Conclusie
1.Feiten en procesverloop
attempted) scheepsbeslag, en Brodosplit op verbeurte van een dwangsom verboden om het ontwerp en de specificaties van het schip aan derden ter beschikking te stellen of zelf nog een schip conform dat ontwerp en die specificaties te bouwen. Aan deze beslissingen heeft het scheidsgerecht mede het oordeel ten grondslag gelegd dat Brodosplit een niet-geoorloofde vertraging had opgelopen in de bouw van het schip en dat Star Clippers daarom de overeenkomst rechtsgeldig had beëindigd.
2.Bespreking van het principaal cassatiemiddel
These damages are direct consequences of the attachment.The causal link is not broken because these consequences were also conditioned by commercial decisions of Star Clippers flowing from the arrest,
i.e., the decisions to leave the place of arrest, to change the itineraries of the Royal Clipper and (…) in order to avoid French waters and possible further arrests, to compensate the passengers and to post security after the UNUM 19.009 arbitral proceedings. The Tribunal opines that the attachment was the adequate cause of all these decisions.
Brodosplit has alleged that the loss should remain with Star Clippers because it has been caused by sailing away from the place of arrest. That is unconvincing. Sailing away may have been a criminal offense, but it is hard to see how that might have caused a pecuniary loss.As an
obiter, the Tribunal adds that it is quite possible that the loss suffered by Star Clippers would have been higher in case of a prolonged stay of the Vessel at the place of arrest. Star Clippers has alleged that it would have been time consuming for it to arrange providing securities to back up bank guarantees, which has not been sufficiently disputed by Brodosplit.
nemo auditur suam propriam turpitudinem allegans, because such a broad principle of law in itself is not sufficient to solve concrete cases and is not apt, without further substantiation, to convince the Tribunal that it would thwart civil liability for abusive attachment in the case at hand.’
II JURIDISCH KADER
Het dwingendrechtelijke beginsel wat in deze kwestie speelt is het beginsel dat niemand voordeel mag trekken uit een opzettelijk begane onrechtmatige daad. Immers, het eindvonnis veroordeelt Brodosplit de schade die voortvloeit uit een feit waarvan de illegaliteit en strafbaarheid in het Franse vonnis is vast komen te staan aan Star Clippers te vergoeden.
Het eindvonnis kan dan ook niet anders begrepen worden dan als een verplichting tot vergoeding van schade die (mede) het gevolg is van een criminele daad.
Tevens is het evident dat het eindvonnis Brodosplit veroordeelt tot het vergoeden van schade die het directe gevolg is van het criminele handelen van Star Clippers. Het moge duidelijk zijn dat dit onverenigbaar is met het beginsel dat niemand voordeel mag trekken uit een opzettelijk begane onrechtmatige daad.
De samenleving als geheel heeft er enorm belang bij dat criminele gedragingen bestraft worden en niet via civielrechtelijke wegen indirect beloond of schadeloos gesteld. Daar het eindvonnis weldegelijk dat laatste bewerkstelligt, moet het privébelang van Star Clippers in dit geval wel wijken voor het grotere publieke belang van de Franse Republiek.’