Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
eerste tussenarrest). [1]
als bedrijfsruimte met kantoren e.e.a. volgens vigerend bestemmingsplan.
Platte daken in april 2016 v.v. nieuwe dakbedekking’.
3.Procesverloop
In eerste aanleg
eerste tussenarrest) heeft het hof de feiten vastgesteld en geoordeeld dat de vermelding door de verkoopmakelaar dat de platte daken van de bedrijfsruimte in april 2016 zijn voorzien van nieuwe dakbedekking aan Anjelier dient te worden toegerekend (r.o. 3.7), dat [verweerster] op grond van deze vermelding mocht verwachten dat de platte daken van de bedrijfsruimte in april 2016 waren voorzien van nieuwe dakbedekking en dat, indien het aanbrengen van de bitumenlaag niet kan worden beschouwd als het voorzien van een nieuwe dakbedekking, de bedrijfsruimte in dat opzicht niet beantwoordt aan de overeenkomst en Anjelier is tekortgeschoten (r.o. 3.8). Omdat het hof behoefte heeft aan deskundige informatie ter beantwoording van de vraag of het aanbrengen van de laag bitumen op de platte daken van de bedrijfsruimte kan worden aangemerkt als het ‘voorzien van nieuwe dakbedekking’, uit het hof het voornemen een deskundigenbericht te gelasten. Het hof wenst aan de deskundige tevens de vraag voor te leggen welke kosten zijn verbonden aan het aanbrengen van een nieuwe dakbedekking van gemiddelde kwaliteit (r.o. 3.9). Partijen hebben ieder op dit voornemen gereageerd. [7]
tweede tussenarrest) heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen ter beantwoording van de volgende vragen:
4.1 Beantwoording vraag 1
eindarrest). [11] De overwegingen van het hof kunnen, voor zover in cassatie nog van belang, als volgt worden samengevat. Het hof herhaalt de kern van de beantwoording van de vragen door de deskundige en stelt vast dat [verweerster] zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de deskundige en van het hof, maar dat Anjelier bezwaren heeft opgeworpen naar aanleiding van het deskundigenrapport (r.o. 2.3). Het hof geeft vervolgens het toetsingskader voor de beoordeling van een deskundigenbericht weer (r.o. 2.4) en oordeelt dat de bedenkingen van Anjelier geen aanleiding geven om te oordelen dat de eindbeslissingen van het hof berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag (r.o. 2.5-2.5.1), en dat het hof niet inziet dat in de eerste aan de deskundige voorgelegde vraag een verkapt kwaliteitsoordeel besloten ligt of dat de deskundige deze vraag heeft beoordeeld alsof is gegarandeerd dat de staat van de dakbedekking van gemiddelde kwaliteit zou zijn geweest (r.o. 2.5.2). Het hof verwerpt vervolgens de stelling dat [verweerster] het platte dak van het bedrijfspand in verband met publiekrechtelijke regelgeving inzake isolatie sowieso moest vernieuwen en [verweerster] daarom geen schade kan hebben geleden (r.o. 2.5.3).
www.fundainbusiness.nlis gepubliceerd, en dat in deze brochure onder meer is vermeld “platte daken in april 2016 v.v. nieuwe dakbedekking”. Anjelier c.s. hebben in hoger beroep uitdrukkelijk herhaald dat deze uitlating namens Anjelier is gedaan (memorie van antwoord onder 2.5). Het bepaalde in artikel 17 van Pro de koopovereenkomst heeft op geen enkele wijze afbreuk kunnen doen aan die door Anjelier jegens [verweerster] gedane mededeling in het kader van de totstandkoming van die overeenkomst. Anjelier c.s. hebben althans onvoldoende duidelijk kunnen maken hoe de afwezigheid van gegeven garanties in de koopovereenkomst ertoe kan leiden dat die uitdrukkelijke mededeling van de kant van Anjelier als niet gedaan moet worden beschouwd, of waarom [verweerster] daarop niet (meer) heeft mogen afgaan. Dat geldt, mutatis mutandis, evenzeer voor het overigens in dit artikel bepaalde, dat evenmin aan die mededeling afbreuk kan doen. Daaraan voegt het hof volledigheidshalve nog het volgende toe. Anders dan Anjelier c.s. betogen, rustte op [verweerster] als koper geen verplichting om te onderzoeken of de platte daken van het bedrijfspand daadwerkelijk waren voorzien van een nieuwe dakbedekking. [verweerster] mocht, vanwege de niet voor tweeërlei uitleg vatbare informatie in de verkoopbrochure, redelijkerwijs immers verwachten dat dit het geval was. Anjelier c.s. hebben ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat [verweerster] die verwachting niet mocht hebben. Dit alles betekent dat
grief 1slaagt.
grief 2 tot en met grief 7eveneens slagen.’
4.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdelen).
eerste onderdeelbestrijdt het oordeel in r.o. 2.8 van het eindarrest dat voor het verzuim van Anjelier geen ingebrekestelling nodig was, omdat [verweerster] uit de reacties van [de bestuurder] (van 8 juni 2017 en 17 september 2017) op de aansprakelijkstellingen door [verweerster] (van 6 juni 2017 en met name 6 september 2017) heeft moeten afleiden dat Anjelier in de nakoming van haar verbintenis zou tekortschieten. Het onderdeel valt uiteen in subonderdelen 1.1 tot en met 1.4.
mededelingkunnen worden aangemerkt. [19] Deze mededelingen houden niet met zoveel woorden in dat Anjelier in de nakoming van de op haar rustende verbintenis zal tekortschieten, maar de vraag is of het hof deze mededelingen zo heeft kunnen uitleggen dat [verweerster] uit deze mededelingen
moest afleidendat Anjelier zou tekortschieten. In het licht van de eerste reactie in het e-mailbericht van [de bestuurder] namens Anjelier van 8 juni 2017 heeft het hof de hiervoor vermelde (tweede) reactie van Anjelier volgens mij zo kunnen uitleggen dat [verweerster] hieruit moest afleiden dat Anjelier tekort zou schieten in de nakoming van haar verbintenis ter zake van de overeengekomen nieuwe dakbedekking. Daarbij is van belang dat de door [verweerster] aan haar vordering ten grondslag gelegde verbintenis bestond uit de levering van een bedrijfspand voorzien van nieuwe dakbedekking en dat Anjelier naar de vaststelling van het hof in beide reacties de aansprakelijkheid voor het ontbreken van een nieuwe dakbedekking heeft afgewezen en in de tweede reactie zich slechts bereid heeft verklaard om de aangebrachte laag bitumen waar nodig te herstellen. Daaruit heeft het hof volgens mij kunnen opmaken dat in de mededelingen van Anjelier een weigering tot nakoming besloten lag. [20] Ik merk daarbij op dat, anders dan Anjelier stelt, Anjelier niet heeft aangeboden te herstellen ‘specifiek hetgeen waaraan het volgens de gerechtelijk deskundige specifiek schortte, nu volgens de deskundige de laag te dun is aangebracht’. De deskundige heeft niet geoordeeld dat een gebrekkige nieuwe dakbedekking is aangebracht die herstel behoefde, maar dat de door Anjelier aangebrachte bitumenlaag niet kan worden aangemerkt als nieuwe dakbedekking. Uit het aanbod van Anjelier tot ‘herstel’ van de aangebrachte bitumenlaag kon [verweerster] daarom niet opmaken dat Anjelier bereid was om alsnog zonder tekortkoming na te komen. Aan het voorgaande doet niet af dat [verweerster] in de inleidende dagvaarding heeft gesommeerd tot ‘betaling en/of herstel’, omdat gelet op de verdere inhoud van de dagvaarding aannemelijk is, en Anjelier het ook zo had moeten begrijpen, dat [verweerster] daarmee voldoening van de verbintenis (‘nieuwe dakbedekking’) en niet slechts herstel van eventuele gebreken in een volgens Anjelier bestaande ‘nieuwe dakbedekking’ op het oog had. Onder deze omstandigheden heeft het hof zijn oordeel dat voor het verzuim geen ingebrekestelling nodig was niet onvoldoende gemotiveerd en is dat oordeel niet onbegrijpelijk.
eerstereactie van Anjelier (van 8 juni 2017) ofwel heeft verzuimd te toetsen aan ‘het criterium van onwil’, dan wel dit criterium onjuist heeft toegepast, althans zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd omdat het hof de in dit subonderdeel vermelde stellingen van Anjelier heeft gepasseerd. Het subonderdeel stelt daartoe onder verwijzing naar HR 24 maart 1933, ECLI:NL:HR:1933:15,
NJ1933, p. 1575 dat het hof heeft miskend dat de ontkenning van een overeenkomst onvoldoende is om daaruit de onwil van de schuldenaar tot nakoming van een verbintenis af te leiden en daarmee weigering tot nakoming. Het subonderdeel wijst verder op de stelling dat Anjelier enkel haar verplichting heeft ontkend omdat zij zich op het standpunt heeft gesteld dat zij geen garanties heeft gegeven en dat [verweerster] inspectie heeft verricht, [21] zodat dit louter een beroep op art. 17 van Pro de koopovereenkomst is en nog geen onwil impliceert, geen weigering inhoudt en daarom art. 6:83, aanhef en onder c, BW niet van toepassing is.
NJ1933, p. 1575 e.v. (1581) is geoordeeld dat ontkenning van een overeenkomst bij aanbod tot nakoming door de wederpartij niet steeds weigering van nakoming door de ontkennende partij insluit, maar alleen indien daaruit de onwil van de betrokken partij om de op haar rustende verbintenis desverlangd na te leven kan worden afgeleid.
Sopar/Gronex. [22]
eindarrestten onrechte zijn geoordeeld dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de dag van de dagvaarding.
weede onderdeelkomt op tegen het oordeel van het hof in r.o. 2.5.4 van het eindarrest dat de betekenis betreft van art. 17 van Pro de koopovereenkomst voor de aansprakelijkheid van Anjelier. Het
derde onderdeelbetreft het oordeel van het hof inzake (non)conformiteit in r.o. 2.5.4 en 2.6 van het eindarrest, alsmede de grondslag voor dat oordeel in r.o. 2.3, 2.5-2.5.3, 2.6 en 2.11 van het eindarrest. Het komt mij dienstbaar voor om de bespreking van deze beide onderdelen, gezien hun onderlinge samenhang, gezamenlijk in te leiden.
tweede onderdeelbetrekking op de waardering door het hof van de verhouding tussen enerzijds de mededeling voorafgaand aan de koop namens Anjelier dat het dak van het bedrijfspand was voorzien van nieuwe dakbedekking, en anderzijds art. 17 van Pro de koopovereenkomst, dat uitsluiting van risico’s regelt. De subonderdelen van het
derde onderdeelverwijten het hof in de kern een onjuist (althans onvoldoende gemotiveerd) oordeel te hebben gegeven inzake conformiteit (3.2 en 3.3), althans een onjuist oordeel over de vraag of titel 1 van Boek 7 BW contractueel is uitgesloten (3.1). Daarom ga ik eerst kort in op de conformiteitsvraag en de verhouding tussen mededelingen en exoneraties in dat verband en op hetgeen het hof op dit punt heeft overwogen en geoordeeld.
eerste tussenarrestheeft het hof overwogen:
tweede tussenarrestde vraagstelling heeft vastgesteld en de deskundige heeft benoemd.
www.fundainbusiness.nlis gepubliceerd, en dat in deze brochure onder meer is vermeld “platte daken in april 2016 v.v. nieuwe dakbedekking”. Anjelier c.s. hebben in hoger beroep uitdrukkelijk herhaald dat deze uitlating namens Anjelier is gedaan (memorie van antwoord onder 2.5). Het bepaalde in artikel 17 van Pro de koopovereenkomst heeft op geen enkele wijze afbreuk kunnen doen aan die door Anjelier jegens [verweerster] gedane mededeling in het kader van de totstandkoming van die overeenkomst. Anjelier c.s. hebben althans onvoldoende duidelijk kunnen maken hoe de afwezigheid van gegeven garanties in de koopovereenkomst ertoe kan leiden dat die uitdrukkelijke mededeling van de kant van Anjelier als niet gedaan moet worden beschouwd, of waarom [verweerster] daarop niet (meer) heeft mogen afgaan. Dat geldt, mutatis mutandis, evenzeer voor het overigens in dit artikel bepaalde, dat evenmin aan die mededeling afbreuk kan doen. Daaraan voegt het hof volledigheidshalve nog het volgende toe. Anders dan Anjelier c.s. betogen, rustte op [verweerster] als koper geen verplichting om te onderzoeken of de platte daken van het bedrijfspand daadwerkelijk waren voorzien van een nieuwe dakbedekking. [verweerster] mocht, vanwege de niet voor tweeërlei uitleg vatbare informatie in de verkoopbrochure, redelijkerwijs immers verwachten dat dit het geval was. Anjelier c.s. hebben ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat [verweerster] die verwachting niet mocht hebben. Dit alles betekent dat
grief 1slaagt.
derde onderdeelte behandelen, om te beginnen de
subonderdelen 3.2en
3.3, omdat het antwoord op de algemene conformiteitsvraag (dat wil zeggen: welke verwachtingen mag de koper in beginsel aan de mededeling in de verkoopbrochure over de dakbedekking ontlenen?) vooraf gaat aan de eventuele invloed van art. 17 van Pro de koopovereenkomst (op het conformiteitsoordeel dan wel op uitsluiting van aansprakelijkheid), terwijl die invloed in het bijzonder in
subonderdeel 3.1en
onderdeel 2aan de orde wordt gesteld.
subonderdeel 3.1stelt Anjelier aan de orde dat het hof in r.o. 2.5.4 en 2.6 van het eindarrest art. 7:17 BW Pro toepast, terwijl Anjelier zich erop heeft beroepen dat titel 1 van Boek 7 BW contractueel is uitgesloten. Het subonderdeel stelt dat het hof heeft verzuimd te beoordelen of titel 1 van Boek 7 BW is uitgesloten, althans dit oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd in het licht van de stellingen van Anjelier. [43]
op de eerste plaatsbeheerst door de inhoud van de Koopovereenkomst.’ [onderstreping toegevoegd, A-G]. Onder 3.3 van de CvA wordt slechts gesteld dat de koopovereenkomst geen garanties bevat en dat ieder risico bij [verweerster] wordt gealloceerd. Elders lijkt Anjelier niettemin zelf (ook) uit te gaan van toepasselijkheid van titel 1 van Boek 7 BW: onder 3.6 van de CvA stelt Anjelier ‘ [verweerster] knoopt zodoende primair aan bij het algemene verbintenissenrecht. Ten onrechte, want primair moet worden gekeken naar het bijzondere recht vastgelegd in boek 7 titel 1 van het Burgerlijk Wetboek. Er is immers sprake van koop.’ De gehele bespreking van de conformiteit in de conclusie van antwoord van Anjelier staat in het teken van toepasselijkheid van art. 7:17 BW Pro. Eerst in 2.9 van haar memorie van antwoord stelt Anjelier dat de wettelijke conformiteitseis is uitgesloten, maar zij doet daartoe uitsluitend een beroep op de tekst van art. 17 van Pro de koopovereenkomst. De tekst in 2.16 (ii) van de memorie van antwoord luidt voorzichtiger: ‘Een beroep hierop [non-conformiteit, A-G] is contractueel uitgesloten, althans art. 17 van Pro de Koopovereenkomst brengt met zich mee dat [verweerster] geen enkele verwachting mag hebben van het Pand en, meer in het bijzonder, het dak c.q. de dakbedekking.’ Onder 3.2 van de memorie van antwoord beroept Anjelier zich enkel op het oordeel van de rechtbank dat art. 17 van Pro de Koopovereenkomst de wettelijke conformiteitseis uitsluit. Onder 3.4 van de memorie van antwoord stelt Anjelier zonder toelichting: ‘De contractsbepaling dient te worden geïnterpreteerd en kan in dit geval moeilijk anders worden geïnterpreteerd dan als zijnde een uitsluiting van de wettelijke conformiteitseis.’ De pleitnota van Anjelier verwijst onder 5 slechts naar het oordeel van de rechtbank dat art. 17 van Pro de Koopovereenkomst moet worden opgevat als uitsluiting van titel 1 van Boek 7 BW en onder 7 wordt slechts gesteld: ‘Of [verweerster] nu wel of niet een beroep op de wettelijke conformiteitsbepaling kan doen, het leidt onder de streep tot hetzelfde.’ De antwoordmemorie na deskundigenbericht bevat onder 4 vooral een herhaling van de tekst van art. 17 van Pro de koopovereenkomst en evenals onder 7 (ii) de stelling dat in art. 17 is Pro opgenomen dat er geen garanties zijn gegeven en aan het slot van 7 dat art. 17 van Pro de koopovereenkomst afdoet aan de verwachtingen die [verweerster] mocht hebben.
onderdeel 2.
www.fundainbusiness.nlis gepubliceerd, en dat in deze brochure onder meer is vermeld “platte daken in april 2016 v.v. nieuwe dakbedekking”. Anjelier c.s. hebben in hoger beroep uitdrukkelijk herhaald dat deze uitlating namens Anjelier is gedaan (memorie van antwoord onder 2.5). Het bepaalde in artikel 17 van Pro de koopovereenkomst heeft op geen enkele wijze afbreuk kunnen doen aan die door Anjelier jegens [verweerster] gedane mededeling in het kader van de totstandkoming van die overeenkomst. Anjelier c.s. hebben althans onvoldoende duidelijk kunnen maken hoe de afwezigheid van gegeven garanties in de koopovereenkomst ertoe kan leiden dat die uitdrukkelijke mededeling van de kant van Anjelier als niet gedaan moet worden beschouwd, of waarom [verweerster] daarop niet (meer) heeft mogen afgaan. Dat geldt, mutatis mutandis, evenzeer voor het overigens in dit artikel bepaalde, dat evenmin aan die mededeling afbreuk kan doen. Daaraan voegt het hof volledigheidshalve nog het volgende toe. Anders dan Anjelier c.s. betogen, rustte op [verweerster] als koper geen verplichting om te onderzoeken of de platte daken van het bedrijfspand daadwerkelijk waren voorzien van een nieuwe dakbedekking. [verweerster] mocht, vanwege de niet voor tweeërlei uitleg vatbare informatie in de verkoopbrochure, redelijkerwijs immers verwachten dat dit het geval was. Anjelier c.s. hebben ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat [verweerster] die verwachting niet mocht hebben. Dit alles betekent dat
grief 1slaagt.’
uitdrukkelijke”mededeling’, althans dat oordeel had moeten motiveren.
vierde onderdeelis gericht tegen r.o. 2.11 van het eindarrest, waarin het hof heeft geoordeeld dat Anjelier de schade dient te vergoeden die bestaat uit de kosten van het aanbrengen van een nieuwe dakbedekking van gemiddelde kwaliteit, alsmede de kosten van noodreparaties, en tegen r.o. 3 van het eindarrest, waarin het hof Anjelier heeft veroordeeld tot vergoeding van bedragen exclusief btw. Het onderdeel bestaat uit drie subonderdelen, genummerd 4.1 tot en met 4.3.
exclusief btw. Nu uit de processtukken blijkt dat [verweerster] een btw-ondernemer is, is de btw voor haar geen schade, omdat zij de btw in vooraftrek kan nemen op grond van art. 15 lid Pro 1, aanhef en onder a, Wet op de omzetbelasting 1968. De schade is dus een bedrag zonder btw en dus 21% lager, nu Anjelier geen btw hoeft te voldoen.