Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel, de bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen
3.Het juridisch kader
NJ2019/111 tot en met
NJ2019/115, m.nt. P. Mevis) enige algemene overwegingen geformuleerd over de eendaadse samenloop en – vrijwel steeds in één adem – de voortgezette handeling. In zijn arrest van 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:831,
NJ2019/116, m.nt. P. Mevis vat de Hoge Raad die algemene overwegingen zelf als volgt samen: [4]
Wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde in geval van eendaadse samenloop is het in beginsel aan de feitenrechter om de vraag te beantwoorden of hij in geval van eendaadse samenloop het bewezenverklaarde enkelvoudig kwalificeert (onder de zwaarste strafbepaling) dan wel of hij meervoudig kwalificeert en vervolgens de zwaarste strafbepaling toepast bij de straftoemeting. Denkbaar is dat de feitenrechter, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, een enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. Bij een voortgezette handeling ligt dat echter niet in de rede.