Conclusie
3.Het eerste middel
Procesgang
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland bij beschikking van 15 oktober 2021 het beklag van klaagster tot teruggave van een onder haar broer in beslag genomen personenauto ongegrond verklaard. De auto was in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen haar broer wegens handelen en bezit van harddrugs. Klaagster stelde eigenaar van de auto te zijn en vorderde teruggave.
De rechtbank heeft in raadkamer de standpunten van klaagster, haar broers en het Openbaar Ministerie gehoord. De rechtbank oordeelde dat het niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat klaagster als eigenaar van de auto moest worden aangemerkt, mede vanwege onduidelijkheden over de aankoop, het feit dat het paspoort van een broer in de auto was aangetroffen en het gebruik van de auto door de verdachte broer. Ook kon niet worden vastgesteld dat een andere broer eigenaar was.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep faalt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat zij bevoegd was tot kennisneming van het beklag en dat klaagster onvoldoende belang had bij vernietiging. Het oordeel over het eigendom van de auto is niet onbegrijpelijk gelet op de feiten en omstandigheden. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beklag tot teruggave van de in beslag genomen auto wordt ongegrond verklaard omdat het eigendom niet buiten redelijke twijfel is vastgesteld.