Conclusie
3.Het procesverloop
[Afbeelding 2]
[Afbeelding 3]
Parket bij de Hoge Raad
Klager, eigenaar van een telefoonwinkel, diende een klaagschrift in tegen de inbeslagname van zijn handelsvoorraad mobiele telefoons en overige goederen in zijn winkel en loodsen. De rechtbank verklaarde het beklag niet-ontvankelijk voor de handelsvoorraad telefoons omdat het strafvorderlijk beslag daarop was opgeheven en verklaarde het beklag voor het overige gegrond, waarna zij teruggave van de overige inbeslaggenomen goederen gelastte.
Het Openbaar Ministerie stelde in cassatie dat het klaagschrift niet ziet op de administratie en goederen in de loodsen, en dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave vanwege lopend onderzoek naar mogelijke diefstal. De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van het klaagschrift door de rechtbank, mede gelet op de beperkte informatiepositie van klager, niet onbegrijpelijk is en dat een mondelinge toelichting het klaagschrift niet onrechtmatig wijzigt.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het belang van strafvordering door het OM onvoldoende was onderbouwd met stukken en dat de rechtbank terecht oordeelde dat dit belang zich niet tegen teruggave verzet. Het cassatieberoep werd verworpen met motivering ontleend aan art. 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt bevestigd.