Conclusie
Inleiding
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsmotivering
Bewijsmiddelen
1. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte (als getuige) van 31 augustus 2017 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank (ongenummerd).
de rechtbank begrijpt: 15 februari 2010). Ik onthoud dat soort dingen goed. [betrokkene 1] heeft ons in Eindhoven opgehaald. Ik zag hem toen voor het eerst.
de rechtbank begrijpt juni/juli 2011).
erklaringen aangeefster [benadeelde]
Het verweer van de verdediging
de rechtbank ziet in het dossier voldoende aanwijzingen dat verdachte zelf ook onder invloed van [betrokkene 1] heeft gestaan. De rechtbank komt echter niet tot de vaststelling dat sprake was van psychische overmacht. De rechtbank ziet in de ondergeschikte positie van verdachte ten opzichte van [betrokkene 1] innam wel reden tot matiging van de op te leggen straf.
gezichtheeft gekregen. De verdediging vindt de uitspraak dan ook principieel onrechtvaardig, omdat er ten onrechte vrijwel geen rekening is gehouden met haar positie als slachtoffer. De verklaring van het (mede)slachtoffer wordt vrij kritiekloos overgenomen. Dit hoger beroep gaat dan ook vooral over de reikwijdte van het non-punishmentbeginsel. Dit beginsel kan op verschillende manieren worden vertaald. Dit kan variëren van niet-ontvankelijkheid, gebrek aan opzet of psychische overmacht en als laatste matiging van de strafmaat.
de lidstaten nemen, in overeenstemming met de grondbeginselen van hun rechtsorde, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten gerechtigd zijn slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of te bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten die een rechtstreeks gevolg zijn van de in artikel 2 bedoelde Pro jegens hen gepleegde handelingen”
Ik haat haar. De onderlinge relatie wordt ook duidelijk de nieuwe vriendin [betrokkene 4] is een vriendin van haar, en het valt zeker niet uit te sluiten dat er druk op haar is uitgeoefend om [betrokkene 1]
uit de wind te houdendat zij zich later kennelijk heeft bedacht en tegenover beide een vordering heeft ingesteld maak dit niet anders. Ze komen allebei uit dezelfde plaats in Roemenië ( [plaats] ) vlakbij de Hongaarse grens.
Ik wil gebruik maken van de regeling B8. Het gaat dan over 2010 en 2011. Er kan een bijzondere reden zijn waarom slachtoffers niet direct naar de politie gaan, maar hier wordt de aangifte ingediend vrijwel exact binnen de drie maanden bedenktijd zodat alleen al vanwege het noemen van de voor de buitenwereld onbekende B8 regeling, er wel degelijk
de eerste weken alles afdragen het was niet fijn maar ik had geen andere keuze ik was alleen en een beetje bang ik heb geaccepteerd dat ze vroegen. Bij de rechter-commissaris is dit anders: ik ben nooit gedwongen.
Het is mijn keuze geweest. Ik wist wel dat ik 50% moest afstaan. Ik heb aangifte gedaan, maar niet voor deze 50% maar hoe ben behandeld. Het element angst komt niet voor in de RC verklaring.
in de ochtend als ik thuiskwam was hij daar vaak bij als ik het geld gaf aan [verdachte]anders dan bij de politie waarin zij aangaf dat wanneer zij thuis kwam [verdachte] wakker was en het geld het geld dan aan [verdachte] gaf. Als ze sliep dan was er een potje in de keuken waarin de helft van het geld werd gedaan.
scene. Het enige nog enigszins objectief gegeven bestaat uit de drie geldstortingen. Het wordt enigszins wordt gebruikt omdat soms de stortingen ook werden gedaan ten behoeve van anderen; of in opdracht van anderen wanneer er een maximum was bereikt.
mondige prostitueeis hier niet aan de orde. [betrokkene 1] heeft tot nog toe niet kunnen aantonen dat hij over een eigen inkomen beschikt, en nog los van de vraag of cliënt haar werkzaamheden onder dwang en geweld heeft uitgeoefend, voldoet deze totale afdracht niet aan de eisen van vrijwillige/mondige prostitutie.
ik heb gezien dat mijn dochter werd mishandeld door hem. Twee à drie keer zo dat de verslagen ze belde mij altijd huilend omdat de vertellen. Ze werd onder druk gezet om geld te sturen, maar waar zeg geld voor moet sturen weet ik niet. Ik denk merendeels vorm voor hemzelf. [getuige 2] ;
hij praatte lelijk en sloeg haar ik ben ook een keer getuige van geweest. Later in de verklaring:
toen gingen eten ging ze ophalen en hoorde lawaai in de andere kamer. [verdachte] deed de deur open: haar haar was in de war, zat een rood gezicht en rode ogen. Ze had gehuild. Kon de handpalm nog in haar gezicht zien. Ik ben er twee keer eerder getuige van geweest. Een keer bij de ouders van [betrokkene 1] en een keer een incident op straat.
Ze hadden voortdurend ruzie en volgens mij had [verdachte] ook geslagen. Ze was duidelijk bang voor haar. U vraagt mij waar die ruzies over gingen. Dat weet ik niet. De ruzies gingen vaak over kleine dingen als schoonmaken.
u vraagt mij of [benadeelde] door iemand onder druk werd gezet om in de prostitutie te gaan werken. Nee, zij werd niet onder druk gezet. Ook haar moeder bevestigt de uitbuiting door cliënte niet.
haar verklaringen zijn in de kern consistent en gedetailleerd en worden op belangrijke onderdelen ondersteund door de verklaring van verdachte de rechtbank ziet dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van haar verklaringen. Tja: het is allemaal lang geleden, het menselijk geheugen is niet onfeilbaar, maar om deze feitelijke tegenstrijdigheden zo te bagatelliseren en min of meer te negeren, acht de verdediging geen goede uitleg van het aanwezige bewijsmateriaal. Aan het hof wordt verzocht hier kritischer naar te kijken, en rekening te houden met de reële mogelijkheid dat getuigen vanwege de onderlinge relaties in strijd met de waarheid hebben verklaard.
de bevoegde nationale autoriteiten gerechtigd zijn slachtoffer van mensenhandel niet te vervolgen of te bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten, via de implementatie van artikel 8 in Pro de Aanwijzing mensenhandel, waardoor een rechtstreeks beroep op de richtlijn niet meer mogelijk is.
De kern van mijn betoog is dat mijn cliënte niet met de medeverdachte [betrokkene 1] vereenzelvigd behoort te worden. Niet alles wat de aangeefster [benadeelde] heeft verklaard is gelogen, maar haar interpretatie van de onderlinge relaties en gang van zaken is niet juist.
Het derde middel
unus testis nullus testis– dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – houdt in dat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Dat betekent dat de rechter niet tot een bewezenverklaring kan komen indien de feiten en omstandigheden waarover een getuige heeft verklaard op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. [4] De vraag of sprake is van voldoende steunbewijs laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. [5]
Het vierde middel
Het vijfde middel
Het tweede middel
NJ2008/358, m.nt. Mevis geeft de Hoge Raad onder het hoofd “Toetsing door de Hoge Raad als feitenrechter” (in r.o. 3.6.2 onder C) aan dat geen vermindering wordt toegepast (onder meer) indien het gaat om een straf waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte minder beloopt dan een maand in geval van een gevangenisstraf, en zegt de Hoge Raad onder het hoofd “Rechtsgevolgen van overschrijding van de redelijke termijn” dat het de rechter overigens vrij staat om – na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn – te volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6, eerste lid, EVRM [23] ; de Hoge Raad wijst in dit arrest uit 2008 in dit verband op de hiervoor onder 3.6 vermelde gevallen.
Het eerste middel
Slotsom