ECLI:NL:PHR:2023:1139
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beslag en verschoningsrecht bij fraudeonderzoek voedselketen
In deze zaak betreft het cassatieberoep van een klager tegen de ongegrondverklaring door de rechtbank Oost-Brabant van een klaagschrift ex art. 552a Sv, gericht op opheffing van beslag op fysieke dossiers en een back-up van het ICT-systeem van de klager, in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar grootschalige fraude in de voedselketen.
De procedure startte met een doorzoeking van bedrijfspanden in oktober 2020, gevolgd door het indienen van klaagschriften en behandeling in de meervoudige economische raadkamer en rechter-commissaris. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en de klager niet-ontvankelijk in het beklag tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Het cassatieberoep richt zich op de vraag of de behandeling in raadkamer openbaar heeft plaatsgevonden en op het verschoningsrecht.
De Hoge Raad oordeelt dat ondanks een proces-verbaal dat geen openbaarheid vermeldt, uit een brief van de voorzitter blijkt dat de behandeling op 2 april 2021 wel openbaar was, waardoor het middel faalt. Ten aanzien van het verschoningsrecht wordt geoordeeld dat de klager niet verschoningsgerechtigd is en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor klachten hierover. Het cassatieberoep wordt daarom deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard wegens klachten over het verschoningsrecht en voor het overige verworpen.