Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Procesverloop
3.Het bestreden arrest
6 maanden.
4.Het middel
5.Juridisch kader
6.Bespreking van het middel
nade datum die op de akte stond vermeld. In het dossier bevonden zich weliswaar identieke ‘mededelingen uitspraak’ die gedateerd waren
voorde datum die op de akte van uitreiking stond vermeld, maar deze mededingen waren niet aan deze akte gehecht. Mijn ambtgenoot A-G Keulen stelde dat het hem onwaarschijnlijk voorkwam dat, zoals de steller van het middel aanvoerde, op de datum die op de akte van uitreiking stond vermeld iets anders aan de verdachte was uitgereikt dan een mededeling uitspraak van het vonnis in eerste aanleg, maar meende desalniettemin dat “die onwaarschijnlijkheid niet bepalend is. Vast moet staan dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is.” Gelet op de gevolgen die aan deze bekendheid worden verbonden, kwam het hem dan ook juist voor aan de vaststelling van zo’n omstandigheid wezenlijke eisen te stellen. [9]