ECLI:NL:HR:2019:1933

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2019
Publicatiedatum
10 december 2019
Zaaknummer
18/05252
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.B OpiumwetArt. 310 SrArt. 408.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens te laat ingesteld hoger beroep in strafzaak

In deze strafzaak ging het om het oordeel van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat het hoger beroep van de verdachte te laat was ingesteld. De verdachte werd verdacht van handelen in strijd met artikel 3.B van de Opiumwet en diefstal volgens artikel 310 Sr Pro.

De kern van het geschil betrof de vraag of uit de akte van uitreiking, waarop het hof zich baseerde, kon worden afgeleid wanneer de verdachte daadwerkelijk bekend was geworden met het vonnis. Het hof had geoordeeld dat de akte van uitreiking van 23 november 2017 betekende dat de verdachte op die datum bekend was met het vonnis en dat het hoger beroep dat op 12 januari 2018 werd ingesteld te laat was.

De Hoge Raad oordeelde dat het niet duidelijk was welk vonnis de akte van uitreiking betrof en dat niet was gebleken dat het een mededeling van het vonnis betrof. Hierdoor was het oordeel van het hof onbegrijpelijk. Op grond van de conclusie van de Advocaat-Generaal vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep.

Het arrest werd uitgesproken op 10 december 2019 door de strafkamer van de Hoge Raad, met J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onduidelijkheid over de termijn van hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05252
Datum10 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2018, nummer 20/000124-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Het middel richt zich tegen het oordeel van het Hof dat de verdachte het hoger beroep na het verstrijken van de wettelijke termijn heeft ingesteld.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 tot en met 10 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2019.