ECLI:NL:HR:2023:15

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 2023
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
21/04002
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a lid 7 SvArt. 25 SvArt. 94a lid 3 SvArt. 36f Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beslag op geldbedrag wegens verdenking medeplegen moord

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij beslag is gelegd op een geldbedrag onder hem, in verband met verdenking van medeplegen van moord/doodslag.

De Hoge Raad heeft de klachten van klager beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking. De Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De procedure betrof onder meer de vraag of de behandeling in de raadkamer openbaar had plaatsgevonden, de gevolgen van het ontbreken van een proces-verbaal van de uitspraak, en de mogelijkheid voor de rechtbank om te oordelen over de waarschijnlijkheid van een toekomstige schadevergoedingsmaatregel.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 7 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt verworpen en de beslagbeschikking blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04002 B
Datum7 februari 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2021, nummer RK 21/003510, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 februari 2023.