Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
Vul alle vragen goed in
3.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank). Hij heeft, kort gezegd, gevorderd dat Aegon wordt veroordeeld om de verzekeringsovereenkomst na te komen zonder uitsluiting of clausulering van de dekking in verband met psychische klachten en dat de vermelding van zijn naam in de registers over verzwijging en fraude wordt verwijderd op straffe van het verbeuren van een dwangsom, met veroordeling van Aegon in de proceskosten. Hij heeft gesteld dat er geen stoornis of gebrek is vastgesteld en dat hij de vragen in de gezondheidsverklaring zo mocht opvatten dat alleen klachten die (na onderzoek) hebben geleid tot een diagnose en/of een behandeling gemeld hadden moeten worden.
tussenperiode) geen klachten heeft gehad. Aegon stelt dat als zij wel op de hoogte was geweest, dekking voor arbeidsongeschiktheid wegens psychische klachten zou zijn uitgesloten dan wel zou zijn geclausuleerd met de mogelijkheid van herbeoordeling. [10] [verweerder] heeft betwist dat hij in de tussenperiode signalen heeft gehad die hij toen had moeten melden bij Aegon. [11]
hof). Hij heeft een grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank over, kort gezegd, schending van zijn mededelingsplicht en een grief tegen het oordeel dat Aegon bij kennis van de ware stand van zaken de verzekering niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan. Aegon heeft verweer gevoerd.
Het invullen van de gezondheidsverklaring
“Aandoening, ziekte of klachten van psychische aard”) niet heeft aangekruist. Het hof baseert zijn oordeel op de volgende overwegingen.
Let op!) staat, anders dan Aegon in de conclusie van antwoord (randnummer 98) met de ingekopieerde passages suggereert, pas in de kantlijn op de volgende bladzijde. In de kantlijn naast de hokjes A tot en met D staat alleen de vraag/instructie:
“Heeft u een of meer van de volgende aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken? Of heeft u deze gehad? Kruis dan het hokje voor de letter aan”.
“(…) Client heeft altijd met een hoog energieniveau [hard] gewerkt (oa. 30clienten tegelijk bediend), is ws over een grens heengegaan, heeft wel wat signalen gehad, maar was nog niet zo duidelijk. Nu is hij ertegenaan gelopen en voelt zich lamgeslagen (…)”.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Maarnse broodbezorger, [32] wel vermeld dat bij de toets aan het kenbaarheidsvereiste ‘rekening moet worden gehouden met wat een persoon als de verzekeringnemer in deze weet of behoort te begrijpen.’ [33] Engel leidt uit de verwijzing naar dit arrest af dat bij de toepassing van het kenbaarheidsvereiste rekening moet worden gehouden met de persoon van de aspirant-verzekeringnemer. [34] De beoordelingsmarge die het criterium laat (‘redelijkerwijs’) heeft tot gevolg dat in het geval van een onduidelijkheid in de vragenlijst in zekere zin enige ruimte bestaat voor de aspirant-verzekeringnemer om zelf de relevantie van een bepaald feit te beoordelen in het licht van de gestelde vraag. [35] De beoordelingsruimte is groter wanneer het gaat om een open vraag, dan wanneer het gaat om een meer gerichte vraag. [36] Bij de beoordeling van de manier waarop de aspirant-verzekeringnemer een vraag mocht opvatten is hiernaast van belang dat de vragen mede dienen te worden gelezen in hun onderling verband en samenhang. [37]
niethoefde aan te kruisen en daarbij
niethoefde te melden dat hij in 2012, 2013, en 2016 naar de huisarts is gegaan in verband met onder andere concentratieproblemen en dat hij twee keer door de huisarts is verwezen naar een psycholoog en daar ook naartoe is gegaan. Volgens het onderdeel betekent het oordeel dat hij de gezondheidsverklaring niet zo moest begrijpen dat hij bij vraag 3 hokje B dan wel M had moeten aankruisen nog niet, en in ieder geval niet zonder meer, dat hij de gezondheidsverklaring in tegengestelde zin mocht begrijpen. Indien [verweerder] moest twijfelen aan de betekenis van de gezondheidsverklaring, kan hij zich niet, althans niet zonder meer, beroepen op de daaraan door hem toegekende betekenis. De schriftelijke toelichting werkt een en ander aldus uit dat op de aspirant-verzekeringnemer een onderzoeksplicht rust in geval van gerede twijfel over hoe (vragen in) de gezondheidsverklaring opgevat moeten worden. De schriftelijke toelichting beroept zich op art. 3:33, 3:35 en 3:11 BW en verwijst naar onder meer de arresten
NBA/Meerhuysen(HR 2 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4410,
NJ2008/104, m.nt. C.E. du Perron, r.o. 3.5.1) en
Avery/VRG(HR 4 januari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0103,
NJ1991/254, r.o. 3.3). [50]
Het subonderdeel voert aan dat indien een in een gezondheidsverklaring opgenomen vraag intransparant of onduidelijk is, dit er juist op wijst dat de aspirant-verzekerde niet mocht vertrouwen op de door hem daaraan gegeven betekenis, maar rekening ermee moest houden dat deze vraag een andere betekenis heeft. Dit geldt in het bijzonder gelet op de regel dat de aspirant-verzekerde (gerichte) vragen van de verzekeraar volledig en naar waarheid dient te beantwoorden.
Subonderdeel 2.1.4bevat daarnaast ook nog de klacht dat het oordeel van het hof dat het, kort gezegd, breder trekken van de waarschuwing op pagina 3 te veel gevraagd zou zijn van de gemiddelde lezer, gelet op de in subonderdeel 2.1.1 genoemde omstandigheden, onbegrijpelijk is.
Subonderdeel 2.2.1is hiervoor onder 4.20 e.v. al besproken.
Subonderdeel 2.2.2vormt gedeeltelijk een herhaling van subonderdeel 2.1.1 en 2.1.2. Het subonderdeel wijst eveneens op de onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat hokje 3 B alleen betrekking had op aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken die reëel zijn/waren. Het hof herhaalt dit oordeel uit r.o. 4.4 in r.o. 4.5. Het subonderdeel faalt in zoverre in het voetspoor van subonderdeel 2.1.1 en 2.1.2.