ECLI:NL:HR:2017:3225

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
20 december 2017
Zaaknummer
16/04713
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 Sv (oud)Art. 48 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-zenden afschrift appeldagvaarding aan raadsman verdachte

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De kern van het geschil betrof het niet naleven van het voorschrift van artikel 51 (oud) Sv, thans artikel 48 Sv Pro, dat vereist dat een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte wordt gezonden.

Uit de processtukken bleek dat hoewel een brief van de raadsman aan de strafgriffie was ingekomen waarin hij zijn bijstand aan de verdachte in hoger beroep meldde, er geen bewijs was dat een afschrift van de appeldagvaarding aan deze raadsman was verzonden. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep waren noch de verdachte noch diens raadsman aanwezig.

De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim een ernstig vermoeden oplevert dat het voorschrift niet is nageleefd. Dit voorschrift is van groot belang voor de belangen van de verdachte, zodat niet-nakoming ervan de geldige behandeling van de zaak in diens afwezigheid verhindert.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting en beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens niet-zenden van de appeldagvaarding aan de raadsman.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/04713
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 mei 2016, nummer 22/000336-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv Pro niet is nageleefd, doordat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte te zenden.
2.2.
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding bevindt zich een brief van mr. L.A.R. Newoor, gericht aan de strafgriffie van het Hof Den Haag en aldaar blijkens een daarop geplaatst stempel ingekomen op 22 januari 2016, die de mededeling inhoudt dat hij de verdachte in hoger beroep als raadsman bijstaat.
Bij de stukken bevindt zich tevens het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep. Noch uit mededelingen gesteld op dat dubbel noch uit enig ander aan de Hoge Raad gezonden stuk kan blijken dat een afschrift van die dagvaarding aan mr. L.A.R. Newoor is gezonden.
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is aldaar noch de verdachte noch diens raadsman verschenen.
2.3.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang beschouwd, vloeit het ernstige vermoeden voort dat ten aanzien van de dagvaarding in hoger beroep het voorschrift vervat in de tweede volzin van art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv Pro niet is nageleefd.
Dit in het belang van de verdachte gegeven voorschrift is van zo grote betekenis dat, al is dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsman in de weg te staan.
2.4.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.