ECLI:NL:PHR:2022:4
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord en brandstichting na liquidatie in Nieuwegein
Op 28 november 2017 werd het slachtoffer in Nieuwegein geliquideerd door een schutter die na het schietincident in een gereedstaande auto stapte. De auto werd later in Utrecht in brand gestoken. Verdachte en medeverdachte werden aangehouden in een tweede vluchtauto. Het hof veroordeelde verdachte voor medeplegen van moord, medeplegen van opzettelijke brandstichting en een overtreding van de Opiumwet.
Het bewijs bestond uit forensisch onderzoek van hulzen, schotresten op kleding en handen, DNA-onderzoek, glasdeeltjes op kleding die overeenkwamen met het slachtoffer's voertuig, en digitale gegevens van telefoons en chats. Verdachte voerde een alternatief scenario aan waarin hij alleen als chauffeur voor een ripdeal zou optreden en niet op de plaats delict aanwezig was, maar dit werd door het hof niet geloofd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van het alternatieve scenario en dat het bewijs in onderlinge samenhang voldoende was om de betrokkenheid van verdachte aan te nemen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot 21 jaar gevangenisstraf en bijkomende maatregelen definitief bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 21 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en brandstichting.