Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring, de bewijsvoering en de strafmotivering
3.Bespreking van het eerste middel
[AG: feit 4]niet overtuigend is”. Ten aanzien van de wederspannigheid (feit 5) heeft de rechtbank expliciet overwogen dat ze “geen reden (heeft) om aan de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] te twijfelen voor wat betreft het verzet van de verdachte, aangezien deze bevindingen steun vinden in de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1]”. Ook tegen deze achtergrond kon en mocht het hof zich in zijn reactie op het tot vrijspraak strekkende verweer beperken tot de eerste twee aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt ten grondslag gelegde argumenten.
4.Het tweede middel
óóktot strafvermindering moet leiden”.
alleen in zeer uitzonderlijke situatiesworden aangemerkt als een passende vorm van geweld.
en als er geen minder ingrijpend middel voorhanden is;
lichamelijke integriteitof de persoonlijke levenssfeer van de verdachte."