Belanghebbende B.V. heeft tegen een naheffingsaanslag BPM en bijbehorende belastingrente beroep ingesteld nadat de inspecteur de door belanghebbende gehanteerde herleidingmethode voor BPM-berekening niet accepteerde. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd. Het hof behandelt het hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het geschil betreft vier hoofdvragen: de toelaatbaarheid van de herleidingmethode voor BPM-berekening, het gebruik van koerslijsten van XRay voor afschrijving van auto’s 2 tot en met 5, toepassing van artikel 10b Wet BPM 1992 voor auto 3, en de hoogte van de proceskostenvergoeding. Het hof wijst het verzoek om geluidsopnamen te maken af wegens verstoring van de procesorde.
Het hof volgt de rechtbank in het verwerpen van de herleidingmethode, oordeelt dat de koerslijsten van XRay wel bruikbaar zijn, en bevestigt dat toepassing van het tarief van 1 juli 2012 voor auto 3 leidt tot een lagere naheffing. Het hof kent een hogere proceskostenvergoeding toe dan de rechtbank en wijst een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 6.102.
De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 5 juli 2023. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad. Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bevestigt de immateriële schadevergoeding toegekend door de rechtbank.