Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
Agressie
3.Bespreking van het cassatiemiddel
ter verkrijging van een beslissing over de klacht” als bedoeld in art. 56c Wzd. Het cassatieberoep is daarom ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de beslissing van de rechtbank om de klacht over het gedeeltelijk terreinverbod ongegrond te verklaren.
Beslissing over de klacht ex artikel 56c Wet zorg en dwang (Wzd) en schadevergoeding op grond van artikel 44 Wzd Pro”). Deze door de rechtbank aan de gedingstukken gegeven uitleg is in cassatie niet bestreden, zodat daarvan in cassatie moet worden uitgegaan. [8] Overigens is het in het licht van de inhoud van het verzoekschrift niet onbegrijpelijk dat de rechtbank art. 44 Wzd Pro als grondslag van het schadevergoedingsverzoek heeft aangemerkt. [9]
onvrijwillige zorg” vallen. Hierbij kan gedacht worden aan het vasthouden van de cliënt door zorgverleners, het mechanisch beperken van de mogelijkheden van de cliënt om delen van zijn lichaam te bewegen (bijv. polsbandjes of het op de rem zetten van een rolstoel), en het plaatsen op een gesloten afdeling. Ook valt te denken aan het op slot doen van de voordeur, het altijd moeten vragen om toestemming om naar buiten te mogen en het ontzeggen van toegang tot bepaalde ruimtes binnen een locatie (bijv. de keuken, omdat daar spullen liggen die gevaarlijk zijn voor de cliënt). [11] De kwalificatie als onvrijwillige zorg heeft tot gevolg dat de desbetreffende vorm van zorg in beginsel alleen mag worden verleend indien deze in het zorgplan is opgenomen en voldaan is aan de overige voorwaarden die de Wzd hieraan stelt (het ‘stappenplan Wzd’).
Administratieve voorschriften bij opname en verblijf”) zijn enkele voorschriften over huisregels neergelegd. Zo dient de zorgaanbieder zo spoedig mogelijk na de opname van de cliënt een schriftelijk overzicht van de in de accommodatie geldende huisregels ter hand te stellen (lid 1). Ook is bepaald dat de huisregels geen andere regelen bevatten dan die nodig zijn voor een ordelijke gang van zaken en voor de veiligheid in de accommodatie (lid 2). In de memorie van toelichting bij de Wzd is over ‘huisregels’ het volgende opgemerkt:
in de huidige wet: artikel 45 en Pro 46; toevoeging A-G] geven een aantal administratieve voorschriften met betrekking tot de opname van cliënten op grond van een besluit van het indicatieorgaan, een rechterlijke machtiging of een last tot inbewaringstelling. De zorgaanbieder stelt aan een opgenomen cliënt en diens vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk na diens opname een schriftelijk overzicht van de in de accommodatie geldende huisregels ter hand. Huisregels mogen alleen algemene regels bevatten die nodig zijn voor een ordelijke gang van zaken in een accommodatie, zoals de afspraak dat er na een bepaalde tijd geen harde muziek meer wordt gedraaid. Daarnaast kan het gaan om regels die nodig zijn om een veilig klimaat te creëren. Bij dit laatste kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op het voorhanden hebben van pornografisch materiaal en op het gebruik van alcohol en drugs. (…)” [12]
hem is verteld dat hij zich niet in de buurt van de woning van de buurman mocht begeven”. [22] De rechtbank heeft verder in rov. 4.10 vastgesteld dat de regel dat een cliënt niet ongevraagd en hinderlijk bij een cabin van een andere bewoner mag rondhangen een algemeen geldende huisregel is en dat “
ook” de buurman van betrokkene op het naleven daarvan is aangesproken. Gelet op dit een en ander heeft de rechtbank met het oordeel dat “
het gedeeltelijk terreinverbod geen onvrijwillige zorg betreft maar een ordemaatregel die volgt uit de huisregels van [locatie 1]” kennelijk niet meer bedoeld dan dat betrokkene is aangesproken op het naleven van de bedoelde huisregel ten aanzien van de cabin van de buurman.