Wij, L115, L144 en L176, herkenden [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1990 te Paramaribo, aan de hand van een door het tactisch team ter beschikking gestelde foto.
2. Een proces-verbaal van observatie van 19 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-058, T-624, T-076, T-677 en T-529 (ZD07 dossierpagina’s 1 en 2).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededelingen van de aan Team Opsporing van de Eenheid Amsterdam verbonden verbalisanten (of één van hen):
Op 18 juni 2019 om 16.20 uur hebben wij de observatie op perceel [a-straat 1] te Tiel overgenomen van het observatieteam van de Eenheid Limburg.
Wij, T-529 en T-624, zagen om 17.28 uur dat er een man (het hof begrijpt: de medeverdachte [betrokkene 1] ) met een fiets de woning uit de [a-straat 1] kwam. Wij zagen dat deze fiets voorzien was van een fietstas. Wij zagen dat man met een telefoon in de hand stil stond maar een minuut later weg fietste. Daarop is de man in de [a-straat] aangehouden.
3. Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-968 en T-965 (AD02 dossierpagina’s 15 tot en met 17).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededelingen van de verbalisanten (of één van hen):
Op 19 juni 2019 hebben wij op de locatie [c-straat 1] te Amsterdam een in beslag genomen voertuig, een Mercedes Citan voorzien van kenteken [kenteken 1] , doorzocht. Bij deze doorzoeking is de forensisch expert van de eenheid Amsterdam aangesloten. Hij constateerde dat er niet-originele bedrading in het voertuig aanwezig was, waardoor het vermoeden ontstond dat er mogelijk verborgen ruimtes aanwezig zouden kunnen zijn in het voertuig. Na verder onderzoek aan het voertuig werd een verborgen ruimte aangetroffen in het laadcompartiment, welke te openen was vanuit de ruimte waar de bestuurder zich bevindt.
4. Een geschrift, zijnde een niet ondertekend proces-verbaal forensisch onderzoek vervoermiddel met nummer PL1300-2019126054-27, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (niet doorgenummerde pagina’s).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2019 voerde ik een forensisch onderzoek uit aan het voertuig dat stond geparkeerd op het afgesloten parkeerterrein van de [c-straat 1] te Amsterdam.
Voertuig : bestelauto
Merk/type : Mercedes-Benz Citan
Land : Nederland
Kenteken : [kenteken 1]
Bevindingen
Ik zag dat het voertuig aan de passagierszijde was voorzien van een schuifdeur. Ik zag dat de vloer van de laadruimte was te bedienen door het contact aan te zetten van het voertuig en een magneet, ter hoogte van de handrem, tegen de middenconsole aan te plaatsen. Ik zag dat er onder de vloer een open ruimte zichtbaar was geworden. Ik zag in de open ruimte een setje handschoenen liggen. Ik heb de linkerhandschoen veiliggesteld en in een
breathable baggedaan voorzien van SIN AAMB8531NL.
Sporendragers
Goednummer : PL1300-2019126054-5782704
SIN : AAMB853INL
Object : Handschoen
Bijzonderheden : links
5. Een deskundigenverslag, zijnde een rapport van het Nederland Forensisch Instituut (NFI) van 19 november 2019, zaaknummer 2019.10.01.111 (aanvraag 001), met opschrift ‘DNA-onderzoek naar aanleiding van een overtreding van de Opiumwet in Tiel op 18 juni 2019’, opgemaakt door NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA [betrokkene 2] (niet doorgenummerde pagina’s).
Dit deskundigenverslag houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
DNA-onderzoek
Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:
AALT5664NL#01 een bemonstering (binnenkant handschoen; AAMB8531NL)
Resultaten, interpretatie en conclusie
Het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] RAAP2501NL (geboren op [geboortedatum] 1990) is met de DNA-profielen van de bemonsteringen vergeleken.
Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
AALT5664NL#01 (
binnenkant handschoen)
DNA-mengprofiel van minimaal drie personen
Afgeleid DNA-hoofdprofiel
DNA-nevenkenmerken
Onbekende man A
Verdachte [verdachte] en nog minimaal één onbekende persoon
kleiner dan 1 op 1 miljard
Zie ‘Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek’
Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
Voor het berekenen van de bewijskracht van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] en het DNA-mengprofiel AALT5664NL#01 zijn de volgende aannames gedaan:
- de bemonstering AALT5664NL#01 bevat DNA van drie personen;
- de onbekende personen in dit mengsel zijn niet onderling of aan verdachte [verdachte] verwant.
Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:
Hypothese 1 : De bemonstering bevat DNA van de verdachte [verdachte] en twee
willekeurige onbekende personen.
Hypothese 2 : De bemonstering bevat DNA van drie willekeurige onbekende personen.
Het verkregen DNA-mengprofiel AALT5664NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese I waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
6. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 juli 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (ZD05 dossierpagina’s 7 en 8).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van de verbalisant:
Op 18 juni 2019 is voor de deur van het adres [a-straat 1] te Tiel een verdachte aangehouden. De verdachte zat tijdens de aanhouding op een fiets. Op de bagagedrager van de fiets zat een dubbele fietstas. Er is een onderzoek naar de fietstas gedaan. In de fietstas zat een blauwe AH-tas met daarin een dichte oranje tas. De oranje tas is geopend. Daarin waren vervolgens blokken zichtbaar. De blauwe tas met daarin de oranje tas met daarin de blokken zijn overgedragen aan het forensisch lab van de Nationale Politie, eenheid Amsterdam.
7. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming van 19 juni 2019, opgemaakt door opsporingsambtenaar T-624 (ZD05 dossierpagina’s 71 en 72).
[…]
8. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming van 19 juni 2019, opgemaakt door opsporingsambtenaren T-624 en T-934 (ZD05 dossierpagina’s 73 en 74).
[…]
9. Een proces-verbaal bevindingen overzicht cocaïne van 17 september 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-775 (ZD05 dossierpagina 70).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven,
als mededeling van de verbalisant:
Op 18 juni 2019 werd [betrokkene 1] aangehouden. Hij voerde een fiets voorzien van fietstassen met zich. In deze fietstassen werden diverse blokken aangetroffen. Omwille van de snelheid is eerst één van de blokken getest op cocaïne. Dit blok woog precies 1 kg.
De overige blokken zijn gewogen en wegen samen 7,72 kg. […]
10. Een geschrift, zijnde een rapport van het Laboratorium Forensische Opsporing van de politie Eenheid Amsterdam met nummer 0781N19 van 24 juni 2019, opgemaakt door forensisch expert [betrokkene 3] (ZD05 dossierpagina 6).
[…]
11. Een geschrift, zijnde een rapport van het Laboratorium Forensische Opsporing van de politie Eenheid Amsterdam met nummer 0863N19 van 10 juli 2019, opgemaakt door forensisch expert [betrokkene 4] (ZD08 dossierpagina 4).
[…]
12. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-841 (ZD05 dossierpagina’s 17 tot en met 20).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van de verbalisant:
Op 18 juni 2019 omstreeks 14.10 uur werd aangehouden [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1990.
Bij de verdachte [verdachte] werd na zijn aanhouding onder andere een iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek is vast komen te staan dat bij de in beslag genomen telefoon het telefoonnummer [telefoonnummer 1] hoort. Uit onderzoek in de genoemde telefoon bleek dat [verdachte] tussen maandag 17 juni 2019 en dinsdag 18 juni 2019 veelvuldig WhatApp-contact onderhield (118 maal) met een persoon die in de contactlijst in de telefoon van [verdachte] voorkomt als ‘ [alias] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Uit de WhatsApp-historie in de telefoon van [verdachte] blijkt dat hij sinds 12 december 2018 WhatsApp-contact onderhoudt met ‘ [alias] ’.
In de telefoon bevindt zich de volgende WhatsApp-communicatie d.d. 17 december 2018:
[alias] : ik heb een blok nodig
[verdachte] : wat voor blok
[alias] : kijk als er eentje te krijgen is moet letterlijk blok zijn geen poeder
[verdachte] : die kill van me is in su man
WhatsApp-gesprek tussen [verdachte] en [alias] op 17 juni 2019 tussen 12.50 uur en 13.12 uur. [verdachte] vraagt ‘wgjd’ (wat ga je doen).
[alias] zegt ‘Ik zou beetje werken op die auto maar als we moeten bewegen ben ik er’.
[verdachte] zegt ‘Ja er is een btje’, ‘Er is ff een djoenta’.
[alias] zegt ‘Hoe laat’
[verdachte] zegt ‘Ik ga nu ff paar tassen halen’
Uit de database van de ANPR blijk dat het voertuig waarin [verdachte] reed toen hij werd aangehouden, een busje met kenteken [kenteken 1] , via Vianen en Meerkerk naar België is gereden. Uit de data blijkt dat genoemde bus op 17 juni 2019 te 15.35 uur vanuit Nederland bij Hazeldonk de grens naar België over gaat. Vervolgens blijkt uit de data van de ANPR dat genoemde bus op 17 juni 2019 te 21.54 uur bij Hazeldonk vanuit België Nederland weer in rijdt.
13. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 29 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-841 en T-850 (PD03 dossierpagina’s 7 tot en met 16).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 oktober 2019 tegenover de verbalisanten (V) afgelegde verklaring van
[betrokkene 5](A):
V: Is [telefoonnummer 2] jouw nummer?
A: Ja.
V: Heb je dat nummer al lang?
A: Als het goed is wel. Ik heb hem al zeker wel een jaar, misschien wel langer.
V: Leen je hem wel eens uit?
A: Nee. Mijn telefoon, mijn telefoonnummer, mijn SIM-kaart.
(…)
V: Ik lees nu de WhatsApp van 17 december 2018. Dit komt uit de telefoon van [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). Wat bedoel je met dat blok?
A: Ik denk dat het drugs is, een blok.
(...)
V: Wanneer heb je [verdachte] voor het laatst gezien?
A: Ik heb een keer achter hem aangereden.
V: Jullie reden met twee voertuigen?
A: Ja, hij reed in een werkauto, een grijze Mercedes.
V: Wat voor auto reed jij?
A: In zijn auto, of die van zijn vriendin, een Citroen. Hij gaf die auto aan mij.
V: Hebben jullie elkaar ontmoet?
A: Weet ik niet meer.
V: Dat was bij een tankstation.
A: Oh ja, nu weet ik het weer. Ik heb hem bij een Shell ontmoet.
V: Jullie zijn [daarna] naar Tiel gegaan?
A: Ja, dat kan.
14. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 juli 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-868 (ZD05 dossierpagina’s 12 tot en met 16).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van de verbalisant:
Bij de verdachte [verdachte] werd na zijn aanhouding een iPhone in beslag genomen. Op last van de officier van justitie is deze iPhone onderzocht.
Op 15 mei 2019 heeft [verdachte] een screenshot gemaakt van een encrypted message waarin een NNM/NNV (het hof begrijpt: een onbekend gebleven man of vrouw) opdracht geeft een stevige en snelle auto aan te schaffen van 4 à 5K. De opdrachtgever noemt de auto een ‘auto voor de voorrijder.’. Tevens zegt de opdrachtgever dat [verdachte] deze maand ‘vol’ betaald wordt 15K; de voorrijder krijgt 3K.
15. Een proces-verbaal van bevindingen van 15 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-841 (ZD05 dossierpagina’s 63 en 64).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van de verbalisant:
Naar aanleiding van de verdenking contra verdachte [verdachte] , [geboortedatum] 1990, heb ik een onderzoek ingesteld naar de aankoop van een personenauto merk Citroen, type DS3, kenteken [kenteken 2] door de verdachte.
Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] op 3 juni 2019 genoemde personenauto op zijn naam heeft gesteld. Uit de gegevens van de RDW bleek dat genoemde Citroën op 12 juni 2019 overgeschreven is op naam van [betrokkene 6] .
Op 15 oktober 2019 te 10.45 uur hoorde ik telefonisch als getuige een vrouw genaamd [betrokkene 6] . Zij verklaarde aan mij:
- De personenauto Citroen DS3, kenteken [kenteken 2] staat op mijn naam.
- De auto is niet van mij maar van mijn vriend genaamd [verdachte] .
- Mijn vriend had de auto op 3 juni 2019 gekocht en op zijn naam gezet.
16. Een proces-verbaal van bevindingen van 14 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-841 (ZD05 dossierpagina’s 57 en 58).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven,
als mededeling van de verbalisant:
Naar aanleiding van de verdenking contra verdachte [verdachte] , [geboortedatum] 1990, heb ik een onderzoek ingesteld naar de aankoop van een personenauto merk Citroen, type DS3, kenteken [kenteken 2] door de verdachte.
Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] op 3 juni 2019 genoemde personenauto op zijn naam heeft gesteld. Uit de gegevens van de RDW bleek de vorige eigenaar [te zijn] genaamd [betrokkene 7] . [betrokkene 7] bleek ingevolge de KvK eigenaar te zijn van een autobedrijf genaamd ‘ [A] ’ gevestigd op het adres [d-straat 1] te Ouderkerk aan de Amstel.
Op 11 oktober 2019 tee 10.00 uur hoorde ik op genoemd adres als getuige [betrokkene 7] , die mij het volgende verklaarde:
- De personenauto Citroen DS3, kenteken [kenteken 2] is in mijn bezit geweest.
- Rond 3 juni 2019 belde een onbekende man die interesse had in mijn Citroen DS3, kenteken [kenteken 2] .
- De man die voor de auto kwam stelde zichzelf voor als [betrokkene 8] .
- Na onderhandelen kwamen we een bedrag van € 6.500 overeen.
- [betrokkene 8] betaalde cash.
- Op 3 juni 2019 is de auto overgeschreven op zijn naam.
- Ik weet de echte naam van [betrokkene 8] niet.
17. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 19 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-621 (AD02 dossier-pagina’s 11 en 12).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven,
als mededeling van de verbalisant:
Op 18 juni 2019 omstreeks 18.30 uur werd door mij voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning [a-straat 1] te Tiel. Tijdens de doorzoeking werd een Samsung telefoon in beslag genomen (het hof: en dus geen andere voor inbeslagname vatbare goederen). Op 18 juni 2019 te 19.36 uur werd de zoekplaats verlaten.
18. Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-621, T-950 en T-058 (ZD05 dossierpagina’s 1 tot en met 3).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven,
als mededelingen van de verbalisanten (of één van hen):
Ik, T-621, zag tijdens de doorzoeking van de woning [a-straat 1] te Tiel een viertal kartonnen dozen van de Gamma liggen. Ik zag in deze dozen (het hof: niets anders dan) een hoeveelheid zaagsel liggen.”
7. Het hof heeft onder het kopje ‘Bewijsoverweging en voorwaardelijk verzoek’ nog het volgende overwogen:
“De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken en heeft verzocht het vonnis in zoverre te bevestigen. Daartoe heeft hij, kort gezegd, aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de in de fietstas van de medeverdachte [betrokkene 1] aangetroffen cocaïne eerder die dag (mede) door de verdachte is aangevoerd. Voor het geval het hof het in de
breathable evidence bag(waarin de tassen met daarin de cocaïne na inbeslagneming zijn bewaard) aangetroffen ‘zaagsel’ zou aanmerken als een verbindende factor in de bewijsconstructie, heeft de raadsman verzocht door het Nederlands Forensisch Instituut een (vergelijkend) onderzoek naar het ‘zaagsel’ te laten verrichten.
Het hof overweegt als volgt.
Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen neemt het hof als vaststaand aan dat:
- de medeverdachte [betrokkene 5] (‘ [alias] ’) op 17 december 2018 een WhatsApp-bericht naar de verdachte heeft gestuurd waarin hij meldt dat hij een ‘blok’ nodig heeft, over welk blok [betrokkene 5] later heeft verklaard dat hij denkt dat het daarbij om drugs ging;
- de verdachte op 15 mei 2019 een screenshot heeft gemaakt van een versleuteld bericht waarin een onbekend gebleven persoon hem opdracht geeft om voor de ‘voorrijder’ een stevige en snelle auto aan te schaffen van 4 á 5K (het hof begrijpt: vier- á vijfduizend euro). Tevens laat die opdrachtgever [verdachte] weten dat hij deze maand 15K (het hof begrijpt: vijftienduizend euro) betaald krijgt en dat de voorrijder 3K (het hof begrijpt: drieduizend euro) krijgt;
- de verdachte op 17 juni 2019 per WhatsApp-bericht aan [betrokkene 5] heeft meegedeeld dat er ‘djoenta’ (het hof begrijpt: werk) is;
- de verdachte die middag (van 17 juni 2019) in een Mercedes Citan met kenteken [kenteken 1] naar België is gereden om ’s avonds weer terug te keren naar Nederland;
- de Mercedes Citan een verborgen ruimte heeft en dat daarin een handschoen is aangetroffen, waarop zich DNA-materiaal bevond waarvan de verdachte, zo concludeert het hof, de donor is geweest;
- de verdachte en [betrokkene 5] elkaar de volgende ochtend op 18 juni 2019 bij een tankstation langs de A2 nabij Eindhoven hebben ontmoet en vanaf daar, ieder in een eigen auto, naar een woning aan de [a-straat 1] in Tiel zijn gereden. De verdachte reed in de Mercedes Citan. [betrokkene 5] reed in een Citroen DS3 met kenteken [kenteken 3] die door de verdachte op 3 juni 2019 voor € 6.500,00 was aangeschaft en op zijn naam was gesteld; op 12 juni 2019 is dit voertuig vervolgens op naam gesteld van de vriendin van de verdachte, genaamd [betrokkene 6] ;
- direct na aankomst bij die woning omstreeks 13:20 uur een onbekend gebleven man contact maakte met de verdachte en vervolgens vanuit de laadruimte van de Mercedes Citan vier dozen naar de woning heeft gebracht, waarna de verdachte de laadruimte verliet en weer als bestuurder in de Mercedes Citan plaatsnam;
- de woning vervolgens onder observatie is gehouden totdat om 17:28 uur [betrokkene 1] met een fiets uit de woning kwam. In de op die fiets bevestigde fietstas bleken pakketten met in totaal 8,72 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne te zitten;
- in het tijdsbestek tussen het moment dat de onbekend gebleven, blanke man met de dozen de woning in liep (omstreeks 13:20 uur) en het verlaten van de woning door [betrokkene 1] (om 17:28 uur) geen persoon de woning heeft betreden dan wel verlaten (waarbij het hof aantekent dat de tactische recherche om 16:20 uur de observatie heeft overgenomen van het observatieteam en er in dat tijdsbestek dus onophoudelijk zicht op de woning is geweest);
- bij doorzoeking van de woning lege dozen, maar geen contrabande zijn aangetroffen.
Bij die stand van zaken is het meest voor de hand liggende scenario dat de op 18 juni 2019 bij [betrokkene 1] aangetroffen cocaïne enkele uren daarvoor door de verdachte in dozen is aangevoerd in de Mercedes Citan. De verdachte heeft het tenlastegelegde ontkend, maar heeft om hem moverende redenen geen antwoord willen geven op vragen naar de exacte omstandigheden rondom de autorit en de situatie bij de woning. Aldus heeft hij geen aanknopingspunten aangereikt die een andere interpretatie van de vastgestelde feiten kunnen rechtvaardigen. Daarvoor zijn ook overigens geen solide aanknopingspunten in het dossier te vinden. Daarom komt het hof tot de slotsom dat de conclusie die al voor de hand lag, juist is.
Het tenlastegelegde kan dus wettig en overtuigend worden bewezen. Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt in alle onderdelen verworpen, met dien verstande dat het hof niet bewezen acht dat de verdachte in vereniging met een of meer anderen heeft gehandeld.
Het voorwaardelijk gedane verzoek behoeft geen nadere bespreking, omdat aan de daaraan verbonden voorwaarde niet is voldaan.”