Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Betreft: [verdachte] / OM Appelschriftuur rolnummer 22.000492-18
[verdachte] / OM rolnummer 22.000492-18 APPELSCHRIFTUUR rolzitting 7 juli 2021 te 13.30 uur.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens schuldheling tot een gevangenisstraf van drie weken. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag. Het hof verklaarde de verdachte bij verstek niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat geen grievenformulier was ingediend en er geen mondelinge grieven waren geuit tijdens de zitting.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad betoogde dat er wel degelijk een schriftuur met grieven was ingediend, zoals blijkt uit e-mails van de raadsman van de verdachte aan de strafgriffie van de rechtbank Rotterdam en het hof Den Haag, waarin een appelschriftuur met grieven was bijgevoegd. Deze e-mails werden als bewijsstukken aan de cassatieschriftuur gehecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat op grond van de overgelegde stukken moet worden aangenomen dat de grieven tijdig zijn ingediend. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het verstekarrest en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.