Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
Middel 1betoogt dat het Hof de herleidingsmethode ten onrechte heeft verworpen.
Middel 2voert aan dat de naheffingsaanslag tijdsevenredig moet worden verminderd op de grond dat bij het verlenen van bpm-teruggaaf bij export van auto 4 geen rekening is gehouden met de naheffing.
Middel 1faalt.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
Beroepschrift in cassatie
middel 2). In geding is immers de naheffing en niet een teruggave in verband met export. Belanghebbende is daarnaast niet degene die de voertuigen heeft geëxporteerd, zodat zij volgens de Staatssecretaris niet wordt benadeeld. Bovendien heeft belanghebbende het nageheven bedrag nog niet betaald, zodat bij de teruggaaf terecht geen rekening is gehouden met dit bedrag, aldus de Staatssecretaris. [6]
4.Bespreking van de middelen
Middel 1 (herleidingsmethode)
B. Waarde per punt
B. Waarde per punt