Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
1. Het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 9 november 2019 (pg. 15-17), voor zover inhoudende als verklaring van [aangeefster] :
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling, waarbij hij het slachtoffer met beide armen om de nek klemde, wat ademnood veroorzaakte. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer, medische rapporten en politieverklaringen. Het hof stelde vast dat het slachtoffer meerdere keren vroeg om losgelaten te worden, maar dat de verdachte dit niet onmiddellijk deed.
Het hof verwierp het beroep op vrijwillige terugtred omdat het loslaten van het slachtoffer niet tijdig en niet actief was om het intreden van zwaar lichamelijk letsel te voorkomen. Het hof oordeelde dat het misdrijf al was voltooid in de zin van een voltooide poging en dat het niet-intreden van het letsel toe te schrijven was aan toevallige omstandigheden.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op vrijwillige terugtred was verworpen, met name omdat het loslaten van het slachtoffer juist het intreden van letsel had kunnen voorkomen. Ook werd aangevoerd dat het hof niet had vastgesteld hoe lang de nek was omklemd. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof voldoende had gemotiveerd en dat het cassatieberoep faalde.
Daarnaast werd een middel over de onjuiste beëdiging van raadsheren verworpen, met verwijzing naar een eerder arrest van de Hoge Raad. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep en bevestiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.