ECLI:NL:PHR:2023:393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat personen betrokken bij illegale handel in geregistreerde stoffen geen marktdeelnemers zijn volgens EU-verordening
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingen tot een strafbaar feit met betrekking tot geregistreerde stoffen, maar vrijgesproken van het niet naleven van de kennisgevingsplicht onder verordening nr. 273/2004. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het begrip 'marktdeelnemer' en de reikwijdte van de kennisgevingsplicht.
Het Hof van Justitie oordeelde dat alleen personen die binnen een legaal kader betrokken zijn bij het in de handel brengen van geregistreerde stoffen als marktdeelnemers in de zin van de verordening kunnen worden beschouwd. Personen die in het kader van een illegale activiteit handelen, vallen niet onder deze definitie en zijn derhalve niet verplicht tot kennisgeving van ongewone orders of transacties.
De Hoge Raad concludeerde dat deze uitleg betekent dat de verdachte, die betrokken was bij illegale activiteiten met geregistreerde stoffen, geen marktdeelnemer is en dat het hof de verdachte terecht vrijsprak van het niet naleven van de kennisgevingsplicht. Het cassatieberoep werd verworpen. Tevens werd overwogen dat het stellen van prejudiciële vragen een bijzondere omstandigheid vormt die de redelijke termijn in de cassatiefase rechtvaardigt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de verdachte geen marktdeelnemer is en de vrijspraak van de kennisgevingsplicht in stand blijft.