Conclusie
1.Overzicht
Überseering. De (zetelverplaatsing van de) belanghebbende wordt in Portugal niet erkend en uit dien hoofde kan zij ook niet als binnenlands belastingplichtige in de belastingheffing betrokken worden. Het Hof heeft zijns inziens ten onrechte belang gehecht aan een door de belanghebbende overgelegde
Tax Guideen aan de door het Hof geraadpleegde
Country Surveyvan het IBFD die stellen dat een onderneming in Portugal als inwoner in de heffing wordt betrokken als haar
place of effective managementzich daar bevindt, nu uit de feiten volgt dat helemaal geen onderneming wordt gedreven in Portugal.
siège réèl-stelsel toepast voor het internationaal-privaatrechtelijk (voort)bestaan en de erkenning van rechtspersoonlijkheid.
privaatrechtelijkhet
siège réèl-stelsel toepast, is door het Hof niet beantwoord. Dat kan tot cassatie leiden als die stelling essentieel is voor het antwoord op de vraag of de belanghebbende naar Portugees
belastingrecht als onbeperkt belastingplichtig wordt beschouwd. ’s Hofs uitspraak impliceert echter dat hij die internationaal-privaatrechtelijke stelling niet relevant achtte voor die vraag. Het Hof heeft doorgeschakeld naar het Portugese
belastingrecht omdat dat recht volgens alle beschikbare bronnen inhoudt dat Portugal de plaats van de feitelijke leiding beslissend acht voor het fiscale inwonerschap van rechtspersonen. Die leer strookt overigens met een privaat-rechtelijk
siège réèl-stelsel, zij het dat een dergelijk stelsel voor
civiele procesbevoegdheid mogelijk inderdaad omzetting in een lokale rechtsvorm eist. Civiel-procesrechtelijke status is echter niet beslissend voor fiscaalrechtelijke onderworpenheid, en uit de Portugese wettekst volgt duidelijk dat in Portugal voor fiscaal inwonerschap geen omzetting in een Portugese rechtsvorm vereist is. Raadpleging van het procesdossier doet overigens de vragen rijzen (i) of de Inspecteur wel met zoveel woorden heeft gesteld dat (a) een
siège-réèlstelsel in de weg staat aan binnenlandse belastingplicht van een niet naar nationaal recht opgerichte rechtspersoon én (b) Portugal een dergelijk
siège-réèlstelsel zou hebben, en (ii) of het Hof wel aan die eventuele stelling is voorbijgegaan.
Überseeringwaarop hij zich beroept, blijkt immers dat Portugal, ook als het civiel(proces)rechtelijk een
siège réèl-stelsel zou toepassen, desondanks op grond van de EU-vestigingsvrijheid verplicht is om belanghebbendes Nederlandse rechts-persoonlijkheid en daarmee haar civielrechtelijke en procesrechtelijke bestaan te erkennen.
Überseeringsteunt dus niet het standpunt van de Staatssecretaris, maar dat van de belanghebbende. De onderdelen van dat arrest die de Staatssecretaris citeert, gaan niet over EU-recht, maar zijn een weergave van het Duitse werkelijke-zetelrecht dat in
Überseeringjuist onverenigbaar werd verklaard met EU-recht.
Tax Guideen de van ambtswege geraadpleegde
Country Surveyniet relevant zouden zijn omdat uit de feiten zou volgen dat de belanghebbende helemaal geen onderneming drijft, berust op verkeerde weergave van de desbetreffende documentatie, die het niet heeft over ‘een in Portugal gevestigde onderneming’, maar over een ‘company’ en de belanghebbende is ongetwijfeld een ‘company’. Of een feitelijk in Portugal geleide
companyook een materiële onderneming drijft, is volgens de
Country Surveyen de
Tax Guideniet van belang, en uit de Portugese belastingwet volgt rechtstreeks dat voor belastingplicht van
pessoas colectivas e outras entidadesniet relevant is of zij al dan niet een materiële onderneming drijven.
2.De feiten en het geding bij de feitenrechters
De feiten
Tax Guidevan PWC vermeldt dat rechtspersonen met een hoofdkantoor of plaats van effectieve leiding op Portugees grondgebied voor hun wereldwinst in Portugal belast zijn. Bevindt de effectieve leiding van de belanghebbende zich in Portugal, dan wordt zij op grond van art. 4(3) verdrag (
tie break) geacht alleen inwoner van Portugal te zijn.
place of effective managementheeft. Deze informatie strookt met de door belanghebbende overgelegde
Tax Guide. Het hof heeft geen redenen om aan te nemen dat
place of effective managementdoor Portugal anders wordt opgevat dan dezelfde term in art. 4(3) OESO-Modelverdrag 2014, en meent daarom dat “plaats van werkelijke leiding” in art. 4(3) verdrag conform het begrip
place of effective managementin artikel 4(3) OESO-Modelverdrag 2014 moet worden uitgelegd.
place of effective managementin Portugal, zowel naar Portugees recht als onder art. 4(3) verdrag, zodat zij voor de toepassing van het verdrag als inwoner van Portugal moet worden aangemerkt. Nederland heeft dan geen heffingsrecht.
3.Het geding in cassatie
Überseering(zie 5.3 hieronder) Dat brengt volgens hem mee dat (de zetelverplaatsing van) de belanghebbende niet erkend wordt in Portugal en dat zij uit dien hoofde dus ook niet als binnenlands belastingplichtige in de belastingheffing betrokken kan worden. Dit wordt volgens de Staatssecretaris bevestigd door de antwoorden van de Portugese autoriteiten die het Hof citeert. Het Hof heeft ten onrechte belang gehecht aan de door de belanghebbende overgelegde
Tax Guide, die vermeldt dat een in Portugal gevestigde onderneming aldaar in de heffing wordt betrokken indien
the place of effective managementzich aldaar bevindt, aangezien uit de feiten volgt dat helemaal geen onderneming wordt gedreven in Portugal.
4.Toepassing en schending van vreemd recht
BNB2009/93 [17] betoogde over de cassatietoetsing van de uitleg van buitenlands recht door de feitenrechter:
Rechtspraak van het hof van Justitie van de EU over erkenning van rechtspersonen
Überseering [22] ten betoge dat (de zetelverplaatsing van) de belanghebbende niet erkend wordt in Portugal en dat zij uit dien hoofde ook niet als binnenlands belastingplichtige in de belastingheffing betrokken kan worden. Ik behandel ook de aanloop naar en het vervolg op
Überseering.
Daily Mail [23] betrof een naar Brits vennootschapsrecht opgerichte houdster- en beleggingsmaatschappij die haar centrale bestuurszetel van het Verenigd Koninkrijk (VK) naar Nederland wilde verplaatsen. Zowel Nederland als het VK pasten het incorporatiestelsel toe, zodat de zetel kon worden verplaatst zonder verlies van Britse rechtspersoonlijkheid. Wel was volgens voor overbrenging van de fiscaalrechtelijke bestuurszetel toestemming van het Britse Ministerie van Financiën vereist op straffe van een boete van drie keer de verschuldigde Vpb van de afgelopen drie jaar. [24] Na herformulering luidde de door de Britse rechter gestelde prejudiciële vraag of de vestigingsvrijheid (art. 52 en Pro 58 EEG-Verdrag; thans art. 49 en Pro 54 VwEU) aan een volgens de wetgeving van een lidstaat opgerichte vennootschap die aldaar haar statutaire zetel heeft, het recht geeft om haar bestuurszetel naar een andere lidstaat te verplaatsen, en, zo ja, of de lidstaat van oorsprong dit recht dan afhankelijk kan stellen van de toestemming van nationale instanties, die afhangt van de fiscale situatie van de vennootschap. Het HvJ EG overwoog:
Überseering [26] ging het niet om de vertrekstaat, maar om de ontvangststaat.
ÜberseeringBV had haar feitelijke leiding verplaatst van Nederland naar Duitsland, maar werd onder het Duitse werkelijke-zetelstelsel niet erkend, zodat zij in Duitsland niet kon precederen zonder omzetting in een rechtspersoon naar Duits recht. De vraag was of de vestigingsvrijheid zich daar wél tegen verzette. Dat was het geval:
Daily Mail] stelde het Hof vast dat het Verdrag deze verschillen beschouwt als vraagstukken waarvoor de bepalingen van het Verdrag inzake de vrijheid van vestiging geen oplossing bieden, maar die moeten worden geregeld in wetgeving of overeenkomsten, die volgens de vaststellingen van het Hof nog niet bestonden.
Europees ondernemingsrecht: grensoverschrijdend ondernemen na Cartesioheb ik deze rechtspraak als volgt samengevat: [27]
Daily Mail, met name r.o. 23 Het HvJEU overwoog echter dat
Daily Mailalleen over de oprichtingsstaat ging (r.o. 70) en dat r.o. 23 van Daily Mail niet de vraag betrof of de ontvangststaat mag weigeren de rechtspersoonlijkheid te erkennen die een immigrerende vennootschap volgens zijn oprichtingsrecht geniet (r.o. 71). De ontvangststaat is niet bevoegd om eerbiediging van zijn vennootschapsrecht als voorwaarde te stellen voor uitoefening van de vestigingsvrijheid op zijn grondgebied door in andere lidstaten geldig opgerichte vennootschappen (r.o. 72). Duitsland moest dus ondanks zijn
siège réèl-stelsel nationale behandeling geven en Überseering’s statuut en rechtsbevoegdheid erkennen.”
Cartesio [28] betrof een Hongaarse commanditaire vennootschap (CV) die haar leiding naar Italië wilde verplaatsen met behoud van haar Hongaarse statuut, wat volgens Hongaars recht niet mogelijk was. Het HvJ EG oordeelde dat vennootschappen uit landen die de werkelijke zetelleer toepassen zich in beginsel niet kunnen beroepen op de vestigingsvrijheid om de verplaatsing van hun werkelijke zetel af te dwingen, maar ten overvloede ook dat de vestigingsvrijheid vennootschappen wel het recht geeft om zich grensoverschrijdend om te zetten in een vennootschapsvorm naar het recht van de beoogde ontvangststaat als diens recht dat toestaat: [29]
Daily Mailbevestigde, maar het anderzijds ook inperkte: [30]
VALE Costruzioni Srl [31] tenslotte betrof een in 2000 naar Italiaans recht opgerichte vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, ingeschreven in het handelsregister in Italië. In 2006 verzocht zij doorhaling in het handelsregister in Italië, te kennen gevende haar zetel en haar activiteiten naar Hongarije te willen verplaatsen en haar activiteiten in Italië te willen staken. Aan dat verzoek werd voldaan door het handelsregister te Rome: onder het opschrift “Doorhaling en zetelverplaatsing” werd vermeld dat “de vennootschap naar Hongarije is overgebracht”. Met het oog op inschrijving in het handelsregister in Hongarije heeft onder meer de directeur van VALE Costruzioni de statuten goedgekeurd van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Hongaars recht VALE Építési Kft. In 2007 weigerde de Hongaarse handelsrechtbank VALE Építési in te doen schrijven in de Hongaarse registers, hoewel VALE Costruzioni werd genoemd als rechtsvoorgangster van VALE Építési. [32] Het Hongaarse hooggerechtshof vroeg uiteindelijk aan het HvJ of de artt. 49 en 54 VwEU zich verzetten tegen een nationale regeling die vennootschappen naar binnenlands recht toestaat zich om te zetten, maar niet toestaat dat een vennootschap die onder het recht van een andere lidstaat valt, wordt omgezet in een vennootschap naar nationaal recht door een dergelijke vennootschap op te richten. [33] Het HvJ EU overwoog:
Daily Maildaar wel over had moeten gaan), maar over internationaal privaatrecht (IPR). Het standpunt van de Staatssecretaris in onze zaak is dan ook gebaseerd op zijn perceptie van Portugees IPR-rechtspersonenrecht. Bellingwout merkt over de betekenis van het IPR-rechtspersonenrecht voor het internationale belastingrecht het volgende op: [36]
buitenlandserechtspersoonlijkheid, maar staat voor de vraag of aan een binnenlandse rechtsvorm (althans, een rechtsvorm onderworpen aan intern recht) ook binnenlandse rechtspersoonlijkheid op basis van het interne recht moet worden toegekend. Dat zal uiteraard slechts het geval zijn indien de rechtsvorm aan alle voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid gestelde eisen voldoet.”
6.Portugees recht
Código do Imposto sobre o Rendimento das Pessoas Coletivas(CIRC of IRC; de Portugese wet op de vennootschapsbelasting) luidt: [46]
Country Surveyvan het IBFD die het Hof de partijen ter zitting heeft voorgehouden (zie 2.9 hierboven):
Portugal Global – Trade & Investment Agency (AICEP)schrijft over het fiscale inwonerschap van rechtspersonen in Portugal: [47]
7.Beoordeling van het middel
privaatrechtelijkhet
siège réèl-stelsel toepast, is door het Hof niet beantwoord. Dat zou inderdaad tot cassatie kunnen leiden wegens passeren van een essentiële stelling als die stelling, zoals de Staatssecretaris meent, aangesneden had moeten worden om te bepalen of de belanghebbende naar Portugees
belastingrecht als onbeperkt belastingplichtige inwoner wordt beschouwd. ’s Hofs uitspraak impliceert echter dat hij die IPR-stelling niet essentieel achtte voor de beantwoording van de fiscaalrechtelijke hamvraag. Het Hof heeft doorgeschakeld naar het Portugese
belastingrecht omdat dat recht er volgens alle beschikbare bronnen, ook de primaire wettelijke bron (zie onderdeel 6 hierboven), geen twijfel over laat bestaan dat Portugal
fiscaalrechtelijkde plaats van de feitelijke leiding beslissend acht voor het inwonerschap van rechtspersonen. Die leer strookt overigens met een privaatrechtelijk
siège réèl-stelsel, zij het dat een dergelijk stelsel voor
civiele procesbevoegdheid mogelijk inderdaad omzetting in een lokale rechtsvorm eist.
siège-réèlstelsel in de weg staat aan binnenlandse belastingplicht van een rechtspersoon en (b) dat Portugal een dergelijk
siège-réèlstelsel heeft, en (ii) of het Hof daaraan is voorbijgegaan. Het proces-verbaal van de zitting vermeldt immers:
Het hof:Waarom verbindt de inspecteur aan de werkelijke zetelleer de conclusie dat [de belanghebbende] geen fiscaal inwoner van Portugal kan zijn? Welke stappen heeft u voor die conclusie gevolgd?
Portugeserecht. Onderdeel 5.1.1.2 ervan luidt:
Überseeringimpliceert dat hij meent dat als Portugal civiel(proces)rechtelijk het bestaan van de belanghebbende niet zou erkennen vanwege haar niet-Portugese oprichtingsrecht, zij
a fortiorigeen inwoner kan zijn, ook niet fiscaalrechtelijk. Uit
Überseeringblijkt mijns inziens echter juist dat dat standpunt ook internationaal-privaatrechtelijk en Europeesrechtelijk onjuist is.
Überseeringzegt immers dat Portugal, ook als het civiel(proces)rechtelijk een
siège réèl-stelsel zou toepassen, desondanks op grond van de EU-vestigingsvrijheid belanghebbendes Nederlandse rechtspersoonlijkheid moet erkennen en (dus) haar civielrechtelijke en procesrechtelijke bestaan moet erkennen als gelijkwaardig aan Portugese rechtspersoonlijkheid en procesbevoegdheid. Nederland past immers het incorporatiestelsel toe, zodat de belanghebbende haar rechtspersoonlijkheid en procesbevoegheid volgens haar oorsprongrecht behoudt ongeacht de locatie van haar werkelijke zetel. Portugal is dan EU-rechtelijk verplicht de Nederlandse rechtspersoonlijkheid en civiele procesbevoegdheid te erkennen.
Überseering, maar steunt dat arrest juist niet zijn standpunt, maar dat van de belanghebbende. Zijn beroep op
Überseeringlijkt een gevolg van verkeerd lezen: de onderdelen van het arrest
Überseeringdie hij citeert, gaan niet over EU-recht, maar zijn een weergave van het Duitse werkelijke-zetelrecht dat in
Überseeringjuist onverenigbaar werd verklaard met het EU-recht. Ook de andere boven aangehaalde arresten van het HvJ, zoals
Cartesioen
Vale, steunen het standpunt van de Staatssecretaris juist niet.
Tax Guideen de door het Hof van ambtswege geraadpleegde
Country Surveyvan het IBFD niet relevant omdat zijns inziens uit de feiten volgt dat de belanghebbende helemaal geen onderneming drijft, laat staan in Portugal. Dit betoog berust mijns inziens op verkeerde weergave van de desbetreffende documentatie, die het immers niet heeft over ‘een in Portugal gevestigde onderneming’, maar over een ‘company’. Het lijdt geen twijfel dat de belanghebbende een ‘company’ is (c.q. een
pessoa collectiva: zie 6.1 hierboven). Of een feitelijk in Portugal geleide
companyook een materiële onderneming drijft, is volgens de IBFD
Country Surveyen de overgelegde
Tax Guideniet van belang. Uit de Portugese belastingwet (zie 6.1 hierboven) volgt overigens rechtstreeks dat voor Portugese belastingplicht van
pessoas colectivas e outras entidadesniet relevant is of zij al dan niet een materiële onderneming drijven. Ook naar Nederlands belastingrecht is dat irrelevant voor de vraag of een rechtspersoon met feitelijke leiding in Nederland is onderworpen als inwoner.
compliancebij de (dga van de) belanghebbende c.q. aan wetshandhaving bij de Portugese fiscus is echter, hoe betreurenswaardig wellicht ook een daardoor eventueel ten onrechte ontstaan heffingsvacuüm, geen zaak voor de Nederlandse fiscus, maar voor de Portugese. De EU-
Pillar 2-Richtlijn [52] tot effectieve minimumbelasting [53] is nog niet in werking getreden en zal ook niet in werking treden voor andere entiteiten dan zeer grote
multinationals.