Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 12 december 2019 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
2.Beoordeling van het middel
Omdat belanghebbende zich niet ervan verzekerd weet of en in welke mate zij zal worden gevraagd voor het daadwerkelijk verrichten van werkzaamheden in één of meer individuele gevallen en zij enkel een vergoeding ontvangt als zij daadwerkelijk werkzaamheden voor een bezwarenadviescommissie heeft verricht, draagt belanghebbende volgens het Hof in zoverre economische en/of inkomensrisico’s. Onder deze omstandigheden komt de positie van belanghebbende veeleer overeen met die van een beoefenaar van een vrij of daarmee gelijkgesteld beroep, althans is haar positie onvoldoende vergelijkbaar met die van een werknemer als bedoeld in artikel 10 van Pro BTW-richtlijn 2006, aldus nog steeds het Hof.
Aan dit oordeel doet niet af dat de hoogte van de bezoldiging van de voorzitter en de andere leden van de bezwarenadviescommissie wettelijk is vastgelegd.