ECLI:NL:PHR:2022:35
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding beroepstermijn ondanks niet-naleving art. 48 Sv
De verdachte is door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens overtreding van artikel 163, zesde lid, Wegenverkeerswet 1994, met een geldboete en ontzegging van rijbevoegdheid. Het cassatieberoep is ingesteld na de wettelijke termijn van veertien dagen na het arrest van het hof.
Hoewel de raadsman van de verdachte niet is opgeroepen voor de terechtzitting in hoger beroep, wat in strijd is met artikel 48 Sv Pro, leidt dit niet tot verontschuldigbare overschrijding van de beroepstermijn. De dagvaarding vermeldde duidelijk de termijn voor cassatie en de voorzitter van de terechtzitting bevestigde dit.
De Hoge Raad oordeelt dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar is en verklaart het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk. Dit benadrukt het belang van strikte naleving van termijnen in cassatieprocedures, ook bij procedurele fouten zoals het niet oproepen van de raadsman.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.