4.2Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 3 november 2021 heeft de verdediging het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota. Deze pleitnota houdt ten aanzien van de strafmaat (met weglating van de voetnoten in):
“Strafvermindering / 359a Sv
18. Zoals gezegd is [verdachte] te pakken genomen door drie verbalisanten die bewapend waren met lexaanschilden en een politiehond. Laatstgenoemde heeft hem serieus te grazen genomen, zo oordeelde ook de rechtbank. Hoewel er in eerste aanleg meer dan uitgebreid verweer op is gevoerd, heeft de rechtbank niet gerespondeerd op het in dit verband gevoerde verweer strekkende tot strafvermindering wegens het gebruik, van disproportioneel politiegeweld bij de aanhouding.
19. Als we het relaas van de politie volgen, komt het ingezette geweld neer op het volgende:
a. Meerdere vuistslagen op het hoofd en lichaam door verbalisant [verbalisant 1] terwijl [verdachte] al tegen de vloer was aangedrukt;
b. Het twee keer inzetten van de diensthond terwijl [verdachte] geen kant op kon;
c. Dit terwijl de politie in de meerderheid en in het bezit was van lexaanschilden én een diensthond.
20. Een van de aandachtspunten bij de inzet van politiegeweld is het zoveel mogelijk voorkomen van letsel aan kwetsbare lichaamsdelen zoals bijvoorbeeld het hoofd. De Ombudsman:
"Het slaan op het hoofd (als kwetsbaar lichaamsonderdeel) kan
alleen in zeer uitzonderlijke situatiesworden aangemerkt als een passende vorm van geweld.
21. [verbalisant 1] heeft [verdachte] meerdere vuistslagen op zijn hoofd en lichaam gegeven terwijl [verdachte] op dat moment al tegen de vloer was gedrukt. Van een "zeer uitzonderlijke" situatie was dan ook geen sprake. In tegendeel zelfs: [verdachte] was ongewapend en werd tegen de vloer gedrukt.
22. Het aantal aanwezige politieagenten speelt volgens de Nationale Ombudsman ook een rol in dit toetsingskader. Het gebruik van een ingrijpend of zwaar geweldsmiddel is minder snel gerechtvaardigd als er in geval van één verdachte meerdere politieambtenaren aanwezig zijn die kunnen assisteren. Het was zoals gezegd drie tegen één terwijl de politie serieus bewapend was en [verdachte] geen kant op.
23. Ook speelt de mate van verzet volgens de Ombudsman een rol. Bij "hevig fysiek verzet" moet worden gedacht aan een stomp in de maag, het gebruik van de wapenstok, pepperspray, inzet van de diensthond en het gebruik van het dienstwapen. Steeds dient het minst ingrijpende middel te worden overwogen. [verdachte] is niet in de maag gestopt, de wapenstok is niet gebruikt en evenmin is er pepperspray ingezet.
24. De hoofdregel voor de inzet van de diensthond luidt volgens de Ombudsman als volgt:
"(Dreigen met) de inzet van een politiehond is een zwaar geweldsmiddel. Een politiehond kan namelijk zeer ernstige verwondingen veroorzaken. Van een dergelijk geweldsmiddel moet behoedzaam gebruik worden gemaakt. Dit is alleen geoorloofd:
- bij gevaar voor de veiligheid van politieambtenaren of derden, bijvoorbeeld bij hevig fysiek verzet bij de aanhouding gericht tegen politieambtenaren;
- of bij een vluchtende verdachte waarbij sprake is van een ernstig ingrijpend misdrijf, zoals een (woning)inbraak, maar niet in geval van minder ernstige delicten;
-
en als er geen minder ingrijpend middel voorhanden is;
- en na vordering/bevel (indien aan de orde) en een waarschuwing."
25. Als we de bevindingen van de verbalisanten volgen, was de inzet van de diensthond niet op voorhand uitgesloten. Ik meen echter dat hij in dit specifieke geval niet mocht worden ingezet omdat er minder ingrijpende middelen voorhanden waren.
26. De verbalisanten hadden bijvoorbeeld kunnen pepperen of tezamen fysiek geweld kunnen gebruiken op niet-vitale lichaamsdelen. In plaats daarvan is ervoor gekozen om in een kleine ruimte, terwijl [verdachte] zich al op de grond bevond en geen kant op kon, de diensthond in te zetten nadat er al meerdere klappen tegen het hoofd waren gegeven. Gezien de verwondingen van [verdachte] zal de hond ook niet direct na het "stop" commando zijn gestopt met bijten.
27. Ik wijs u in dit verband op een uitspraak van het Amsterdamse hof waarin de inzet van de politiehond als een vormverzuim werd aangemerkt. Het ging om één verdachte die zich aan zijn aanhouding door vier verbalisanten trachtte te onttrekken. Op enig moment is de diensthond ingezet hetgeen net als in casu fors letsel met zich meebracht. Ook deze diensthond had moeite met loslaten. Het hof:
"Naar het oordeel van het hof is de inzet van de diensthond onder de gegeven omstandigheden niet proportioneel. Het hof overweegt daartoe dat de inzet van een politiehond een zwaar geweldsmiddel is dat zeer terughoudend moet worden toegepast. In de onderhavige zaak was weliswaar sprake van een voor de agenten hectische situatie maar er was volop politie aanwezig waardoor op alternatieve wijze het gezag had kunnen worden gehandhaafd c.g. hersteld. Er is dan ook sprake van een bij het voorbereidend onderzoek begaan onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a, eerste lid, Sv."
28. Deze overwegingen passen, behoudens het aantal verbalisanten, naadloos op de zaak van [verdachte]. Het gebruikte politiegeweld voldoet in casu dan ook niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het belang dat dit voorschrift dient, is de bescherming van burgers tegen ongeoorloofde inbreuken op de lichamelijke integriteit door de overheid. De ernst van het verzuim is aanzienlijk, nu [verdachte] geen kant op kon en er bewust voor is besloten om de diensthond meermaals in te zetten. Het nadeel dat hierdoor is veroorzaakt is het feit dat [verdachte] serieuze kwetsuren heeft opgelopen en tot op de dag van vandaag kampt met slaapproblemen en psychische klachten.
29. Dit vormverzuim is niet te herstellen en de gevolgen die daaraan moeten worden verbonden blijken niet uit de wet.
30. Strafvermindering komt slechts voor toepassing in aanmerking als de verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, dit nadeel is veroorzaakt door het verzuim, het nadeel geschikt is voor compensatie door middel van strafvermindering en als strafvermindering ook in het licht van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. In december 2020 heeft de Hoge Raad daar het volgende aan toegevoegd:
"Strafvermindering laat zich als rechtsgevolg dat geschikt is voor compensatie van door de verdachte ondervonden nadeel, verbinden aan onder meer vormverzuimen die een inbreuk hebben gemaakt op de
lichamelijke integriteitof de persoonlijke levenssfeer van de verdachte."
31. Door het niet in achtnemen van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit heeft [verdachte] ernstig letsel opgelopen waardoor zijn lichamelijke integriteit ernstig is aangetast.
32. Door het verbinden van strafvermindering als rechtsgevolg aan een vormverzuim, brengt de rechter volgens de Hoge Raad tot uitdrukking dat het vormverzuim zodanig ernstig is dat niet kan worden volstaan met de enkele constatering van dat vormverzuim. In de toepassing van strafvermindering ligt dan ook een krachtigere afkeuring van het vormverzuim besloten dan in de enkele constatering dat er sprake is van een vormverzuim. Tegen de achtergrond van het veroorzaakte letsel ben ik van oordeel dat een dergelijk signaal moet worden afgegeven.
33. In het licht van al het voorgaande meen ik dat toepassing van strafvermindering passend en geboden is en ik verzoek u om daartoe over te gaan.
34. De rechtbank veroordeelde [verdachte] tot 4,5 jaar onvoorwaardelijk. Als u mij volgt voor wat betreft de waardering van de feiten en het gevoerde 359a Sv verweer is dat veel teveel van het goede. Mijn verzoek aan uw hof is om, net als aan de medeverdachte, hoogstens 36 maanden op te leggen.”