ECLI:NL:PHR:2023:533
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid klager in beklag teruggave goederen en verwerpt beroep
De zaak betreft een beklag van klager tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag over de teruggave van goederen die in april 2019 in beslag zijn genomen in een pand dat op naam van klager staat. Diverse goederen, waaronder telefoons, laptops, USB-sticks, een trouwring, europallets en een Volkswagen Golf, stonden centraal in het geschil.
De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk voor een groot deel van de goederen omdat deze niet of niet meer onder beslag stonden of omdat klager niet aannemelijk kon maken dat hij rechthebbende was. Voor andere goederen, zoals pompwagens, autobanden, gereedschappen en de Volkswagen Golf, verklaarde de rechtbank het beklag ongegrond omdat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzette. Deze goederen waren vermoedelijk eigendom van de broer van klager, die verdacht werd van witwassen en heling.
In cassatie klaagde klager over de motivering van de rechtbank, het oordeel over zijn rechthebbende status en de toepassing van het beslagrecht. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar beslissingen toereikend had gemotiveerd, dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde en dat klager niet-ontvankelijk was voor de goederen waarvoor een last tot teruggave aan de beslagene was gegeven. Het beroep van klager werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van het beroep en het beroep wordt voor het overige verworpen.