Conclusie
1.Feiten
high-end hi-fiapparatuur. Een organogram van de Hobo-groep ziet er als volgt uit: [2]
high-end hi-fiapparatuur importeerde en distribueerde. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (broers) waren bestuurders van Hobo, Hobo Holding en Retail Team (deze drie vennootschappen hierna gezamenlijk: ‘Hobo c.s.’). Enig bestuurder van Crea, Hifi Nederhold en Penhold was (vader) [betrokkene 3] .
2.Procesverloop
Eerste aanleg
Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization– is gebleven en dat een redelijke verwachting ook toen was dat de EBITDA op 1 februari 2015 niet positief zouden zijn (rov. 4.1.-4.2.);
2. Het geding in hoger beroep
Hobo c.s. hebben niet zelf de handdoek in de ring gegooid” boven rov. 4.3., en rov. 4.3.-4.7.).
Geen goede grond te vrezen dat Hobo c.s. in hun verplichtingen zullen tekortschieten” boven rov. 4.8., rov. 4.8., 4.9., met name de laatste alinea, en rov. 4.10.) Zie over de gevestigde pandrechten en dit gesprek randnummers 1.4 en 1.7 hiervoor. Al met al bestond voor Rabobank geen contractuele grondslag die haar opzeggingsbevoegd maakte (rov. 4.9., laatste zin).
Overige weren van Rabobank falen” boven rov. 4.12., en rov. 4.12.-4.15.).
De vorderingen zullen worden toegewezen(…)
.”);
5. Beslissing
verklaart voor recht dat Rabobank toerekenbaar is tekortgeschoten en toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens Hobo Holding en haar rechtsvoorgangsters.” [11] Het hof heeft uiteindelijk in een e-mail aan partijen laten weten dat het verzoek van Rabobank niet wordt gehonoreerd, omdat geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. [12]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
enkel voor zover [13] deze oordelen betrekking hebben op Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en/of Crea (randnummers 3.1-3.5 van de procesinleiding). De strekking van het cassatieberoep is dus beperkt.
rechtsvoorgangsters” niet zelf gedefinieerd, maar dit is de enige begrijpelijke uitleg van dit begrip): [18] Hobo, Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea;
groepsvennootschappen” niet zelf gedefinieerd, maar dit is de enige begrijpelijke uitleg van dit begrip in rov. 3.27. van het bestreden arrest): [19] Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea – op Hobo door middel van cessie heeft verkregen;
e vorderingen” zullen worden toegewezen, dat het niet nodig is om andere grieven te bespreken en dat de zaak naar de schadestaatprocedure wordt verwezen;
e vorderingen” zullen worden toegewezen. Dat het hof in rov. 4.15. zonder beperking heeft beslist dat “[d]
e vorderingen” zullen worden toegewezen, suggereert dat het hof in rov. 4.15.
allevorderingen op het oog heeft gehad. Maar deze uitleg van rov. 4.15. schuurt met de bewoordingen van het dictum waarin het hof in ieder geval niet expliciet heeft beslist op het tweede gedeelte van de door Hobo Holding verwoorde en gevorderde verklaring voor recht dat Rabobank is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen en
toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens Hobo Holding en haar rechtsvoorgangsters(zie rov. 2. van het bestreden arrest). Uit randnummers 16.-17. en 165. van de memorie van grieven van Hobo Holding lijkt te volgen dat Hobo Holding dit tweede gedeelte van haar vorderingen voor haarzelf én al haar rechtsvoorgangsters als bedoeld in randnummer 3.3 hiervoor, eerste gedachtestreepje, heeft ingesteld, en het eerste gedeelte slechts voor haarzelf en Hobo (zie hierover de in voetnoot 18 hiervoor genoemde vindplaatsen). Het hof heeft in het dictum in ieder geval niet expliciet beslist op dit tweede gedeelte van de vorderingen van Hobo Holding.
toerekenbaar” tekort is geschoten in de nakoming van verbintenissen, terwijl Hobo Holding volgens rov. 2. van het bestreden arrest en het petitum in haar memorie van grieven
ten aanzien van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenisgéén verklaring voor recht over toerekenbaarheid heeft gevorderd. Moet uit rov. 4.15. (“
De vorderingen zullen worden toegewezen(…)”) en het woord “
toerekenbaar” in het dictum worden afgeleid dat het hof (ook) de gevorderde verklaring voor recht over toerekenbaar onrechtmatig handelen en de dáármee verbonden schadevergoedingsvordering heeft toegewezen? Of heeft het hof gelet op de bewoordingen van het dictum niet op déze vorderingen beslist, maar enkel op de gevorderde verklaring voor recht dat Rabobank is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen en de dáárom toegewezen schadevergoeding?
contractuelevorderingsrechten pretendeert in te stellen – hoe dan ook wél beslist dat Rabobank ten aanzien van Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea tekort is geschoten in de nakoming van een verbintenis in de zin van art. 6:74 lid 1 BW Pro en daarom schadevergoeding verschuldigd is? [22]
rechtsvoorgangsters” (meervoud) van Hobo Holding, zowel in het dictum als in rov. 2. van het bestreden arrest. Zie over het begrip “
rechtsvoorgangsters” nader randnummer 3.3 en voetnoot 18 hiervoor. Een drietal lezingen van het bestreden arrest blijft – voor zover relevant voor het cassatieberoep – dan over:
nietbeslist op de gevorderde verklaring voor recht dat Rabobank toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld en op de dáármee verbonden schadevergoedingsvordering en heeft (ii) dus ten aanzien van deze partijen enkel de gevorderde verklaring voor recht dat Rabobank is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis en de dáármee verbonden schadevergoedingsvordering
toegewezen;
toegewezenen heeft (ii) ten aanzien van deze partijen
geen beslissing genomenop de gevorderde verklaring voor recht dat Rabobank is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis en op de dáármee verbonden schadevergoedingsvordering;
toegewezenen heeft (ii) ten aanzien van deze partijen
ookde gevorderde verklaring voor recht dat Rabobank is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis en de dáármee verbonden schadevergoedingsvordering
toegewezen.
Hobo c.s.– dus: Hobo, Hobo Holding en Retail Team – partij bij de financieringsovereenkomst (rov. 3.4.).
niet-contractuelenormschending aan de orde is als de feiten en omstandigheden zoals die op het moment van opzegging bekend waren de inroeping van de opzeggingsgrondslag niet rechtvaardigden. [26] Maar Rabobank heeft in haar memorie van antwoord aangevoerd (i) dat geen sprake is geweest van onrechtmatig handelen en (ii) dat Hobo Holding geen vorderingen van Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea op Rabobank heeft verkregen. [27] Met Rabobank meen ik dat met het oordeel dat Rabobank geen onmiddellijke opzeggingsbevoegdheid had nog niet voldoende begrijpelijk is gemotiveerd dat Rabobank onrechtmatig heeft gehandeld tegenover Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea en dáárom tot schadevergoeding verplicht is (randnummers 3.3-3.5 van de procesinleiding). [28] Het bestreden arrest bevat verder ook geen gemotiveerde toerekenbaarheidsbeoordeling in de zin van art. 6:162 lid 1 in Pro samenhang met lid 3 BW.
4.Slotsom en afdoeningswijze
eigenbelang heeft. [35] Het hof heeft
nietvastgesteld – en dat is in cassatie onbestreden – dat Hobo Holding vorderingen van Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea op Rabobank heeft verkregen. Het hof heeft in rov. 3.27. geoordeeld dat Hobo Holding de vorderingen van de groepsvennootschappen Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea
op Hoboen de vorderingen van
Hoboop Rabobank door middel van cessie heeft verkregen. Rabobank heeft in haar memorie van antwoord aangevoerd dat Hobo Holding géén vorderingen van Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea op Rabobank heeft verkregen, Rabobank is er daarom van uitgegaan dat deze vorderingen niet ter beoordeling (kunnen) voorliggen, en Rabobank heeft dit herhaald in haar procesinleiding. Met Rabobank lees ik in producties 55-56 bij de memorie van grieven slechts dat Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea hun vorderingen
op Hobohebben overgedragen aan Hobo Holding en dat (de curator van) Hobo de vorderingen van
Hoboop Rabobank aan (onder meer) Hobo Holding heeft overgedragen. [36] Ik lees daarin niet dat Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea hun (gestelde) vorderingen op Rabobank hebben overgedragen aan Hobo Holding. [37] Hobo Holding heeft bij de mondelinge behandeling in hoger beroep van 11 februari 2022 en in haar schriftelijke toelichting niet weersproken dat Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea geen vorderingen op Rabobank aan Hobo Holding hebben overgedragen. [38] In zoverre ontbreekt daarom een
eigenbelang bij de door Hobo Holding ingestelde vorderingen. Ook geldt dat Hobo Holding zelf niet betrokken is bij de (gestelde) buitencontractuele rechtsverhouding tussen Rabobank enerzijds en Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea anderzijds. Gezien het voorgaande beletten art. 3:302 en Pro 3:303 BW dat ten behoeve van Hobo Holding een verklaring voor recht en schadevergoeding wordt toegewezen voor zover deze toewijzing betrekking zou hebben op Penhold, Hifi Nederhold, Hifi Team en Crea. [39] Ik meen dat voor de vraag of sprake is van een eigen belang van Hobo Holding ook ambtshalve kan worden getoetst aan art. 3:303 BW Pro, en voor verklaringen voor recht ook aan art. 3:302 BW Pro (in ieder geval) voor zover art. 3:302 BW Pro in dit opzicht samenvalt met art. 3:303 BW Pro. [40]