ECLI:NL:PHR:2023:110
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen oplichting en poging tot oplichting
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van meervoudige oplichting en medeplegen van poging tot oplichting. Het hof legde een gevangenisstraf van 162 dagen op, met aftrek van voorarrest, en kende een vordering van de benadeelde partij toe.
Het cassatieberoep richtte zich op twee middelen: het eerste middel betrof klachten over de strafmotivering, met name dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de schending van de redelijke termijn in eerste aanleg en dat de toepassing van LOVS-oriëntatiepunten onjuist zou zijn. Het tweede middel betrof een formeel gebrek over de beëdiging van raadsheren.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het hof terecht oordeelde dat het aangevoerde verweer omtrent de redelijke termijn onvoldoende onderbouwd was en dat het hof wel degelijk rekening hield met de schending van de redelijke termijn in hoger beroep. Ook was de uitleg en toepassing van de LOVS-oriëntatiepunten begrijpelijk en binnen de strafrechterlijke beoordelingsvrijheid. Het formele middel over beëdiging faalde op grond van recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
De conclusie van de AG was dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep van verdachte verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de gevangenisstraf van 162 dagen blijft gehandhaafd.