Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
hof), onder 2 (2.2-2.26), waarvan de weergave hierna met dezelfde nummering is overgenomen. [1]
[de stiefmoeder]) had een bromfietsverzekering afgesloten bij Unigarant. De verzekering bood onder meer WA-dekking voor schade aan zaken en personen en had ook een opzittendendekking. In artikel 1 onder Pro 2 van de algemene polisvoorwaarden wordt onder meer de persoon die met toestemming van de eigenaar of verzekeringnemer (als opzittende) meerijdt op de bromfiets aangeduid als "verzekerde" in de zin van de polisvoorwaarden.
[de vader]) het voorstel gedaan om de schade te regelen tegen betaling van een bedrag van € 15.000,--, boven het al betaalde bedrag van € 525,--. Unigarant heeft een concept-vaststellingsovereenkomst opgesteld, waarin zij aangeeft dat zij deze overeenkomst aangaat als aansprakelijkheidsverzekeraar van de bromfiets van [de stiefmoeder] , dat [eiser] betrokken is geweest bij een ongeval met [de stiefmoeder] (aangeduid als “verzekerde”) als bestuurder van de bromfiets en dat deze bromfiets bij Unigarant is verzekerd tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid. [de vader] heeft niet met dit voorstel van Unigarant ingestemd.
“
Let op, jongeman heeft probleem met knie, damesfiets aanbieden ivm opstappen. Vader overlegt met arts, fiets reserveren tot maximaal 30 november 2013”.
[de vader] heeft op basis van deze offerte aan Unigarant verzocht om een voorschot voor de aanschaf van een elektrische fiets voor [eiser] .
[de fysiotherapeute]).
Speciale anamnese:
HUIDIGE KLACHTEN EN BELEMMERINGEN:
dagelijkse belemmeringenvertelt hij dat hij met krukken ongeveer dertig en soms vijfenveertig minuten maximaal kan lopen. Rennen lukt helemaal niet. Traplopen gaat erg lastig. Zitten gaat op zich goed. Staan lukt wel maar hij kan moeilijk opstaan en staat op zijn rechterbeen omdat hij zijn linkerbeen ook niet helemaal kan strekken.
Diagnose
3.Procesverloop
In eerste aanleg
life-eventsdie [eiser] heeft gehad. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de aard van de verlangde deskundigheid, de persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen en alle verdere beslissingen, waaronder de beslissing op de reconventionele vordering, aangehouden.
het tussenarrest) heeft het hof geoordeeld dat [eiser] zijn mededelingsplicht in de zin van art. 7:941 lid 2 BW Pro heeft geschonden met het opzet om Unigarant te misleiden en dat dat volgens de hoofdregel van art. 7:941 lid 5 BW Pro betekent dat zijn aanspraak op uitkering is vervallen. Omdat partijen zich naar het oordeel van het hof nog onvoldoende hebben uitgelaten over de consequenties van de schending van de mededelingsplicht door [eiser] , stelt het hof partijen in de gelegenheid om zich daarover alsnog bij akte uit te laten.
het eindarrest) het tussenvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 22 mei 2019 vernietigd, [eiser] veroordeeld om aan Unigarant te betalen € 20.567,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.750,-- vanaf 19 september 2018, over € 14.817,68 vanaf 22 juli 2019 en over € 3.000,-- vanaf 19 november 2019, [eiser] in de proceskosten veroordeeld, deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
hierna: GPO) opgesteld. [13] De inleiding van de GPO vermeldt onder meer:
persoonlijk onderzoekkan worden ingesteld nadat:
verzekeringsfraudeof andere vormen van oneigenlijk gebruik van verzekeringsproducten of diensten is ontstaan.”
NJ2003/589). In dit verband kunnen de aard en inhoud van de verzekeringsovereenkomst mede van belang zijn.
NJ1993/78, en HR 12 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0860,
NJ1993/599).” [17]
NJF2014/105,
RAV2014/36,
VR2014/147,
JA2014/33, m.nt. H.H. de Vries: Uit het rapport betreffende het feitenonderzoek komt naar voren dat een onderzoeksbureau heeft geadviseerd om persoonlijk onderzoek te laten verrichten omdat uit het feitenonderzoek naar voren was gekomen dat verzoekster actiever leek te zijn dan zij eerder had verklaard. Zo was volgens het onderzoeksbureau gebleken dat zij actief was op diverse forums en diverse blogs schreef, dat zij actief op zoek leek te zijn naar zaken gerelateerd aan recruitment en dat zij een actiever sociaal leven leek te hebben dan zij had verklaard. Dit voldoet volgens de rechtbank aan geen van de beide in de GPO genoemde gronden en bovendien was niet voldaan aan het subsidiariteitsvereiste.
JA2015/141, m.nt. P. Oskam & T.R.A. Kerstholt: onderzoek naar aanleiding van anonieme melding dat arbeidsongeschikte verzekerde op internationale windsurf-ranglijst staat: verzekeraar laat eerst nader onderzoek doen door arbeidsdeskundige en orthopedisch chirurg waarbij verzekerde verklaart niet te kunnen sporten. Verzekeraar besluit tot observatie waarbij verzekerde windsurfend wordt waargenomen en de waargenomen bewegingen volgens de verzekeraar in tegenspraak zijn met de opgegeven klachten. Persoonlijk onderzoek niet onrechtmatig.
VR2017/36: twijfel bij medisch adviseur over het bestaan van causaal verband (in een whiplash-zaak) rechtvaardigt niet het instellen van een persoonlijk onderzoek; van structureel weigeren tot medewerking aan verder medisch onderzoek was geen sprake.
RAV2016/89,
VR2016/176,
JA2016/137: benadeelde legt herhaaldelijk tegenstrijdige verklaringen af over het leggen van laminaat. Voor zover verzoeker heeft aangevoerd dat de verzekeraar had kunnen volstaan met het opvragen van nadere informatie bij hem, geldt dat op het moment dat de verzekeraar tot het persoonlijk onderzoek besloot, zij verzoeker niet langer als een betrouwbare bron van informatie hoefde aan te merken en juist om die reden mocht overgaan tot een persoonlijk onderzoek.
JA2017/29, m.nt. J. van de Klashorst: extreme klachtenpresentatie, maar jarenlang feitenonderzoek gaf onvoldoende uitsluitsel voor het nemen van een beslissing op de schademelding; persoonlijk onderzoek gerechtvaardigd.
JA2018/113: persoonlijk onderzoek omdat het ingestelde feitenonderzoek onvoldoende uitsluitsel gaf voor het nemen van een beslissing op de schademelding. Rechtbank oordeelt dat niet aan subsidiariteitsvereiste is voldaan, omdat verzekeraar verschillende mogelijkheden voor het doen van feitenonderzoek onbenut heeft gelaten (en ook dat niet was voldaan aan formaliteiten voor het nemen van het besluit tot een persoonlijk onderzoek).
JA2018/101, m.nt. J.G. Keizer: na vele jaren medische en psychiatrische onderzoeken bestaat op basis van die onderzoeken vermoeden van simulatie van klachten. Hof acht persoonlijk onderzoek niet ongerechtvaardigd, maar acht op basis van resultaten daarvan fraude niet bewezen. [21]
7, A-G] (vgl. rov. 2.20) niet kon verrichten, te weten autorijden en meer dan wat administratieve werkzaamheden in het bedrijf van zijn vader verrichten. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg op 11 maart 2019 (vgl. rov. 2.24) heeft [eiser] verklaard, net zoals hij aan [de orthopedisch chirurg] had verteld, dat hij geen autoreed (dat zou te veel energie kosten) en alleen administratief werk deed, maar geen kluswerkzaamheden kon verrichten in het bedrijf. Toen Unigarant besloot Secure Advance opdracht te geven onderzoek te doen had [eiser] dus tweemaal informatie verstrekt over zijn gestelde beperkingen, die minst genomen op gespannen voet stond met de uitkomsten van het feitenonderzoek. Onder deze omstandigheden was sprake van een situatie waarin gerede twijfel was ontstaan over de juistheid of volledigheid van de resultaten van het feitenonderzoek, zodanig dat bij Unigarant een redelijk vermoeden van verzekeringsfraude ontstond, in de zin van art. 1.1 GPO. Omdat [eiser] zijn informatie tweemaal had verstrekt, zowel in een gesprek met [de orthopedisch chirurg] als zelfs bij gelegenheid van de comparitie, mocht Unigarant ervan uitgaan dat een interview van [eiser] geen nieuwe inzichten zou geven. Onder deze omstandigheden is voldaan aan de subsidiariteitseis. Ook aan de proportionaliteitseis is voldaan. Het financiële belang van de zaak – [eiser] is jong en stelt blijvend letsel met ernstige beperkingen te hebben opgelopen, zodat sprake is van een naar verwachting forse schadeclaim – en het belang bij de waarheidsvinding prevaleren in dit geval naar het oordeel van het hof boven het belang van [eiser] bij bescherming van diens persoonlijke levenssfeer. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat [eiser] maar gedurende enkele dagen is geobserveerd, dat de observaties hebben plaatsgevonden vanaf de openbare weg en betrekking hadden op de gedragingen van [eiser] buiten en dat beperkt gebruik is gemaakt van een camera. Op het voorblad van het rapport van Secure Advance is aangegeven dat het bedrijf beschikt over een vergunning van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (POB nr. 1037). In dat licht bezien heeft [eiser] zijn stelling dat Secure Advance niet over de noodzakelijke vergunningen beschikt onvoldoende onderbouwd. Uit de notitie van [betrokkene 3] van Unigarant van 19 juni 2019 (vgl. rov. 2.25) blijkt, ten slotte, dat Unigarant ook heeft voldaan aan de in de art. 4 GPO Pro vastgelegde vereisten voor het nemen van een besluit tot het verrichten van een persoonlijk onderzoek.’
JA2018/101) werd overigens aangenomen dat een persoonlijk onderzoek vanwege een redelijk vermoeden van fraude (namelijk simulatie van klachten) gerechtvaardigd was. De
resultaten daarvanleken de conclusie te rechtvaardigen dat sprake was van een discrepantie tussen hetgeen appellante zei te kunnen en hetgeen zij daadwerkelijk kon, [27] maar het hof verbond daaraan niet zonder meer de conclusie dat appellante van meet af aan had gesimuleerd dan wel dat zij na verloop van tijd was gaan simuleren. Anders gezegd: er was
voldoende reden voor het instellenvan het persoonlijk onderzoek (een redelijk vermoeden van fraude), maar het resultaat van het onderzoek rechtvaardigde niet zonder meer de conclusie dat
daadwerkelijk sprake was van fraude.
7, A-G] (vgl. rov. 2.20) niet kon verrichten, te weten autorijden en meer dan wat administratieve werkzaamheden in het bedrijf van zijn vader verrichten. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg op 11 maart 2019 (vgl. rov. 2.24) heeft [eiser] verklaard, net zoals hij aan [de orthopedisch chirurg] had verteld, dat hij geen autoreed (dat zou te veel energie kosten) en alleen administratief werk deed, maar geen kluswerkzaamheden kon verrichten in het bedrijf. Toen Unigarant besloot Secure Advance opdracht te geven onderzoek te doen had [eiser] dus tweemaal informatie verstrekt over zijn gestelde beperkingen, die minst genomen op gespannen voet stond met de uitkomsten van het feitenonderzoek. Onder deze omstandigheden was sprake van een situatie waarin gerede twijfel was ontstaan over de juistheid of volledigheid van de resultaten van het feitenonderzoek, zodanig dat bij Unigarant een redelijk vermoeden van verzekeringsfraude ontstond, in de zin van art. 1.1 GPO.”
dagelijkse belemmeringenvertelt hij dat hij met krukken ongeveer dertig en soms vijfenveertig minuten maximaal kan lopen. Rennen lukt helemaal niet. Traplopen gaat erg lastig. Zitten gaat op zich goed. Staan lukt wel maar hij kan moeilijk opstaan en staat op zijn rechterbeen omdat hij zijn linkerbeen ook niet helemaal kan strekken.
5. SAMENVATTING
[eiser]: als ik teveel doe, zak ik nog steeds door de knie. Soms probeer ik het zonder brace, maar als het niet gaat doe ik deze om. Het is niet goed te zeggen wanneer ik door mijn knie ga. Ik heb goede en slechte dagen. Ik heb er vooral last van als ik teveel doe, dan zak ik zomaar door mijn knie en val ik. Als ik door mijn knie zak doet dat ook pijn. Die klachten heb ik nog steeds. Met deze beperkingen kan ik in de bouw niet echt de daar gebruikelijke werkzaamheden uitvoeren. Het lichte werk zoals lichte materialen aangeven kan ik wel. Maar ik kan bijvoorbeeld niet op een steiger klimmen. Zagen verschilt, een elektrische zaag is een risico want als ik door mijn knie zak en uit balans raak, kan ik mijn evenwicht verliezen en daardoor ledematen kwijtraken als ik de zaag raak.
JA2018/101, m.nt. J. Keizer kan ik niet plaatsen, omdat het hof in die zaak – anders dan in de voetnoot wordt gesteld en anders dan de rechtbank had geoordeeld – in r.o. 3.10 juist heeft geoordeeld dat de verzekeraar
nietde beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit heeft veronachtzaamd.