AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijstelling omzetbelasting voor geïntegreerde eerstelijnszorg en samenwerkingsverbanden
Belanghebbenden zijn eerstelijnszorgverleners die samenwerken binnen een stichting die geïntegreerde eerstelijnszorg (GEZ) organiseert en coördineert. De kern van het geschil is of de werkzaamheden in het kader van GEZ zijn vrijgesteld van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, onderdelen f en g, Wet OB 1968, en de bijbehorende beleidsregels en uitvoeringsbesluiten.
De rechtbank oordeelde dat GEZ-werkzaamheden opgaan in de vrijgestelde hoofdprestatie van zorg aan patiënten, maar het hof verwierp deze interpretatie en stelde dat de stichting als samenwerkingsverband zelfstandig optreedt en de zorgverleners daarnaast zelfstandig zorg aan patiënten leveren. Het hof vond dat de GEZ-werkzaamheden niet inherent onderdeel zijn van de vrijgestelde zorg en dat de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden (post b.20) alleen op de stichting van toepassing is, niet op de individuele zorgverleners.
De belanghebbenden stelden in cassatie dat het hof ten onrechte de activiteiten van de zorgverleners en de stichting als gescheiden prestaties heeft gezien en de vrijstelling te strikt heeft uitgelegd. De advocaat-generaal concludeerde dat de zorgverleners hun werkzaamheden in een verhouding van ondergeschiktheid aan het samenwerkingsverband verrichten en niet als zelfstandige ondernemers, en dat de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden ruimer moet worden uitgelegd dan het hof deed. Middelen 1 en 2 zijn gegrond verklaard.
De conclusie benadrukt dat de vrijstelling van btw voor coördinerende werkzaamheden binnen multidisciplinaire eerstelijnszorg bedoeld is voor het gehele samenwerkingsverband inclusief de aangesloten zorgverleners, en dat een te strikte interpretatie van het hof niet strookt met de beleidsregels en doelstellingen van de wetgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad concludeert dat de vrijstelling van btw voor samenwerkingsverbanden ruimer moet worden uitgelegd en dat de werkzaamheden van eerstelijnszorgpartners binnen het samenwerkingsverband niet automatisch belast zijn.
Voetnoten
1.Het proces-verbaal van de zitting vermeldt op p. 3: “Verder mag het Hof ervan uitgaan dat de feiten voor alle belanghebbenden hetzelfde zijn (…)”.
3.Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2016 - BR/REG-17171. Vanaf 1 januari 2017: Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2017 - BR/REG-17172.
4.Ik neem dat het gaat om Beleidsregel samenwerking ten behoeve van geïntegreerde eerstelijnszorgproducten - BR/CU-7092.
5.Op grond van artikel 3, lid 2, van de samenwerkingsovereenkomst staat voor uitvoering van taken in het kader van die overeenkomst in beginsel een vergoeding ter beschikking conform door de stichting vast te stellen begroting rekening houdende met de verwachte financiële middelen. Volgens bijlage I wordt de vergoeding berekend op basis van afspraken vooraf.
6.Ik noem hier alleen de uitspraken van de belanghebbende in de zaak met nummer 22/00856 (zie 1.3). Rechtbank Gelderland 23 december 2019, nrs. AWB 17/5145, 17/5147, 15/5148 en 18/950, ECLI:NL:RBGEL:2019:6034. De uitspraak is niet gepubliceerd op rechtspraak.nl. 7.Ik noem hier alleen de uitspraken van de belanghebbende in de zaak met nummer 22/00856 (zie 1.3). Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 februari 2022, nrs. 20/00268 tot en met 20/00271 ECLI:NL:GHARL:2022:912. 8.Asser/Rensen 2-III 2022/332.
9.C.H.C. Overes, T.J. van der Ploeg & W.J.M. van Veen,
10.Ibidem, [11.4].
11.Ibidem, [11.4].
12.Bijlage 1 van de samenwerkingsovereenkomst bevat procedurebepalingen over de toe- en uittreding.
15.HvJ 13 juni 2019, IO, C-320/18, ECLI:EU:C:2019:490.
18.Voetnoot in origineel: Vgl. HvJ 29 september 2015, Gmina Wroclaw, C-276/14, ECLI:EU:C:2015:635, punt 34, en HvJ 13 juni 2019, IO, C-420/18, ECLI:EU:C:2019:490, punten 37 tot en met 39.
19.Dat is jammer, want de statuten of het huishoudelijk reglement bevatten naar alle waarschijnlijkheid bepalingen over het werken in de werkgroepen.
21.Voetnoot in origineel:
22.Voetnoot in origineel:
23.Kamerstukken II 2016-2017, 34552 nr. 14, p. 85.
24.Kamerstukken II 2017-2018, 34775-VII, nr. 43, p. 15-16.