderhalf jaar bij hun heb ik meer gehuild dan in de rest van mijn even. Zelfs 1000 euro vond ze te weinig.
Ik heb geprobeerd een keer te vertrekken, maar als ik niet bij ze wilde blijven moest ik naar huis gaan.
Ik dacht met oudjaar, of een feestdag. Ik had 1000 euro gemaakt. Maar [verdachte] begint te schreeuwen dat het te weinig was. [betrokkene 1] was in de andere kamer en zei dat ze het tegen hem zou zeggen. Ze ging toen naar de andere kamer. Ik hoorde toen [betrokkene 1] tegen [verdachte] zeggen dat ze er tevreden mee moest zijn.
Er is een auto gekocht waaraan ik heb meebetaald. De helft. 1000 of 2000 euro.
Het agentschap en de huur en de eerste maand moest worden betaald. Ze zeiden dat het 6000 euro was en ik moest 3000 betalen. Later vond ik uit dat het huis 4500 euro was.
Ze gaven altijd dezelfde reden waarom ik moest betalen. Omdat ze mij geholpen hadden. Maar dat vind ik geen goede reden als je helpt, alleen maar voor het geld.
[betrokkene 1] werkte niet.
5. Een proces-verbaal van verhoor van getuige van 31 maart 2016 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank (ongenummerd).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de getuige [benadeelde] , zakelijk weergegeven:
[verdachte] belde mij vaak op hoe het ging en ze vertelde wat ik moest doen en hoe. Toen ik hier naar toe kwam heeft zij uitgelegd hoe ik dingen moest doen. Zo heeft zij ook gezegd dat zonder condoom meer geld opleverde.
Ik heb [betrokkene 2] één keer in Roemenië ontmoet en daarna ben ik snel naar Nederland gekomen. U vraagt aan mij of [betrokkene 1] tegen mij heeft gezegd dat ik 50% moest afstaan. Toen ik in Nederland aankwam is dat tegen mij gezegd in de kamer waar ik toen was. In die kamer waren [betrokkene 1] en [verdachte] aanwezig. Het was in een klein appartement in een klein straatje bij [...] . [betrokkene 1] praatte er over en wist ook wel dat ik geld af moest staan. In de ochtend als ik thuiskwam en de helft af moest staan was hij daar vaak bij als ik het geld gaf aan [verdachte] .
Het geld moest in het theepotje worden gelegd in de periode dat er ook anderen in de woning woonden. Dat heeft [verdachte] tegen mij gezegd.
De laatste keer dat ik [betrokkene 1] sprak zei ik dat ik weg wilde gaan en ik daarom 10.000 euro wilde geven. Ik heb aangegeven dat ik weg wilde gaan. Beiden zeiden dat ik dan maar moest inpakken en niet langer kon blijven. Ik heb zelf 10.000 euro voorgesteld zodat ik weg kon gaan. Anders moest ik nog twee of drie jaar langer blijven en ik trok het niet meer.
Alle acht stortingen naar de rekening van [betrokkene 1] zijn door [verdachte] gedaan. Dat geld had ze zelf had verdiend of het was afkomstig van mijn geld dat ik aan haar had gegeven.
Ik heb geprobeerd gewoon te vertrekken. Er was een grote ruzie, kort voor of kort na Kerst en toen ben ik vertrokken, Ik ben teruggekomen en heb een gesprek gehad en ik heb toen gezegd dat ik voorgoed zou vertrekken. Ze zeiden dat als ik dat deed ze het voor mij onmogelijk zouden maken om in [plaats] te verblijven. Dat zeiden [betrokkene 1] en [verdachte] beiden.
Ik wil ook nog wel vertellen dat toen het onderling nog goed was met haar zij tegen mij vertelde dat als zij terug zouden gaan naar Roemenië ik dan ook moest vertrekken en mee terug moest gaan naar Roemenië. U vraagt mij hoe ze dat dan zouden kunnen doen. Dat zou ik niet weten. Ik was wel bang. Misschien zouden ze bij het kamerverhuurbedrijf iets slechts over mij vertellen zodat ik niet meer kon werken.
Ik hoor u zeggen dat ik wel geld heb verdiend omdat ik de helft wel mocht houden. Met die helft moest ik ook mee betalen aan de helft van de huur en de boodschappen. Ik had zo te weinig overgehouden voor een bestaan in Roemenië. De huur was twee keer 1.000 euro. Ik betaalde 1.000 euro en [verdachte] betaalde 1.000 euro. Ik hoor u zeggen dat we met zijn drieën waren. Zij waren samen en daarom betaalde ik 1.000 euro.
Ik ken [betrokkene 2] via een vriend uit Roemenië die heet [betrokkene 3] . Het is niet een gezamenlijke vriend maar meer een kennis. Ik kende meer het nichtje van die [betrokkene 3] . U vraagt mij waarom hij mij in contact bracht met [betrokkene 2] . Ik had aangegeven dat ik dit werk wilde gaan doen en dat ik geen informatie kon vinden. Hij gaf aan dat hij iemand kende die mij daarbij zou kunnen helpen. Degenen die mij zouden gaan helpen waren [betrokkene 1] en [verdachte] . [betrokkene 2] zou mij met hen in contact brengen. [betrokkene 2] heb ik gezien en gesproken twee drie dagen voor mijn vertrek naar Nederland. U vraagt mij wat precies de afspraken zijn geweest. Zij zouden mij helpen en ik zou 50% afstaan. U vraagt mij waarmee zij mij zouden helpen. Met een verblijfplek, papieren en een ticket. Ik heb een ticket ontvangen van [betrokkene 2] en van hem gehoord dat [verdachte] het ticket had betaald. Ik moest aan haar 200 euro betalen voor het ticket. Dat vertelde zij tegen mij. Vanwege het ticket en andere kosten moest ik de eerste drie weken alles afdragen. U vraagt mij wat de andere kosten waren. Ze woonden in een klein appartement en vanwege mijn komst moesten ze een groter appartement zoeken.
[a-straat] is het adres waar ik ben gaan wonen toen ik in Nederland kwam. Wij zijn drie weken op dit adres gebleven. Na de [a-straat] ging ik wonen in de [b-straat] . [betrokkene 1] kwam toen weer bij ons wonen. Dit was voor de [c-straat] .
U vraagt mij hoeveel ik heb afgestaan in de eerste drie weken. Ik werkte toen in Alkmaar en was daar nieuw en dat heb je best wel veel klanten. Ik werkte toen zes of zeven dagen. Ik verdiende de eerste dag 800 euro en daarna bedragen tussen de 400 en 700 euro per dag. Ik werkte van 12:00 uur tot 03:00 uur in de nacht. De eerste keer ben ik samen met [verdachte] naar Alkmaar gekomen. [verdachte] wees mij het kamerverhuurbedrijf aan.
Ik ben met [betrokkene 2] naar Eindhoven gevlogen op 15 februari (
de rechtbank begrijpt: 15 februari 2010). Ik onthoud dat soort dingen goed. [betrokkene 1] heeft ons in Eindhoven opgehaald. Ik zag hem toen voor het eerst.
Ik weet wel dat ik door [verdachte] meer heb geleden. [betrokkene 1] heeft wel geld van mij afgepakt.
Kort voor mijn vertrek naar Nederland is gesproken over de 50/50 deal en daar ben ik akkoord mee gegaan.
U vraagt mij waar ik naar toe ben gegaan nadat ik 10.000 euro had betaald. Ik had eerst alleen 5.000 euro betaald omdat ik steeds meer ruzie kreeg met [verdachte] . [verdachte] wist alleen van deze 5.000 euro. Van [betrokkene 1] mocht ik niet praten met [verdachte] over de andere 5.000 euro.
U vraagt mij hoeveel huur er betaald werd op de [b-straat] . Dat was 2.000 euro per maand exclusief. Ik betaalde daarvan 1.000 euro. U vraagt mij hoeveel ik betaalde op de [c-straat] . De huur daar was 1.450 euro en daarvan betaalde ik de helft. Ik heb op de [c-straat] gewoond vanaf februari tot dat ik wegging in juni/juli (
de rechtbank begrijpt juni/juli 2011).
Het klopt dat ik voordat ik wegging al was gestopt met het afdragen van 50%. Ik ben daarmee gestopt één tot 1,5 week voordat ik wegging. Ik heb vanaf dat moment in plaats van 50% af te dragen 50 euro per dag aan hun betaald. Ze hadden gezegd dat als ik 50% zou moeten blijven afdragen ik dan nooit 5.000 euro zou kunnen betalen. Ik heb tot dat ik wegging die 50 euro iedere dag betaald. De 5.000 euro heb ik betaald toen ik wegging. Ik heb dit gespaard in de 1,5 week voordat ik wegging. Ik heb deze 5.000 euro aan [verdachte] gegeven. Ik moest ook nog meebetalen aan de huur van de komende maand anders mocht ik niet vertrekken.
[betrokkene 1] en [verdachte] deden alles gezamenlijk. Zij waren een koppel.
6. Een proces-verbaal van verhoor van 25 januari 2016 en 3 februari 2016 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:
De relatie tussen mij en [verdachte] duurde van 2007 tot en met 2011.
[betrokkene 2] en [benadeelde] woonden samen in Nederland op hetzelfde adres als [verdachte] en ik.
Ik ken [betrokkene 2] al uit Roemenië.
[verdachte] kende [betrokkene 2] .
[betrokkene 2] kwam met [benadeelde] mee naar Nederland.
7. Een proces-verbaal van 8 september 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , met bijlage (doorgenummerde pag. Z01 10 0004 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [verbalisant 1] , zakelijk weergegeven:
- In het belang van het onderzoek zijn betreffende [betrokkene 1] de historische (transactie)gegevens van de financiële instelling Western Union gevorderd.
- Een print van het door Western Union aangeleverde bestand wordt bijgevoegd.
Name: [betrokkene 1]
Send date: 10-02-2010
SAdress: [a-straat 1]
SCity: [plaats]
SCurri: EUR
SAmount: 200,00
PName: [betrokkene 2]
Name: [benadeelde]
Send Date: 14-04-2010
SAdress: [a-straat 1]
SCity: [plaats]
SCurri: EUR
SAmount: 600,00
PName: [betrokkene 1]
Name: [benadeelde]
Send Date: 11-08-2010
SAdress: [a-straat 1]
SCity: [plaats]
SCurri: EUR
SAmount: 200,00
PName: [betrokkene 1]
Name: [benadeelde]
Send Date: 11-08-2010
SAdress: [a-straat 1]
SCity: [plaats]
SCurri: EUR
SAmount: 300,00
PName: [betrokkene 1]
Name: [benadeelde]
Send Date: 16-08-2010
SAdress: [a-straat 1]
SCity: [plaats]
SCurri: EUR
SAmount: 300,00
PName: [betrokkene 1]
Name: [benadeelde]
Send Date: 2-12-2010
SAdress: [a-straat 1]
SCity: [plaats]
SCurri: EUR
SAmount: 200,00
PName: [betrokkene 1] ”
7. De bewijsmotivering van het hof luidt als volgt:
“V
erklaringen aangeefster [benadeelde]
Het hof is van oordeel dat de verklaringen van de aangeefster [benadeelde] betrouwbaar zijn, nu haar verklaringen in de kern consistent en gedetailleerd zijn en op relevante onderdelen worden ondersteund door de verklaringen van de verdachte. Het hof ziet dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van haar verklaringen en bezigt deze voor het bewijs.
Standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd – verkort weergegeven – dat er onvoldoende bewijs is voor het medeplegen van de mensenhandel van de aangeefster [benadeelde] . Volgens de raadsman kan enkel worden vastgesteld dat er in sommige gevallen tijdelijk geld is beheerd ten behoeve van de hoofdverdachte [betrokkene 1] . Er heeft geen controle plaatsgevonden en evenmin is gebleken van andere middelen die de verdachte zou hebben toegepast. Nu geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en inwisselbare rollen, vormen de handelingen van de verdachte onvoldoende basis om haar als medepleger te kunnen aanmerken.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat medeplegen kan worden bewezen.
Het hof overweegt het volgende.
De kwalificatie medeplegen vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Dat vergt dat de bewezen verklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De vraag of aan deze eis is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Te denken valt onder meer aan de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte en diens aanwezigheid op belangrijke momenten.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] in Roemenië in contact is gekomen met een kennis van de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 1] en dat die kennis haar had gevraagd of zij in de prostitutie wilde werken. Na daarover een jaar te hebben nagedacht, is [benadeelde] samen met [betrokkene 2] , een vriend van de medeverdachte [betrokkene 1] , naar Nederland vertrokken. Het ticket voor die reis was betaald door de verdachte. Op de dag van aankomst heeft zij de verdachte ontmoet. De verdachte heeft haar geholpen met het in orde maken van de papieren om in Nederland te kunnen werken en heeft haar wegwijs gemaakt in het prostitutiewerk. Afgesproken werd dat [benadeelde] 50% van haar verdiensten moest afstaan aan de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 1] . Van het geld dat zij mocht houden, moest [benadeelde] meebetalen aan boodschappen en de huur van de woning, waar zij samen met de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 1] verbleef. Gedurende haar werk in de prostitutie heeft [benadeelde] , tot zo’n anderhalve week voordat ze wegging uit de [c-straat] , steeds – afgezien van de eerste drie weken, waarin zij 100% van haar verdiensten afstond – 50% van haar verdiensten afgestaan aan de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 1] . [benadeelde] gaf het geld aan de verdachte die het vervolgens met de medeverdachte [betrokkene 1] deelde. Toen [benadeelde] wilde stoppen met het werk voor de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 1] , heeft zij zichzelf vrij moeten kopen. De verdachte ontving daarvoor € 5.000,- van [benadeelde] .
Uit het voorgaande volgt dat de verdachte gedurende de gehele pleegperiode samen met de medeverdachte [betrokkene 1] betrokken is geweest bij de uitbuiting van [benadeelde] . Hoewel uit het dossier blijkt dat de verdachte een ondergeschikte positie had ten opzichte van haar medeverdachte [betrokkene 1] , blijkt eveneens uit het dossier dat sprake was van een duidelijke taakverdeling tussen hen beiden. Daarbij vervulde de verdachte een zelfstandige rol bij de uitbuiting van [benadeelde] , door onder meer haar verdiensten af te nemen en tegen haar te schreeuwen als zij niet genoeg had verdiend.
Naar het oordeel van het hof blijkt uit de inhoud van de bewijsmiddelen dan ook van een nauwe en bewuste samenwerking bij de mensenhandel van [benadeelde] , zoals ten laste gelegd. Deze heeft in de kern bestaan uit een gezamenlijke uitvoering, waarmee het hof telkens het ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen acht.”