ECLI:NL:PHR:2023:560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor gewoontewitwassen met vermenging crimineel vermogen
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot tien maanden en twee weken gevangenisstraf wegens gewoontewitwassen. Het hof stelde vast dat de verdachte en haar medeverdachte, met wie zij gehuwd was, onvoldoende legaal inkomen hadden om het cafetariabedrijf [A] aan te kopen en te verbouwen. De verbouwingen en exploitatie zijn volgens het hof gefinancierd met crimineel geld, waarmee ook de verkoopopbrengst is witgewassen.
De verdediging voerde aan dat de contante stortingen op de bankrekening van de verdachte afkomstig waren van legale uitbetalingen aan haar medeverdachte, maar het hof sprak de verdachte vrij van witwassen van deze stortingen omdat deze op basis van geldige rechtstitels waren gedaan. Echter, de verklaring over de financiering van de aankoop en verbouwing van het bedrijf werd door het hof verworpen vanwege tegenstrijdige verklaringen en bewijs dat de medeverdachte betrokken was bij de investeringen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het gehele cafetariabedrijf door vermenging met crimineel geld als gedeeltelijk van misdrijf afkomstig moet worden aangemerkt. Ook is het oordeel van het hof dat sprake is van gewoontewitwassen, gelet op de langdurige en voortdurende aard van de witwashandelingen, niet onbegrijpelijk. De middelen van cassatie worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor gewoontewitwassen blijft in stand.