3.4Verder houdt het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie van 7 juni 2022 nog het volgende in:
Van mijn collega heb ik de terugkoppeling ontvangen dat de beslagstukken binnen een week dienen te worden aangeleverd van zowel de telefoonwinkel aan het [a-straat 1] als de loodsen gelegen aan de [b-straat ] en [c-staat ] te [plaats] . Omdat ik geen proces-verbaal van de in raadkamer gehouden zitting van 31 mei 2022 heb ontvangen en evenmin een (tussen)beschikking, zal ik afgaan op hetgeen mijn collega mij heeft meegedeeld. Vanzelfsprekend wil ik graag aan uw bevel voldoen.
Informatie omtrent het beslag in de telefoonwinkel treft u in het als bijlage 1 gevoegde proces-verbaal met daarbij behorend overzicht.
Ten aanzien van het beslag in de loodsen het volgende. Hoewel ik graag aan uw bevel zou willen voldoen, is dit een voor mij onmogelijk uit te voeren opdracht. Het beslag in de loodsen betreft hier namelijk acht vrachtwagens aan inbeslaggenomen goederen dat meerdere politiemensen zeer lange tijd zal kosten om dit te inventariseren. Wel kan ik het als bijlage 2 gevoegde proces-verbaal
met daarbij behorend overzicht bieden, dat een (globale) inventarisatie biedt van het beslag afkomstig uit de loodsen. Ik ga er van uit dat dit voldoende is om het klaagschrift te beoordelen.
Via mijn collega gehoord hebbend het bevel gegeven in raadkamer van 31 mei 2022 zal ik nog enige toelichting geven op het beslag en een nadere zienswijze op het standpunt van het OM ten aanzien van het klaagschrift en hetgeen ter zitting is ingebracht.
[a-straat 1] (de telefoonwinkel)
Bij e-mail van 24 maart 2022 gericht aan de strafgriffie heeft de verdediging een klaagschrift ingediend namens klager. Daarin staat, voor zover hier relevant, het volgende:
" [klager] drijft onder de naam [A] een eenmanszaak, te weten een telefoonwinkel te [plaats] aan het [a-straat 1] .
Op 28 februari jl. is door de politie een doorzoeking uitgevoerd in - ondermeer - dit bedrijfspand, waarbij de gehele handelsvoorraad, bestaande uit honderden mobiele telefoontoestellen in beslag is genomen. Klager beschikt niet over een verslag van binnentreden in zijn bedrijfspand noch van een kennisgeving van inbeslagneming."
Klager klaagt dus (uitsluitend) over de gehele handelsvoorraad die bestaat uit honderden mobiele telefoons in de telefoonwinkel aan het [a-straat 1] . Klager klaagt niet over andere goederen in de telefoonwinkel of over goederen op een of meer andere locaties.
Bij e-mail van 11 mei 2022 heeft het OM de verdediging in kennis gesteld dat het beslag op de gehele handelsvoorraad is opgeheven. Daarbij is melding gemaakt dat de Belastingdienst beslag heeft gelegd wegens een belastingschuld. Het OM heeft de verdediging verzocht het klaagschrift in te trekken.
Bij e-mail van 23 mei 2022 is door het OM een kennisgeving van inbeslagneming aan de verdediging gestuurd, welke onderdeel uitmaakt van het dossier.
Een proces-verbaal van 24 mei 2022 is door het OM eveneens toegevoegd aan het dossier. Hieruit volgt dat onderzoek gaande is naar de overige inbeslaggenomen goederen anders dan de handelsvoorraad mobiele telefoons, .
Het klaagschrift beperkt zich uitsluitend tot de handelsvoorraad mobiele telefoons, zodat het beslag op de andere goederen geen onderdeel is van deze klaagschriftprocedure. Mocht u dit standpunt niet volgen, dan verzet zich het belang van strafvordering tegen teruggave van deze goederen
[b-straat 1] , [b-straat 3] en [c-staat 1] (de loodsen)
Het bij e-mail van 24 maart 2022 ingediende klaagschrift ziet uitsluitend op de gehele handelsvoorraad mobiele telefoons die in beslag is genomen in de telefoonwinkel. De verdediging rept bij dit klaagschrift niet over de loodsen aan de [b-straat ] en [c-staat ] en de daar in beslaggenomen goederen. Integendeel, het gaat in het klaagschrift uitsluitend over de gehele handelsvoorraad mobiele telefoons gerelateerd aan de telefoonwinkel aan het [a-straat 1] .
Nadat het OM op 11 mei 2022 aan de verdediging heeft gecommuniceerd dat het beslag op de handelsvoorraad [mobiele telefoons] is opgeheven en verzocht het klaagschrift in te trekken, heeft de verdediging op 19 mei 2022 schriftelijk gesteld richting het OM (dus niet naar de griffie van de rechtbank; vgl. art. 552a lid 4 Sv) dat het klaagschrift door gebruikmaking van de woorden "onder meer" ook op andere goederen betrekking zou hebben.
Deze stelling kan niet worden gevolgd. Zowel zuiver taalkundig als in de context gelezen is het klaagschrift naar de mening van het OM niet anders te lezen dan dat het klaagschrift betrekking heeft op uitsluitend de gehele handelsvoorraad mobiele telefoons in de telefoonwinkel.
De verdediging schrijft immers: "Op 28 februari jl. is door de politie een doorzoeking uitgevoerd in - ondermeer - dit bedrijfspand, waarbij de gehele handelsvoorraad, bestaande uit honderden mobiele telefoontoestellen in beslag is genomen."
De woorden "onder meer" staan tussen "doorzoeking" en "bedrijfspand". Daarmee slaat "onder meer" op "bedrijfspand" en niet op de inbeslaggenomen goederen. Vervolgens heeft de verdediging de inbeslaggenomen goederen nader gespecificeerd: "de gehele handelsvoorraad, bestaande uit honderden mobiele telefoontoestellen". Dit laat, wat het OM betreft, dus geen enkele ruimte voor een lezing waarbij andere goederen al dan niet in andere panden worden bedoeld. De
woorden "onder meer" staan tenslotte ook niet tussen de woorden "uit" en "honderden". Dan zou mogelijk nog een pleitbaar standpunt kunnen geweest dat het klaagschrift ook zag op eventuele andere goederen in de telefoonwinkel, maar nog steeds niet op andere goederen in andere locaties.
De onhoudbare stelling van de verdediging in de communicatie naar het OM van 19 mei 2022 (niet naar de griffie van de rechtbank) kan en mag ook niet worden betrokken bij de inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift:
(ECLI:NL:HR:2022:497, r.o. 2.5): "Opmerking verdient dat als een klager het beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering wil uitbreiden tot voorwerpen waarop het ingediende klaagschrift geen betrekking heeft, hij daartoe een nieuw klaagschrift kan indienen." Oftewel, klager zou een nieuw klaagschrift moeten indienen. Kennelijk heeft de verdediging dit (nieuwe) standpunt ook mondeling ter zitting van de raadkamer ingenomen. Gezien uw aan het OM gegeven bevel lijkt u dit standpunt volgen. Maar ook mondelinge uitbreiding van het klaagschrift kan niet bij de inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift worden betrokken (ECLI:NL:HR:2004:AP1533). De omvang van het geding ziet dus niet op de goederen in de loodsen. Mocht uw rechtbank daar anders over oordelen dan geldt ook voor deze goederen, dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet, meer in het bijzonder het belang van de waarheidsvinding. Voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat het belang van strafvordering zich niet langer zou verzetten tegen teruggave, is het maar zeer vraag of het beslag aan klager dient te worden teruggegeven. Kennelijk heeft klager in raadkamer het standpunt betrokken dat hij rechthebbende is op inbeslaggenomen goederen in loodsen aan de [b-straat ] en [c-staat ] . Dit is merkwaardig, omdat klager kennelijk ten overstaan van een journalist van het Eindhovens Dagblad heeft verklaard: "(...) maar ik weet niets van die opslag." (bijlage 3). Daaruit kan dus weer worden afgeleid dat hij geen rechthebbende is.
In raadkamer heeft vervolgens de raadsman weer wat anders gesteld door te melden dat goederen ook van anderen kunnen zijn. Van welke goederen stelt klager dan rechthebbende te zijn? Wie zijn nog meer rechthebbende(n)? Deze vraag is relevant vanwege het volgende (ECLI:NL:HR:2010:BL2823, r.o. 2.5): "Het wettelijk stelsel brengt mee dat op de rechter de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv te beslissen, aan de hand van de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een ander dan de klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. In dat geval mag de rechter niet treden in de beoordeling van het klaagschrift zonder dat die belanghebbende - indien deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is - in de gelegenheid is gesteld
om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
Aangezien de verdediging zelf komt met andere rechthebbende(n) zal het voor de verdediging eenvoudig zijn deze op te voeren, en zijn deze dus "gemakkelijk traceerbaar". Door immers onder deze omstandigheden te beslissen over deze goederen, zouden de belangen van anderen in het gedrang kunnen komen.
Conclusies
Ik kom tegemoet aan uw bevel door inzicht te geven in het beslag.
Primair meen ik dat u uitsluitend kunt beslissen op de in het klaagschrift genoemde inbeslaggenomen goederen, te weten "de gehele handelsvoorraad mobiele telefoons" in de telefoonwinkel. De beslissing zou moeten inhouden dat klager niet ontvankelijk is, nu het strafvorderlijk beslag op de handelsvoorraad mobiele telefoons is opgeheven. Alle overige na het klaagschrift per e-mail of mondeling gedane aanvullingen, dienen buiten de inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift te blijven.
Subsidiair: voor zover u zou oordelen dat het klaagschrift op alle inbeslaggenomen goederen in de telefoonwinkel gelegen aan het [a-straat 1] zou zien, geldt ten aanzien van de mobiele telefoons dat klager niet ontvankelijk is om bovenstaande redenen en vordert het belang van strafvordering het voortduren van het overige beslag. Dit blijkt evident uit het eerder aan het dossier
gevoegde proces-verbaal. Het klaagschrift dient - dus subsidiair - deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond te worden verklaard.
Meer subsidiair: voor zover u zou oordelen dat het klaagschrift ook op alle inbeslaggenomen goederen in de loodsen gelegen aan de [b-straat ] en [c-staat ] zou zien, het volgende. Aan die goederen vindt onderzoek plaats, waardoor zich het belang van strafvordering verzet tegen teruggave, meer in het bijzonder de waarheidsvinding.
Nog meer subsidiair: voor zover u zou oordelen dat het belang van strafvordering zich niet meer zou verzetten tegen teruggave van de inbeslaggenomen goederen in de loodsen gelegen aan de [b-straat ] en [c-staat ] , dient de verdediging het standpunt van de andere rechthebbenden nader in te kleuren, zodat ook die anderen, zijnde belanghebbenden, op het klaagschrift kunnen reageren en eventueel zelf een klaagschrift kunnen indienen.”