ECLI:NL:PHR:2023:578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie tegen aanvullend arrest over terugvordering proceskosten en wettelijke rente
In deze zaak is cassatie ingesteld tegen een aanvullend arrest van het hof waarin Bear Brothers werd veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag van €1.390,- aan proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente, dat zij onverschuldigd had ontvangen van [verweerster]. Dit aanvullende arrest volgde op een eerder arrest van 30 augustus 2022, dat eveneens in cassatie is bestreden en vernietigd. Het hof had de terugvordering van proceskosten en rente over het hoofd gezien bij het eerste arrest, maar erkende dit in het aanvullende arrest.
De kern van het geschil betreft de vraag of Bear Brothers rente verschuldigd is over het terug te betalen bedrag en of het aanvullende arrest in stand kan blijven nu het eerdere arrest is vernietigd. De Hoge Raad concludeert dat het aanvullende arrest eveneens vernietigd moet worden, omdat het onlosmakelijk verbonden is met het vernietigde arrest van 30 augustus 2022.
De Hoge Raad stelt voor de zaak zelf af te doen en wijst de vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, toe. Tevens wordt de vordering van Bear Brothers tot terugbetaling van een bedrag dat zij op grond van het aanvullende arrest aan [verweerster] heeft betaald, toegewezen. Hiermee wordt de procedure afgerond met een eigen beslissing van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het aanvullende arrest en doet de zaak zelf af door toewijzing van de terugvordering van proceskosten en wettelijke rente.