Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbevat de klacht dat de bewezenverklaarde opzetheling niet uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, althans dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende, dan wel onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
NJ2019/310 m.nt. Rozemond.
NJ2019/310 m.nt. Rozemond, was bewezenverklaard dat de verdachte een auto (Renault Captur) voorhanden had gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Uw Raad formuleerde daarin enkele overwegingen in verband met de bij opzetheling geldende eis dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Uw Raad merkt eerst op dat de omstandigheid dat de verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, mede gelet op art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs kan bijdragen. Maar dat de rechter bij zijn bewijsoordeel wel in aanmerking mag nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven (rov. 2.3.3). Voorts mag de rechter bij de bewijsvoering ter zake van de wetenschap van de herkomst uit misdrijf ‘ten tijde van’ onder meer het verwerven of voorhanden krijgen van een goed betrekken dat aanwijzingen ontbreken dat de wetenschap van de herkomst uit misdrijf eerst is ontstaan na het verwerven of voorhanden krijgen van het goed. Daarbij kan de procesopstelling van de verdachte een rol spelen (rov. 2.5.4). En Uw Raad overwoog dat een en ander ook geldt voor schuldheling (rov. 2.5.5). Uw Raad verwierp het cassatieberoep: het hof had uit de vaststellingen dat (i) de verdachte op 19 september 2016 is aangetroffen in een Renault Captur, (ii) deze auto op dat moment niet was voorzien van het originele kenteken, (iii) de verdachte niet beschikte over de autopapieren van de Renault Captur en (iv) de verdachte geen geloofwaardige hem ontlastende verklaring heeft gegeven voor het voorhanden hebben van deze auto, kunnen afleiden dat de verdachte ook ‘ten tijde van’ het voorhanden krijgen van de in de bewezenverklaring vermelde auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.