19. Het
tweede middelklaagt over het afwijzen van het verzoek om de aangevers van feit 1 ( [aangever 1] ) en 2 ( [aangever 2] ) als getuigen te horen. Het
derde middelklaagt over de verwerping van het verweer inhoudende dat de verklaring van [aangever 2] niet als bewijsmiddel kan worden gebezigd. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
20. Op de regiezitting van 5 november 2019 heeft het hof het verzoek om deze personen als getuigen te horen als volgt afgewezen:
“Het verzoek tot het horen van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] wordt afgewezen. Beide aangevers zijn reeds eerder op verzoek van de verdediging gehoord. De rechter-commissaris heeft afdoende gemotiveerd waarom door hem is besloten dit te laten plaatsvinden door middel van een studioverhoor onder leiding van de rechter-commissaris. Door de toenmalige raadsvrouw zijn bij die gelegenheid (voorafgaand en tijdens de verhoren) vragen gesteld. De verdediging heeft onvoldoende gemotiveerd om welke reden de aangevers opnieuw als getuige bij de raadsheer-commissaris moeten worden gehoord. Dat niet alle vragen gesteld zijn is daartoe onvoldoende. Gelet hierop acht het hof horen van deze personen als getuige niet noodzakelijk.”
21. Op de zitting van 6 oktober 2020, waar het onderzoek met instemming van procespartijen is hervat, heeft de verdediging het verzoek om de getuige [aangever 2] te horen herhaald. Het hof heeft dit verzoek in het eindarrest wederom afgewezen met de volgende motivering:
“Voorts is ter terechtzitting d.d. 6 oktober 2020 nogmaals verzocht om een verhoor van aangever [aangever 2] als getuige. Ook dat verzoek is ter terechtzitting d.d. 5 november 2019 als niet noodzakelijk afgewezen. Deze getuige is in eerste aanleg uitgebreid gehoord bij de rechter-commissaris door middel van een studioverhoor. De toenmalige raadsvrouw van de verdachte was bij dat verhoor aanwezig. Zij bevond zich samen met de rechter-commissaris in de meekijkruimte en is in de gelegenheid geweest om vragen voor te leggen aan de getuige. Gelet daarop acht het hof het nogmaals horen van [aangever 2] als getuige niet noodzakelijk.”
22. De verklaringen van beide getuigen zijn tot het bewijs gebezigd (bewijsmiddelen 1, 3, 4, 10 en 11). Ten aanzien van de betrouwbaarheid van deze getuigen heeft het hof nog in het bijzonder het volgende overwogen, deels in het algemeen over alle getuigen en erna meer specifiek op de getuigen waar de steller van het middel op doelt:
“Voor iedere betrokkene geldt dat hij pas geruime tijd na het door hem aan de orde gestelde seksueel misbruik hierover een verklaring heeft afgelegd.
In het geval van [aangever 1] , [slachtoffer] en [betrokkene 3] zijn zelfs 10 jaren of meer voorbij gegaan voordat zij met hun verklaringen over de verdachte naar buiten zijn getreden.
Daarbij komt dat de aangevers/getuigen allen in meer of mindere mate te kampen hadden met problematiek op het vlak van huisvesting, gedrag dan wel op het vlak van geestelijke gezondheid. Voorts hebben de aangevers verklaard over grote schaamte om te vertellen waarbij ook een rol heeft gespeeld dat de verdachte een vriend van de familie was en hulp heeft verleend bij het oplossen van problemen.
Gelet op deze omstandigheden zal het hof de verklaringen zoals afgelegd door de aangevers en de getuigen slechts voor het bewijs bezigen voor zover daarvoor voldoende ondersteuning is te vinden in andere verklaringen dan wel andere bewijsmiddelen zoals opgenomen in het dossier.
De suggestie dat de belastende verklaringen jegens de verdachte het gevolg zijn van het overleg bij [betrokkene 4] en/of de familiaire dan wel vriendschappelijke banden tussen de betrokkenen, wordt door het hof terzijde geschoven. Deze omstandigheden brengen niet met zich dat er vanuit moet worden gegaan dat de betrokkenen hun verklaringen dientengevolge op elkaar hebben afgestemd. [betrokkene 4] is op verzoek van de verdediging in hoger beroep bij de raadsheer-commissaris gehoord over het door de verdediging aangehaalde overleg. Hij heeft verklaard dat de jongens spontaan vertelden over het seksueel contact met de verdachte en dat er niet gesproken is over specifieke handelingen. Het hof heeft in het dossier ook overigens geen aanwijzingen aangetroffen die er op duiden dat de betrokkenen de verklaringen onderling op elkaar hebben afgestemd of, in de woorden van de verdachte ter zitting in hoger beroep dat zij ‘werkoverleg’ hebben gehad dan wel sprake zou zijn van een ‘complot’ tegen verdachte. Iedere aangever dan wel getuige heeft verklaard over hetgeen hemzelf met betrekking tot het misbruik door de verdachte is overkomen, in eigen bewoordingen en met eigen details. Voor het hof is verder, zonder nadere toelichting door de verdediging - die ontbreekt, niet aannemelijk geworden dat sprake zou zijn van "collaborative storytelling”. Derhalve kan niet gezegd worden dat de aangevers/getuigen door anderen dusdanig zijn beïnvloed of onder druk gezet dat hun verklaringen om die reden als niet betrouwbaar moeten worden uitgesloten van het bewijs.
Meer specifiek met betrekking tot de ten laste gelegde feiten overweegt het hof als volgt.
Feit 1
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde met betrekking tot [aangever 1] heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Primair is betoogd dat de verklaringen van [aangever 1] onbetrouwbaar zijn en daarom niet geschikt als bewijsmiddel. Subsidiair is bepleit dat de rest van het dossier onvoldoende steun biedt aan de verklaringen van [aangever 1] . Meer subsidiair is bepleit dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk het lichaam van [aangever 1] is binnengedrongen met zijn penis.
Het gaat volgens de raadsman om een niet geslaagde poging. Bovendien volgt uit de verklaring van [aangever 1] dat hij 16 jaar of ouder zou zijn geweest toen de seksuele handelingen plaatsvonden, aldus de raadsman.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof constateert dat de verklaringen van [aangever 1] weliswaar op detailniveau onderling verschillen bevatten, maar dat zij in de kern met elkaar overeenstemmen. [aangever 1] is gehoord in de verhoorstudio in 2013 en daarna nogmaals in 2015 via de rechter-commissaris. In de kern is hij gebleven bij zijn aangifte. Deze verklaringen staan niet op zichzelf, maar worden ondersteund door ander bewijsmateriaal.
De vader van aangever [aangever 1] , te weten [betrokkene 1] , die destijds een goede vriend was van de verdachte, heeft bij de politie verklaard dat zijn zoon [aangever 1] in 2012 overstuur binnenkwam, moest huilen en vervolgens vertelde dat hij ruim 10 jaar geleden door de verdachte was verkracht. Hij had al die tijd zijn mond gehouden omdat de verdachte de beste vriend was van zijn ouders. Kort daarna heeft vader [aangever 1] een gesprek met de verdachte gehad en hem geconfronteerd met de beschuldigingen door zijn zoon [aangever 1] . De verdachte zei dat er vroeger dingen waren gebeurd die niet door de beugel konden. De verdachte heeft gezegd had hij een verkeerde inschatting heeft gemaakt. De verdachte vertelde aan [betrokkene 1] dat aangever [aangever 1] had gezegd dat hij ( [aangever 1] ) geen plezier aan seks had en dat verdachte voor had gedaan hoe hij er wel plezier aan kon hebben. Gehoord bij de raadsheer-commissaris is [betrokkene 1] bij zijn verklaring gebleven.
De verklaring van aangever [aangever 1] wordt verder ondersteund door de verklaringen van [slachtoffer] , [betrokkene 5] , [betrokkene 2] en [betrokkene 6] . [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte zelf aan hem heeft verteld over seksuele handelingen met aangever [aangever 1] . [aangever 1] zou problemen hebben op seksueel vlak en daarom had de verdachte met hem geëxperimenteerd.
Ook [betrokkene 5] , [betrokkene 2] en [betrokkene 6] hebben in die zin verklaard.
[betrokkene 6] heeft bovendien tegenover de politie verklaard dat de verdachte hem heeft verteld dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht met aangever [aangever 1] . De verdachte zelf heeft bij de politie verklaard dat [aangever 1] bij hem in bed heeft geslapen.
Door de raadsman is opgemerkt dat aangever [aangever 1] het heeft over handelingen in de jacuzzi, terwijl aannemelijk is dat de jacuzzi pas in februari 2005 bij de verdachte is afgeleverd en in de tuin is geplaatst. Om die reden kunnen de verklaringen van aangever [aangever 1] niet kloppen, aldus de raadsman. Het hof constateert echter, onder andere op pagina 109 van het politiedossier, dat [aangever 1] heeft verklaard dat de handelingen merendeels plaatsvonden op de slaapkamer (bewijsmiddel 3). Toen er tijdens dit studioverhoor op 11 april 2013 door de zedenrechercheurs werd doorgevraagd, heeft hij gezegd dat er één keer iets is gebeurd in de jacuzzi. Hij denkt dat hij toen 16 jaar oud was, hetgeen hij is geworden op 15 november 2003. Deze vergissing in de tijd maakt naar het oordeel van het hof evenwel niet dat de volledige verklaring van [aangever 1] als niet betrouwbaar terzijde moeten worden geschoven. Het betreffende studioverhoor vond zoals gezegd plaats op 11 april 2013, dus geruime tijd nadat de seksuele handelingen met de verdachte hebben plaatsgevonden. Aangever [aangever 1] is ook op latere leeftijd nog bij de verdachte geweest,
toen er wel een jacuzzi was. Bovendien is bij [aangever 1] sprake van het Klinefelter syndroom en is hij verstandelijk beperkt (IQ rond de 70).
Al deze omstandigheden tezamen maken dat het gegeven dat de jacuzzi er pas in februari 2005 kwam, onvoldoende afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever [aangever 1] .
Aangever [aangever 1] heeft niet alleen verklaard over seksuele handelingen die hebben bestaan uit pijpen en het betasten van zijn penis door de verdachte, maar ook over seksueel binnendringen, doordat de verdachte zijn penis in de anus van [aangever 1] heeft gebracht.
[aangever 1] heeft tijdens het studioverhoor op 11 april 2013 verklaard dat het ‘in de database in' zijn hoofd' staat dat hij de eerste keer dat dat gebeurde 15 jaar oud was (bewijsmiddel 3, pagina 92 van het politiedossier) [aangever 1] heeft op meerdere momenten verklaard dat al sprake was van seksuele handelingen door de verdachte toen hij 15 jaar oud was. Hij plaatst dat in de tijd doordat hij in de tweede of derde klas van [A] zat. Hij verklaard ook gedetailleerd over het seksueel binnendringen, zoals dat het pijn deed, dat het een super raar gevoel gaf en dat de verdachte erin ging en op en neer bewoog. Het hof heeft geen reden om eraan te twijfelen dat de verdachte daadwerkelijk de anus van [aangever 1] met zijn penis is binnengedrongen; van een mislukte poging is geen sprake. Het hof komt aldus ook tot een bewezenverklaring van het eerste gedeelte van het onder 1 ten laste gelegde.
Feit 2
19. In hoger beroep is ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde met betrekking tot [aangever 2] primair bepleit dat zijn verklaringen niet tot het bewijs mogen worden gebezigd, omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet daadwerkelijk heeft kunnen effectueren. Het ontbreken van deze mogelijkheid is op geen enkele wijze, althans in ontoereikende mate gecompenseerd. Er is niet voldaan aan het recht op een eerlijk proces. Daarnaast zijn de verklaringen van aangever [aangever 2] zeer inconsistent en inconsequent en daarmee onbetrouwbaar. De raadsman heeft er in dat. verband op gewezen dat de moeder van [aangever 2] heeft gezegd dat hij manipuleert om zijn zin te krijgen en veel liegt, om welke reden uiterst behoedzaam met zijn verklaringen moet worden omgegaan. Subsidiair is vrijspraak bepleit omdat het dossier onvoldoende steun biedt aan de verklaringen van [aangever 2] .
Het hof overweegt als volgt.
[aangever 2] is in eerste aanleg gehoord bij de rechter-commissaris door middel van een studioverhoor, waarbij de toenmalige raadsvrouw van de verdachte aanwezig was. Dat aangever [aangever 2] tijdens het studioverhoor bij de rechter-commissaris niet alle vragen kon beantwoorden, maakt niet dat sprake is van een situatie waarin er voor de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid is geweest om hem als getuige te horen. De verdediging is voldoende in de gelegenheid geweest om [aangever 2] als getuige te horen.
[aangever 2] is tijdens het studioverhoor in 2015 bij de rechter-commissaris gebleven bij de verklaringen zoals afgelegd bij het eerdere studioverhoor in 2013, voor zover relevant in het kader van het ten laste gelegde.