Conclusie
1.Waste Products B.V.
joint ventureWaste Products in het leven geroepen, die een door Login te ontwikkelen en produceren real-time-toegangscontrolesysteem voor afvalcontainers op de markt zou gaan brengen. In dat verband zijn Login, DBICS en Waste Products kort gezegd overeengekomen dat het product exclusief voor Waste Products zou worden geproduceerd, met dien verstande dat Login een proefserie mocht leveren aan een derde, een concurrent van Waste Products, met wie Login al langer zaken deed, BWaste International B.V. Tussen Login en Waste Products c.s. is een geschil ontstaan over de reikwijdte van de afspraken en in het bijzonder over de vraag of Login de tussen partijen overeengekomen exclusiviteit heeft geschonden. In het verlengde daarvan hebben Waste Products c.s. vorderingen ingesteld tegen [eiser] .
1.Feiten
nieuwegeneratie toegangscontroller te ontwerpen welke is te combineren met motorsloten, magneetsloten en ultrasoon sensoren zoals hierboven beschreven.
lees: joint venture, AG] (zonder personeel) te stichten die exclusief distributeur wordt van de waste productlijnen zoals hierboven genoemd.
nieuweproductlijnen zoals de nieuwe controller en de dieptemeter V2 zullen via deze venture in de markt gezet kunnen worden. Ook kunnen bestaande producten via de venture worden verhandeld. Klanten zijn bijvoorbeeld DBI maar kan ook Bwaste zijn.
lees: joint venture, AG] een bijdrage in de ontwerpkosten moeten financieren en voorraden gaan aanhouden.
Nader overeen te komen:
hoe dan te handelen?
controll systemen hoe dan te handelen?
Alle Waste producten lopen via Waste Products BV. Dat is de enige logische weg WP koopt en verkoopt waste artikelen. Login produceert ze en DBICS stelt salesforce ter beschikking en vermarkt ze. Dat was in dec. al besproken. (…)” [6]
bedoeld is de op te richten joint venture, Waste Products, AG] aan Login B.V. zijn voldaan, gaan alle rechten aangaande het controll-systeem over op de Vennootschap (…). Voorts verplichten partijen zich om vanaf dat moment nieuwe controll-systemen enkel en alleen te leveren vanuit de Vennootschap. Ondergeschikte zaken aan c.q. onderdelen van de controll-systemen mogen, onverminderd het vorenstaande, wel door Login B.V. (rechtstreeks) worden geleverd aan derden.
Exclusiviteit
, AG] gesuggereerd om deze route alsnog in overweging te nemen waarna ik hier over heb nagedacht.
nietwil volgen.
Icbis controller 50% Bwaste” ter zake van door Login aan BWaste geleverde/te leveren controllers.
Alle leveringen aan BWaste gaan via Waste Products B.V. De prijs zal door Waste Products B.V. worden bepaald. Er is momenteel een prijs afgegeven door Login BV van 350,- per stuk voor de proefserie via Login BV, deze zal worden gerespecteerd en zullen belast worden aan Login BV door Waste Products BV.”
2.Procesverloop
Eerste aanleg
OFFERTE VOOR LEVERING ICBIS ONLINE/OFFLINEIRDC TERMINAL
wat betreft [eiser]” de volgende verklaringen voor recht uitgesproken:
lees: Waste Products c.s., AG] onrechtmatig hebben gehandeld en/of misbruik van bevoegdheid hebben gemaakt door ten laste van Login en ten laste van [eiser] beslag te laten leggen op grond van het verlof van november 2017 en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door [eiser] geleden schade;
lees: Waste Products c.s., AG] onrechtmatig hebben gehandeld en/of misbruik van bevoegdheid hebben gemaakt door op grond van het verstekarrest van 31 juli 2018 de conservatoire (derden)beslagen ten laste van Login en [eiser] te laten herleven en het leveringsverbod aan BWaste te doen aanzeggen, alsmede dat DBI c.s. [
lees: Waste Products c.s., AG] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de als gevolg daarvan door [eiser] geleden schade;
lees: Waste Products c.s., AG] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser] van de door [eiser] geleden en te lijden schade van EUR 446.325,00 voor wat betreft de onwaarde van de aandelen en EUR 951.426,60 voor wat betreft zijn inkomensverlies, in beide gevallen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 27 september 2017 (de dag waarop Login in staat van faillissement is verklaard); (…)”
lees: afvalbeheer, AG] produceerde en ontwikkelde en bracht dat mee dat Login haar producten niet meer rechtstreeks aan derden, meer in het bijzonder BWaste – de grootste klant van Login en tevens de grote concurrent van WP c.s., – mocht leveren. Login mocht volgens WP c.s. daarom enkel produceren en leveren via WP. Volgens Login en [eiser] kwamen partijen alleen exclusiviteit overeen ten aanzien van de ontwikkeling en productie van de real time toegangscontroller (door partijen aangeduid als: de Smart Real Time Controller, hierna: de SRTC) en was het hen toegestaan om de verkoop en levering van haar overige producten aan derden – in de praktijk: BWaste – voort te zetten.”
Haviltex-maatstaf: [19]
Haviltex-criterium. Beoordeeld moet worden welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien.”
up to datezouden worden gehouden door iedere gebeurtenis meteen (real time) door te geven. Uit de stukken [21] blijkt dat voor de werking van deze nieuwe controller vereist is dat deze kan communiceren met de eigenaar/exploitant (DBICS) van het CMS (een intelligent Container Management Systeem) en uiteindelijk de gebruiker/afnemer (bijvoorbeeld een gemeente) van het CMS. Login diende daarom de controller te voorzien van ‘middelware’, dat wil zeggen van systeemsoftware die de informatie-uitwisseling regelt tussen de SRTC en de uiteindelijke gebruiker/afnemer. Afgesproken werd dat softwareontwikkelaar Innovadis B.V. (hierna: Innovadis) zou worden ingeschakeld om de SRTC te laten integreren met een nieuw te ontwikkelen CMS (een optimalisatiemodule ICBIS-CMS). De ontwikkeling die partijen voor ogen stond, zag derhalve enerzijds op de ontwikkeling aan de zijde van Login van een toegangscontroller met real time communicatie eigenschappen (met de onderdelen: toegangscontroller (real time), middleware en configurator) en anderzijds op de ontwikkeling van het CMS aan de zijde van Innovadis.”
“hofleverancier en servicedienstverlener van BWaste voor wat betreft de controllers zonder real-timefunctionaliteiten met toebehoren[onderstreping hof]
”. [22] In het samenwerkingsvoorstel van [eiser] aan DBICS van 20 juli 2016 omschrijft hij de werkzaamheden die Login op dat moment (voor BWaste) verrichtte als volgt:
“De productlijn bestaat uit de volgende onderdelen:
Toegangscontroller mode 12;
real time controllerdoor hen aangeduid als de “Smartbox RT”. Zijn betoog wordt ondersteund door e-mailberichten in januari, maart en mei 2017 waaruit blijkt dat [eiser] hierover inderdaad intensief in contact was met BWaste en op 14 juli 2017 nog een factuur zond aan BWaste voor een aanbetaling van 100 stuks nulserie Smartbox RT ten bedrage van € 17.500 (100 stuks x 50% van € 350). Terwijl deze onderhandelingen liepen is Login in 2016 ook met DBICS in contact gekomen. Op 20 juli 2016 doet Login haar het volgende voorstel:
“
Wij stellen voor om een joined venture[joint venture, AG]
(zonder personeel) te stichten die exclusief distributeur wordt van de waste productlijnen zoals hierboven genoemd[toevoeging hof: zie de opsomming onder 4.6].
De nieuwe productlijnen zoals de nieuwe controller en dieptemeter V2 zullen via deze venture in de markt gezet kunnen worden. Ook kunnen bestaande producten via de venture worden verhandeld. Klanten zijn bijvoorbeeld DBI maar kan ook Bwaste zijn. Bestaande producten zullen in 2016 via LOGIN worden geleverd aan Bwaste maar worden geleidelijk uitgefaseerd bij het beschikbaar komen van de nieuwe productlijnen. Bij het beschikbaar komen van de nieuwe productlijnen zijn de oudere versies immers niet zo interessant meer(...).
In ruil voor de exclusieve distributie zal de joined venture[joint venture, AG]
een bijdrage in de ontwerpkosten moeten financieren en voorraden gaan aanhouden.”
Uiteindelijk heeft Login (kennelijk) de keuze gemaakt om (alsnog) de SRTC in samenwerking met DBICS te ontwikkelen en niet met BWaste. Op 24 mei 2017 leent DBICS Login € 50.000, op 30 juni 2017 wordt WP opgericht en op 27 juli 2017 wordt door Login de “offerte voor levering ICBIS online/offline IRDC terminal” (de overeenkomst) verzonden en door WP voor akkoord ondertekend.”
- exclusiviteit over aanverwante producten?
offerte voor levering icbis online/offline irdc terminal) van 27 juli 2017 blijkt dat door Login “de ontwikkeling & levering van een IRDC controller” wordt geoffreerd. In de overeenkomst zet Login uiteen aan welke eigenschappen de te ontwikkelen controller zal voldoen. Daarbij wordt toegelicht welke onderdelen zullen worden “ontworpen” en er wordt een stappenplan voor de realisatie van de proefmodellen (“100 stuks nulserie”) beschreven. Uit de beschrijving van die onderdelen (hardware, firmware, behuizing en middelware) blijkt dat de offerte is gericht op de ontwikkeling, productie en levering van de SRTC en niet op de aanverwante producten. Dat was ook niet nodig want deze (bestaande) producten konden worden gecombineerd met de SRTC. Met de zinsnede onder de titel “Exclusiviteit” dat “het product” exclusief voor de opdrachtgever wordt geproduceerd, wordt in deze offerte derhalve enkel de Smart Real Time Controller aangeduid, inclusief de daarbij te ontwikkelen spuitgietmal.
alle leveringen aan Bwaste gaan via WP. De prijs zal door Waste Products B.V. worden bepaald” onder de titel “Overeenkomst leveringen aan de firma Bwaste” kan – anders dan WP c.s. betoogt – niet worden afgeleid dat Login zich in deze offerte verplichtte, ook de reeds bestaande niet real time controllers en de (bestaande) aanverwante producten per direct alleen nog via WP aan Bwaste te verkopen. De overeenkomst richt zich immers uitsluitend op de SRTC. Ook het samenwerkingsvoorstel biedt daarvoor geen aanknoping: onder “voorgestelde oplossing” wordt juist uitdrukkelijk een onderscheid gemaakt tussen de verkoop van “
new products” (levering door Login aan WP en doorlevering aan DBI en Bwaste) en de verkoop van “
older products” (levering door Login rechtstreeks aan Bwaste). Doel is daarbij:
“
Het ligt in de bedoeling om een nieuwe generatie toegangscontroller te ontwerpen welke is te combineren met motorsloten, magneetsloten en ultrasoon sensoren zoals hierboven beschreven. Deze nieuwe toegangscontroller heeft de werknaam SmartBox-RealTime gekregen en is ontworpen om bestaande SmartBoxen 07/12 en concurrerende controllers te vervangen in bestaande inwerpzuilen.”
Daarbij wordt de levering van aanverwante producten niet onderscheiden. Wel wordt in dit document gesproken over een “
overgang van Bwaste naar DBI” en omvat dat kennelijk ook de overgang van bestaande producten. Nu [eiser] daarenboven ter zitting in hoger beroep onweersproken heeft verklaard dat op termijn de aanverwante producten wellicht wel via WP zouden zijn verkocht en geleverd, namelijk wanneer de SRTC’s de bestaande niet real time werkende controllers zouden gaan vervangen, concludeert het hof dat partijen kennelijk de bedoeling hadden om exclusiviteit af te spreken over de (gehele) productielijn [
bedoeld lijkt: productlijn, AG], inhoudend de SRTC met toebehoren. Daartegenover staat dat de bestaande productielijn [
idem, AG], inhoudend de niet real time controllers met toebehoren, nog rechtstreeks door Login zouden worden verkocht en geleverd, waarbij de verwachting was dat op termijn de niet real time controllers niet meer verkocht zouden worden en alle nieuwe controllers en vervolgens ook alle aanverwante producten door WP verkocht en geleverd zouden worden. (…)
er is momenteel een prijs afgegeven door Login BV [aan Bwaste] van 350,- per stuk voor de proefserie via Login” die zal worden “
gerespecteerd” en zal worden belast aan Login door WP, dat partijen niet meer hebben bedoeld dan om een beperkte uitzondering te formuleren op de exclusieve levering van de nieuwe controller, kennelijk vanwege de omstandigheid dat Login aan Bwaste al had toegezegd om een proefserie SRTC-controller rechtstreeks aan Bwaste te leveren voor € 350,- per stuk, zoals onder meer blijkt uit de factuur van 14 juli 2017.
De periode tot de opheffing van het beslag op 22 december 2017
Was voortzetting door Login van de verkoop en levering van bestaande controllers met toebehoren aan BWaste toegestaan?
Was de ontwikkeling, productie en levering door Login van een controller met real time eigenschappen voor BWaste toegestaan?
“Login is van plan om de leveringen van materialen aan Bwaste te continueren en ook om een controller voor hun te ontwerpen maar dient een duidelijke uitspraak van geen bezwaar van DBI/Waste Products te hebben om dit te doen zonder onverhoopte juridische gevolgen”. Zoals hiervoor geoordeeld viel de ontwikkeling, productie en levering door Login van een controller met real time eigenschappen onder de exclusiviteitsafspraak en zou dit nieuwe product uitsluitend via WP aan BWaste geleverd worden.
Wij hebben afgelopen week een aantal malen contact gehad over de hernieuwde samenwerking in de komende jaren. Om misverstanden te voorkomen heb ik de volgende punten opgeschreven:(a) Bwaste wil de ontwikkelingskosten van een nieuwe Bwaste controller financieren geschikt voor Rotterdam en andere Bwaste projecten mits deze exclusief wordt geleverd aan Bwaste.
De begroting gaat uit van een investering van 150.000 euro.(b) Na een succesvolle technische integratie van de proefserie van 100 stuks zal Bwaste een bestelling plaatsen van 1.000 units. Het evaluatie traject zal per direct gaan starten en wordt waarschijnlijk in de periode oktober/november afgerond.(c) LOGIN zal de verdere leveringen van de controller of andere producten aan DBI staken, buiten de overeengekomen proefserie van 100 stuks. DBI zal de Bwaste controller en benodigde accessoires zoals sloten en panelen in een voor haar geschikt[e] uitvoering van Bwaste kunnen afnemen. Ontwikkelingen of leveringen aan DBI zullen niet verder plaatsvinden.[”]
van, AG] WP c.s. op het kantoor van Login een foto van een document met het opschrift
”Overeenkomst tot exclusieve afname en distributie van producten”waarbij Login en BWaste overeenkomen dat Login aan BWaste exclusief zal leveren:
“SmartBox 07, 12 en RT, Motorslot, Zonnepaneelsysteem met lader”en daarnaast
“reparatiediensten, magneet sloten, batterijproducten, speciale producten, ontwerpbijstellingen of service diensten zoals gebruikelijk op exclusieve basis afgenomen. (...).”Verder staat vermeld:
“(6) Afnemer DBI wordt in staat gesteld controllers te verwerven bij Bwaste, in een voor haar geschikte uitvoering, tegen een marge van 20%. Leveringen aan DBI worden uitgevoerd door Bwaste.”
“Hallo Mensen, De nieuwe SmartBox is in productie gegaan in een eerste oplage van 100 stuks. Belangrijk doel van het product is het installeren, support en diagnoses stellen te vereenvoudigen zodat er vaker gebruik kan worden gemaakt van third party installatie& service bedrijven. Hiernaast is een belangrijk doel het aantal loze ritjes tot een minimum te beperken. Tenslotte hebben we ons best gedaan om de behuizingen robuuster te maken en voor een betere afdichting te zorgen (...)”.
decontroller aan DBI leidt het hof ook af dat ondanks het verschil in benaming het bij de Smartbox RT en de ICBIS controller telkens om hetzelfde product gaat. Naar het oordeel van het hof heeft WP c.s. met de hiervoor vermelde stukken voldoende onderbouwd dat Login in weerwil van de in juli 2017 met haar gemaakte exclusiviteitsafspraak vanaf september 2017 doende was om een SRTC ten behoeve van BWaste te ontwikkelen en te produceren. Daarmee schoot zij tekort in de nakoming van de overeenkomst met WP. (…)
Smartbox RT, AG] ten behoeve van haar grote concurrent BWaste.”
-Was de beslaglegging in november 2017 onrechtmatig?
lees: wordt, AG] bevonden, doet er niet aan af dat voor de beslaglegging nog altijd voldoende grond was.”
De periode na de opheffing van het beslag op 22 december 2017
Was Login bevoegd de overeenkomst partieel te ontbinden?
“Overeenkomst leveringen aan de firma Bwaste”waarin staat dat alle leveringen aan BWaste via WP zullen lopen (zie onder 4.9). Daarmee beoogde zij de exclusiviteitsafspraak van partijen ongedaan te maken. In de brief voert Login als grond aan dat WP haar verbiedt om bestaande controllers aan BWaste te leveren en om de controllers uit de proefserie rechtstreeks aan Bwaste te leveren, als ook dat WP vijf facturen onbetaald zou laten.
“Uiteindelijk is er in februari een voorstel gekomen, waarin ik ICBIS moest leveren en ik gedurende drie jaar geen real time controller mocht ontwikkelen. Dat heb ik afgewezen. In maart of april (2018) deed ik nogmaals een voorstel, maar DBICS was niet geïnteresseerd in het aanbod om haar geld terug zou[lees: te, AG]
krijgen. Uiteindelijk was het voorstel dat we controllers zouden leveren. Dat vond ik geen slecht voorstel, want de onderhandelingen met BWaste verliepen inmiddels moeizaam. Ik dacht: ‘Dan ontbinden we de samenwerking en krijgen we een klant-leverancierverhouding.’ Ik meende een schikking met DBICS overeengekomen te zijn. Vanaf dat moment kreeg Innovadis ook de ruimte om het product af te maken. We hadden uiteindelijk, in juli 2018, een goedwerkend product. Er zijn ook producten geleverd aan DBICS.”Dat Innovadis van WP c.s. geen toestemming kreeg om bij te dragen aan de ontwikkeling van het product, is op zitting door WP c.s. betwist – net als het punt dat Login aan WP c.s. het bedrag van de investering zou hebben aangeboden – en overigens niet door Login onderbouwd. Als dat het geval was geweest, had het op de weg van Login gelegen om WP c.s. daarvoor in gebreke te stellen, hetgeen zij heeft nagelaten. Het moet voor Login duidelijk zijn geweest dat WP nog altijd belang zag in de ontwikkeling van een SRTC en vast hield aan nakoming van de overeenkomst. Pas nadat Login is gefailleerd, heeft zij bij de curator een omzettingsverklaring ingediend tot vervangende schadevergoeding van de niet geleverde 100 SRTC’s.
“We gaan vol gas door!”en op bericht een medewerker [
lees: in reactie op een bericht van een medewerker, AG] van BWaste:
“Ik ben momenteel bezig een plan van aanpak te maken om de Smartbox 2018 van de grond te krijgen(...)
Zo liggen er hier nu twee versie[s], eentje met rood/groene leds onder het display en eentje zonder.”
Was het laten herleven van de beslagen en aanzeggen van het verbod op directe levering aan Bwaste door WP c.s. in augustus 2018 onrechtmatig?
Tussenconclusie in de zaak 200.267.282 (WP c.s. tegen curator/Login):
toolverloor en haar marktpositie werd aangetast. [eiser] is daarom aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade van WP. Nu het aannemelijk is dat WP schade heeft geleden, zal het hof [eiser] veroordelen tot vergoeding van de door WP geleden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van [eiser] , met verwijzing naar de schadestaatprocedure.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleiding
“schriftelijke overeenkomst respectievelijk beding” zijn overeengekomen moet worden vastgesteld op grond van hetgeen zij redelijkerwijs op grond van hun verklaringen en gedragingen over en weer hebben begrepen of hebben mogen begrijpen. Daarbij zijn weliswaar alle relevante omstandigheden van het geval relevant, maar komt aan de tekst van de overeenkomst respectievelijk het beding belangrijke betekenis toe. Dat geldt in ieder geval/temeer in een geval waarin professionele partijen met elkaar contracteren en/of over de inhoud van de overeenkomst is onderhandeld, aldus [eiser] .
Haviltex-maatstaf [24] aan de tekst van de overeenkomst (of een specifiek beding) belangrijke betekenis
moettoekennen, ook niet voor het geval waarin professionele partijen met elkaar hebben gecontracteerd en/of over de inhoud van de overeenkomst is onderhandeld. Uw Raad heeft een dergelijke rechtsregel niet willen aanvaarden. [25] Het gegeven dat ‘professionele partijen’ onderhandelen over de inhoud van de overeenkomst heeft weinig zeggingskracht indien met ‘professionele partijen’ niet meer wordt bedoeld dan dat beide partijen ondernemers zijn. Daaruit volgt nog niet – zo leert ook de ervaring – dat partijen een coherent, consistent, ter zake voldoende compleet en precies verwoord document hebben opgesteld als baken waarop de rechter in beginsel kan varen. [26]
tegen de achtergrond van hetgeen partijen wel met elkaar uitwisselden” het oog heeft gehad op zulke andere omstandigheden, is dat oordeel niet begrijpelijk, omdat het hof niet verduidelijkt op welke op exclusieve ontwikkeling duidende omstandigheden hij het oog heeft, laat staan waarom die af zouden doen aan de tekst van het exclusiviteitsbeding. Zie randnummer 1.3. van de procesinleiding.
joint venturezou lopen. Daaruit laat zich niet afleiden dat de ontwikkeling ook exclusief voor die
joint venturezou plaatsvinden, laat staan dat die ontwikkeling exclusief zou plaatsvinden voor Waste Products. Zie randnummer 1.3. van de procesinleiding.
ontwikkeling en levering” wordt geoffreerd, kan de conclusie die het hof heeft bereikt evenmin dragen. Die overweging staat namelijk enkel in de overeenkomst op p. 1 onder ‘algemeen’. Het exclusiviteitsbeding zélf spreekt slechts over de productie en de levering van een nieuwe controller, terwijl het hof niet heeft gemotiveerd waarom aan die aanhef toch meer betekenis toekomt dan aan de tekst van het exclusiviteitsbeding. Zie randnummer 1.4. van de procesinleiding.
levering”, (ii) in de overeenkomst onder de titel “
Exclusiviteit” is vermeld dat “
het product” exclusief voor de opdrachtgever wordt geproduceerd en (iii) het product pas na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de opdrachtgever aan andere partijen mag worden geleverd ( [eiser] verwijst ten aanzien van dit laatste naar rov. 4.9. van het bestreden arrest). Hieruit volgt dat het exclusiviteitsbeding enkel is gericht op de productie en levering en dus niet op de ontwikkeling van de SRTC. Zie randnummer 1.5. van de procesinleiding.
ter ontwikkelingvan de SRTC. In rov. 4.1. van het bestreden arrest heeft het hof (in cassatie onbestreden) onder meer het volgende overwogen: “
Partijen zijn in mei-juni 2017 besprekingen gestart over een samenwerking. Doel van de samenwerking was deontwikkelingen productie van een intelligent container management systeem door een ‘real time’ toegangscontroller te ontwerpen voor afvalstortingen in verzamelcontainers. In het kielzog daarvan werd op 30 juni 2017 WP opgericht en sloten partijen op 27 juli 2017 een overeenkomst waarbij Login zich verbond voor WP “IRDC-controllers”te ontwikkelenen te leveren” (onderstrepingen toegevoegd door mij, AG). In rov. 4.5. heeft het hof (eveneens in cassatie onbestreden) overwogen dat “
tussen partijen(…)
niet in geschil [is] dat de samenwerking tot doel hadeen nieuwe generatie toegangscontrollers te ontwerpen(door partijen wisselend aangeduid met de SRTCof
ICBIS-controller of daaraan gerelateerde benamingen) die de bestaande SmartBoxen 07 en 12 en concurrerende controllers zou vervangen” (onderstreping toegevoegd door mij, AG). In rov. 4.8. heeft het hof onder meer in aanmerking genomen dat [eiser] (namens Login) vanaf 2015 met BWaste in gesprek was over de ontwikkeling van een
real time controllerdie door hen werd aangeduid als de ‘SmartBox RT’. Het hof heeft daar ook in aanmerking genomen dat [eiser] in de tussentijd ook met DBICS in contact is gekomen en heeft als volgt overwogen: “
Uiteindelijk heeft Login (kennelijk) de keuze gemaakt om (alsnog) de SRTC in samenwerking met DBICS te ontwikkelen en niet met BWaste.” Tegen deze laatste overweging richt [eiser] geen klachten. In de derde zin van rov. 4.10. heeft het hof geoordeeld dat “
mede tegen de achtergrond van hetgeen partijen(…)
met elkaar uitwisselden, een redelijke uitleg van de overeenkomst van 27 juli 2017, overeenkomstig hetgeen partijen van elkaar mochten verwachten, mee[brengt] dat Login een real time controller zou ontwikkelen (hardware, firmware en middleware) die – in samenwerking met Innovadis – zou integreren met het nieuwe CMS van DBICS.” [28] Dat de samenwerking tussen Login en DBICS (en later Waste Products, hun
joint venture) ook zag op de
ontwikkelingvan de SRTC is in cassatie dan ook geen discussiepunt. [eiser] schrijft in randnummer 1 van zijn procesinleiding bijvoorbeeld: “
Login(…)
en DBICS hebben de samenwerking onderzochtter ontwikkelingen levering van een ondergronds containersysteem met een real time kaartlezer, ook bekend als de Smart Real Time Controller (deSRTC). Hiertoe hebben Login en DBICS gezamenlijk WP opgericht. In aansluiting hierop hebben Login en WP,ten behoeve van de ontwikkelingen levering van de SRTC, in juli 2017 een overeenkomst gesloten(…)” (onderstrepingen toegevoegd door mij; in het origineel zijn alleen de woorden “
real time” gecursiveerd, AG).
exclusieften behoeve van Waste Products zou plaatsvinden begrijpelijk is. Ik meen van wel. Mijns inziens ligt deze exclusiviteit zeer voor de hand en hoefde het hof hier niet uitgebreider op in te gaan dan het heeft gedaan. Aan [eiser] (zie hiervoor in randnummer 3.5 onder (i)) moet worden toegegeven dat het exclusiviteitsbeding in de overeenkomst niet met zo veel woorden de ontwikkeling van de SRTC omvat (zie randnummer 1.13 hiervoor): “
Het product wordt exclusief voor opdrachtgever geproduceerd tegen jaarlijks vastgestelde prijzen.(...)
Pas na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de opdrachtgever mag het product worden geleverd aan andere partijen(...).” In de klachten wordt mijns inziens echter te veel fijnzinnigheid geprojecteerd op de begrippen ‘ontwikkeling’, ‘productie’ en ‘distributie’ (of ‘levering’) (zie vooral hiervoor in randnummer 3.5 onder (iii), (iv) en (v)). Indien A een product ontwikkelt in samenwerking met B, welk product vervolgens door A exclusief voor hun
joint venture, C, wordt geproduceerd én exclusief door C mag worden gedistribueerd, is het eigenlijk ‘logisch’ dat A datzelfde product óók niet voor een ander mag ontwikkelen. Waartoe kan die ontwikkeling immers strekken als de productie en distributie exclusief plaatsvinden voor respectievelijk door C? [eiser] heeft niet duidelijk gemaakt hoe, terwijl dat wel toelichting verlangt, (uitsluitend) een ‘ontwikkeling’ van de SRTC (of een equivalent product) voor BWaste zinvol zou kunnen plaatsvinden indien de productie van de SRTC exclusief zou plaatsvinden voor Waste Products en deze laatste exclusief zou optreden als distributeur. Daar komt bij dat het hof in rov. 4.8. van het bestreden arrest (in cassatie onbestreden) in aanmerking heeft genomen dat “
Login (kennelijk) de keuze [heeft] gemaakt om (alsnog) de SRTC in samenwerking met DBICS te ontwikkelenen niet met BWaste” (onderstreping toegevoegd door mij, AG). Het ligt dan ook geenszins voor de hand dat partijen ervan zijn uitgegaan dat Login de SRTC (of een equivalent product) (tevens) mocht ‘ontwikkelen’ voor (bijvoorbeeld) BWaste. De door [eiser] aangehaalde vindplaatsen [29] bevatten niets specifieks over het ontbreken van exclusiviteit ten aanzien van de ontwikkeling van de SRTC. Anders dan [eiser] (zie vooral hiervoor in randnummer 3.5 onder (ii)), zie ik gelet op het voorgaande niet in waarom het hof nader (dus meer of beter dan het heeft gedaan) had moeten motiveren op welke andere omstandigheden (dan de tekst) het de conclusie heeft gebaseerd dat partijen zijn overeengekomen dat de ontwikkeling van de SRTC exclusief voor Waste Products zou plaatsvinden.
de ontwikkeling van een controller met real time eigenschappen”) heeft geoordeeld dat iedere nieuwe controller met real-time-eigenschappen door het exclusiviteitsbeding wordt bestreken, dat oordeel onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd, nu (i) uit de overeenkomst woordelijk blijkt dat het exclusiviteitsbeding enkel is overeengekomen met het oog op de SRTC, (ii) het hof in rov. 4.11. heeft geoordeeld dat onder de titel “
Exclusiviteit” met de term ‘het product’ enkel de ‘Smart Real Time Controller’ wordt aangeduid, (iii) volgens het hof enkel de SRTC exclusief voor de opdrachtgever wordt geproduceerd (rov. 4.11.), (iv) de overeenkomst zich uitsluitend richt op de SRTC (rov. 4.12.) en (v) alle partijen hebben gesteld dat het exclusiviteitsbeding enkel is overeengekomen met het oog op de SRTC. [30] Daaruit volgt dat de overeenkomst slechts betrekking heeft op deze specifieke controller. Een en ander laat onverlet dat Login in ieder geval andersoortige controllers, al dan niet met real-time-eigenschappen, voor derden mocht ontwikkelen, produceren en aan derden mocht leveren, aldus [eiser] .
[z]oals hiervoor geoordeeld(…)
de ontwikkeling, productie en levering door Login van een controller met real time eigenschappen onder de exclusiviteitsafspraak [viel].” Wat heeft het hof met “
hiervoor” op het oog gehad? In rov. 4.8. van het bestreden arrest heeft het hof (in cassatie onbestreden) de achtergrond van de samenwerking tussen partijen geschetst, waaronder: “
Op de zitting in hoger beroep heeft [eiser] toegelicht dat hij namens Login al jaren de vaste leverancier was voor BWaste van toegangscontrollers, die telkens een update ondergingen. Vanaf 2015 was hij in gesprek met BWaste over de ontwikkeling van een real time controller door hen aangeduid als de “Smartbox RT”. (…)
Terwijl deze onderhandelingen liepen is Login in 2016 ook met DBICS in contact gekomen.(…)
Uiteindelijk heeft Login (kennelijk) de keuze gemaakt om (alsnog) de SRTC in samenwerking met DBICS te ontwikkelen en niet met BWaste” (in het origineel zijn alleen de woorden “
real time controller” gecursiveerd, A-G). Het hof heeft de ontwikkeling van ‘een controller met real-time-eigenschappen’ hier dus op één lijn gesteld met de ontwikkeling van de SRTC. Dat blijkt ook uit rov. 4.10. van het bestreden arrest: “
Naar het oordeel van het hof brengt, mede tegen de achtergrond van hetgeen partijen wel met elkaar uitwisselden, een redelijke uitleg van de overeenkomst van 27 juli 2017, overeenkomstig hetgeen partijen van elkaar mochten verwachten, mee dat Logineen real time controller zou ontwikkelen(hardware, firmware en middleware) die–
in samenwerking met Innovadis–
zou integreren met het nieuwe CMS van DBICS. De ontwikkeling van deze nieuwe toegangscontroller was exclusief voor DBICS(…).” (onderstreping toegevoegd door mij, AG). Rov. 4.20. van het bestreden arrest ligt in het verlengde daarvan. Het hof heeft daar geoordeeld dat “
WP c.s. (…) voldoende [heeft] onderbouwd dat Login in weerwil van de in juli 2017 met haar gemaakte exclusiviteitsafspraak vanaf september 2017 doende was om een SRTC ten behoeve van BWaste te ontwikkelen en te produceren.” Aan het slot van rov. 4.21. heeft het hof geoordeeld dat het niet strookte met “
de gerechtvaardigde belangen van WP c.s. om nog voordat er een proefserie ten behoeve van WP c.s. gereed was, buiten medeweten van WP c.s., zich toe te leggen op de ontwikkeling en levering van de Smart RT Box ten behoeve van haar grote concurrent BWaste.”
allecontrollers met real-time-eigenschappen omvat, kan in het midden blijven, want daar gaat deze zaak niet over. Het verwijt dat Login wordt gemaakt, is immers – kort gezegd – dat zij een vergelijkbaar product als de SRTC heeft ontwikkeld voor BWaste, een concurrent van Waste Products. [32] De crux schuilt er natuurlijk in dat het voor BWaste ontwikkelde product zou concurreren met de SRTC. Dat laatste staat niet ter discussie. Dat het hof dit in strijd heeft geacht met het tussen partijen overeengekomen exclusiviteitsbeding is gelet op het voorgaande (zie randnummers 3.7-3.9) geenszins onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.
Uit de processtukken blijkt dat de toegangscontroller door partijen wordt onderscheiden van alle overige hier genoemde onderdelen, waartoe naast de hiervoor genoemde onderdelen kennelijk ook accu’s en zonnepanelen horen. Al deze onderdelen worden door partijen tezamen aangeduid met “aanverwante (waste)-producten” of “toebehoren”.Vast staat dat de nieuwe controller zou kunnen worden gecombineerd met de al bestaande aanverwante producten” (onderstreping toegevoegd door mij, AG). Ook in rov. 4.11. heeft het hof zich rekenschap ervan gegeven dat de bestaande aanverwante producten “
konden worden gecombineerd met de SRTC.” Ook het hof is ervan uitgegaan dat de aanverwante producten voor de SRTC dezelfde zijn als die voor andere controllers.
Tegelijk met de nieuwe controller zouden ook de daarbij verkochte en mee te leveren aanverwante producten via WP worden verkocht. Verkoop en levering van bestaande producten (de bestaande (oude) toegangscontrollers met de daarbij benodigde aanverwante producten, zouden vooralsnog rechtstreeks via Login lopen. In een later stadium, nadat de SRTC zou zijn ontwikkeld en gereed was voor (grootschalige) productie zou naar verwachting, als gevolg van het uitfaseren van de oude smartboxes, de verkoop van alle aanverwante producten volledig bij WP zijn ondergebracht.” In rov. 4.11. en 4.12. heeft het hof dit onder het kopje “
exclusiviteit over aanverwante producten?” uitgewerkt. Het hof heeft in rov. 4.11. overwogen: “
In de overeenkomst zet Login uiteen aan welke eigenschappen de te ontwikkelen controller zal voldoen. Daarbij wordt toegelicht welke onderdelen zullen worden “ontworpen”(…)
. Uit de beschrijving van die onderdelen (hardware, firmware, behuizing en middelware) blijkt dat de offerte is gericht op de ontwikkeling, productie en levering van de SRTC en niet op de aanverwante producten. Dat was ook niet nodig want deze (bestaande) producten konden worden gecombineerd met de SRTC.” Waarom het hof toch tot het oordeel is gekomen dat de SRTC door Waste Products samen met de bijbehorende aanverwante producten zou worden verkocht en dat de overeengekomen exclusiviteit zich
in zoverreook uitstrekt tot aanverwante producten, blijkt uit rov. 4.12. Daar heeft het hof overwogen dat in het samenwerkingsvoorstel (zie rov. 4.6. van het bestreden arrest, geciteerd in randnummer 2.11 hiervoor) wordt “
gesproken over een “overgang van Bwaste naar DBI” en omvat dat kennelijk ook de overgang van bestaande producten.” Het hof heeft daarop laten volgen dat “
[n]u [eiser] daarenboven ter zitting in hoger beroep onweersproken heeft verklaard dat op termijn de aanverwante producten wellicht wel via WP zouden zijn verkocht en geleverd, namelijk wanneer de SRTC’s de bestaande niet real time werkende controllers zouden gaan vervangen, (…)
het hof [concludeert] dat partijen kennelijk de bedoeling hadden om exclusiviteit af te spreken over de (gehele) productielijn, inhoudend de SRTC met toebehoren.” En: “
Daartegenover staat dat de bestaande productielijn, inhoudend de niet real time controllers met toebehoren, nog rechtstreeks door Login zouden worden verkocht en geleverd, waarbij de verwachting was dat op termijn de niet real time controllers niet meer verkocht zouden worden en alle nieuwe controllers en vervolgens ook alle aanverwante producten door WP verkocht en geleverd zouden worden.” Ik begrijp dit zo dat het hof uit wat partijen naar voren hebben gebracht, heeft afgeleid dat op enig moment de oudere controllers niet meer verkocht zouden worden, in welke situatie de aanverwante producten alleen nog de SRTC zouden dienen, en dat in die situatie volgens de afspraken tussen partijen Waste Products de exclusieve distributeur zou zijn van de SRTC en de
bijbehorendeaanverwante producten. Dit oordeel is, anders dan [eiser] betoogt, niet tegenstrijdig aan de vooropstelling in rov. 4.11. dat “
de offerte is gericht op de ontwikkeling, productie en levering van de SRTC en niet op de aanverwante producten” en het oordeel in rov. 4.12. dat – kort gezegd – uit de tekst van de overeenkomst (dat wil zeggen: de offerte) niet kan worden afgeleid (anders dan Waste Products had betoogd) dat Login zich verplichtte ook de bestaande niet-real-time-controllers en de (bestaande) aanverwante producten via Waste Products aan BWaste te verkopen.
op bijvoorbeeld de e-mail van 7 maart 2017 en 23 mei 2017 tussen Login en BWaste waarin wordt gesproken over de ontwikkeling van een nieuwe controller “SmartBox RT” met real time eigenschappen.” Daarop heeft het hof laten volgen: “
Bij de mail van 23 mei 2017 zit een stappenplan waarin de fases van de ontwikkeling van de nieuwe controller worden geschetst. Daarin wordt ook gesproken over de levering van een nulserie van 100 stuks, waarvoor uiteindelijk op 14 juli 2017 een factuur aan BWaste werd gestuurd door Login: 100 stuks Smartbox RT nulserie.” Vervolgens heeft het hof verworpen wat Login daartegen heeft ingebracht: “
Volgens Login(…)
is die afspraak als gevolg van de overeenkomst met WP c.s. omgezet in een levering van 50 stuks ICBIS controllers door Login aan BWaste, maar tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde documenten kan naar het oordeel van het hof de opmerking van [eiser] in zijn mail van 23 oktober 2017 met als bijlage het genoemde stappenplan aan BWaste niet anders worden geduid dan dat de Smartbox RT toen in productie is gegaan.” De door het hof bedoelde e-mail van [eiser] aan BWaste van 23
oktober2017 bevat onder meer de volgende opmerking van [eiser] : “
De nieuwe SmartBox is in productie gegaan in een eerste oplage van 100 stuks.” De crux is uiteraard dat deze opmerking moeilijk verenigbaar is met de stelling van Login dat de afspraak tussen haar en BWaste dat aan de laatste “
100 stuks Smartbox RT nulserie” zouden worden geleverd als gevolg van de overeenkomst met Waste Products (van
juli2017) is omgezet “
in een levering van 50 stuks ICBIS controllers”. Kennelijk was Login in oktober 2017 nog steeds voornemens om “
100 stuks Smartbox RT nulserie” aan BWaste te leveren, zo moet het hof hebben afgeleid uit de e-mail van 23 oktober 2017. Deze e-mail gaat echter niet, anders dan het hof heeft vermeld, gepaard met een bijlage, zo blijkt uit naslag van productie 9 bij de akte overlegging producties van Waste Products c.s. Uit het voorgaande blijkt echter onmiskenbaar dat het hof zich hier heeft vergist en dat het de bijlage bij de e-mail van 23 mei 2017, het stappenplan, [35] heeft bedoeld. [36] Dat dit stappenplan niet bij de e-mail van 23 oktober 2017 is gevoegd, is niet relevant.
De proefserie is later teruggebracht naar 50 stuks. Zie over het debat daaromtrent Hof, rov. 4.14.” Waste Products c.s. hebben bovendien met de levering van deze proefserie aan BWaste ingestemd (zoals het hof in rov. 4.14. van het bestreden arrest heeft vastgesteld), zo brengt [eiser] verder naar voren. De in de e-mail van 23 oktober 2017 genoemde SmartBox RT, aldus [eiser] , betreft geen andere, afzonderlijke nieuwe controller die Login tegelijkertijd ontwikkelde, maar de SRTC. De SRTC en de Smartbox RT betreffen verschillende benamingen voor hetzelfde product, aldus [eiser] . Dit heeft het hof in rov. 4.5. en 4.20. van het bestreden arrest ook met juistheid onderkend en is eerder door [eiser] naar voren gebracht, zo wordt betoogd. [37]
De nieuwe SmartBox is in productie gegaan in een eerste oplage van 100 stuks.”) betrekking heeft op de proefserie van de SRTC die Login op grond van de overeenkomst aan BWaste mocht leveren (en niet op de SmartBox RT) heeft het hof kennelijk niet geloofwaardig geacht en dat is niet onbegrijpelijk. Daarbij heeft het hof kennelijk in aanmerking genomen dat het in randnummer 3.21 bedoelde stappenplan (bij de e-mail van 23 mei 2017) met betrekking tot de SmartBox RT als eerste stap vermeldt “
veldtest 100 stuks”. Volgens [eiser] ziet de e-mail van 23 oktober 2017 niet op deze 100 stuks maar op de proefserie van de SRTC, die “
later” is teruggebracht van 100 naar 50 stuks. Dat heeft het hof echter niet vastgesteld in rov. 4.14. van het bestreden arrest, waarnaar [eiser] verwijst. In rov. 4.15. heeft het hof juist vastgesteld dat “
als vaststaand moet worden aangenomen dat tussen Login en WP de afspraak gold dat 50 proef-SRTC’s aan BWaste geleverd mochten worden.”
Bij de mail van 23 mei 2017 zit een stappenplan waarin de fases van de ontwikkeling van de nieuwe controller worden geschetst. Daarin wordt ook gesproken over de levering van een nulserie van 100 stuks, waarvoor uiteindelijk op 14 juli 2017 een factuur aan BWaste werd gestuurd door Login: 100 stuks Smartbox RT nulserie.” Het hof heeft niet aangenomen dat de factuur ziet op de ‘proefserie’, waarmee [eiser] zal doelen op de proefserie voor de SRTC die Login buiten Waste Products om aan BWaste mocht leveren. In het cassatiemiddel wordt niet duidelijk gemaakt waarom het oordeel van het hof op dit punt onbegrijpelijk zou zijn. [eiser] draagt daarvoor geen argumenten aan. Ook is niet duidelijk welk punt [eiser] wil maken met de opmerking dat de factuur dateert van vóór de ondertekening van de overeenkomst op 27 juli 2017. De verwijzing door het hof naar de factuur biedt steun aan zijn oordeel dat de SmartBox RT, door Login ontwikkeld voor BWaste, volgens de e-mail van 23 oktober 2017 in productie is gegaan. De datum van de factuur is daarvoor van gering belang.
welkebetekenis het hof heeft toegekend aan het e-mailverkeer tussen Login en BWaste van 7 maart 2017 en 23 mei 2017. Het hof heeft (natuurlijk) niet geoordeeld dat uit dat e-mailverkeer zou volgen dat Login op een latere datum in strijd handelde met een op een latere datum gesloten overeenkomst. Het hof heeft in rov. 4.20. van het bestreden arrest erop gewezen dat uit het bewuste e-mailverkeer volgt dat Login een ‘SmartBox RT’ ontwikkelde voor BWaste. Dat Login die ontwikkeling heeft
voortgezeten dat dat is uitgemond in de aanvang van de productie van een nulserie van 100 stuks
nadatde overeenkomst met Waste Products c.s. was gesloten, heeft het hof afgeleid uit andere bewijsmiddelen, waaronder de e-mail van 23 oktober 2017.
conceptovereenkomst” (in de woorden van Login) tussen Login en BWaste, waarin is opgenomen dat Login de SmartBox 07, 12 en RT met aanverwante producten exclusief aan BWaste zal leveren (zie randnummer 1.22 hiervoor) en (ii) de in rov. 4.19. van het bestreden arrest geciteerde e-mail van 11 september 2017 van Login aan BWaste. Uit die documenten laat zich, aldus [eiser] , niet op begrijpelijke wijze afleiden dat Login na juli 2017 het exclusiviteitsbeding heeft overtreden. [eiser] heeft de volgende argumenten aangevoerd:
conceptovereenkomst” (in de woorden van Login) niet ondertekend en bevat deze reeds om die reden geen tussen Login en BWaste tot stand gekomen overeenstemming die strijdt met het exclusiviteitsbeding. Het initiatief tot de “
conceptovereenkomst” (in de woorden van Login) was bovendien, naar Login heeft aangevoerd en het hof in het midden heeft gelaten, uitdrukkelijk genomen door BWaste.
conceptovereenkomst” (in de woorden van [eiser] ) tussen Login en BWaste en de e-mail van 11 september 2017 van Login aan BWaste kunnen bijdragen aan het oordeel dat Login jegens Waste Products is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door doende te zijn de SRTC te ontwikkelen en produceren voor BWaste, zo wordt geklaagd.
Volgens Login betreft de ‘overeenkomst’ die een medewerker van WP c.s. heeft gefotografeerd en waarin naast de bestaande SmartBox 07 en 12 ook een SmartBox RT wordt aangeboden, een conceptovereenkomst van de zijde van BWaste die door Login niet is aanvaard. Het hof overweegt dat de inhoud van de overeenkomst aansluit bij de tekst in de mail van Login aan BWaste van 11 september 2017 en ook bij de stukken die tussen Login en BWaste werden gewisseld voordat eind juli 2017 definitief de keuze werd gemaakt om niet met BWaste, maar met WP c.s. in zee te gaan.” In het restant van rov. 4.20. is het hof verder niet meer ingegaan op het bij Login gefotografeerde document. Uit wat het hof in rov. 4.20. heeft overwogen en geoordeeld volgt dat het bij Login gefotografeerde document daarin slechts een ondergeschikte rol speelt en dat de redenering van het hof ook stand zou houden indien het aan dat document geen enkele aandacht had besteed. Het hof hoefde dan ook niet nader in te gaan op wat [eiser] over het als ‘conceptovereenkomst’ aangeduide document naar voren had gebracht. Het hof heeft daarentegen belangrijk gewicht toegekend aan de e-mails van 11 september 2017 en 23 oktober 2017. De e-mail van 11 september 2017 heeft het hof in rov. 4.19. geciteerd. Daarin staat onder meer: “
Wij hebben afgelopen week een aantal malen contact gehad over de hernieuwde samenwerking in de komende jaren.(…)
Bwaste wil de ontwikkelingskosten van een nieuwe Bwaste controller financieren geschikt voor Rotterdam en andere Bwaste projecten(…)
Na een succesvolle technische integratie van de proefserie van 100 stuks zal Bwaste een bestelling plaatsen van 1.000 units.(…)” Volgens [eiser] is het onbegrijpelijk dat het hof uit de e-mail van 11 september 2017 heeft afgeleid dat Login na juli 2017 het exclusiviteitsbeding heeft overtreden. Mijns inziens is dat niet onbegrijpelijk. Het hof heeft deze e-mail in rov. 4.20. in verband gebracht met het ‘stappenplan’ en de e-mail van 23 oktober 2017, die in randnummers 3.21 en 3.23 hiervoor aan de orde waren, volgens welke Login een SmartBox RT voor BWaste ontwikkelde en in productie heeft gebracht.
ontwikkeldeklaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk geen betekenis heeft gehecht aan het betoog van [eiser] over de voorraden van Login. In het kader van de vraag of Login een nieuwe (concurrerende) controller voor BWaste
produceerdehoefde het hof op dat betoog over de voorraden niet nader in te gaan gelet op de e-mail van 23 oktober 2017 waarin [eiser] aan BWaste meldt dat de SmartBox RT in productie is gegaan (zie randnummers 3.21, 3.23, 3.25, 3.27 en 3.29 hiervoor). Ook met geringe voorraden kan die productie immers zijn aangevangen. De stelling onder (iii), te weten dat [eiser] de gesprekken met BWaste in september 2017 heeft gestaakt toen duidelijk werd dat Waste Products c.s. bezwaar hadden tegen de ontwikkeling van een nieuwe controller voor BWaste, heeft het hof klaarblijkelijk wel in de beoordeling betrokken (zie rov. 4.19. van het bestreden arrest [42] ) en dus niet gepasseerd, maar gelet op de contra-indicaties die hiervoor aan de orde zijn gekomen (zie randnummers 3.21, 3.23, 3.25, 3.27 en 3.29 hiervoor) heeft die stelling het hof niet kunnen overtuigen. De klacht faalt dus.
waaraan Login zich tegelijkertijd kweet”, aldus [eiser] , was derhalve geen sprake. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt dan niet in te zien om welke reden Login, ondanks de in het exclusiviteitsbeding opgenomen en door het hof geaccordeerde vrijstelling, jegens Waste Products c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, zo wordt geklaagd.
de door Login ingezette parallelle ontwikkeling van de Smartbox RT” niet strookt met de gerechtvaardigde belangen van Waste Products c.s.: “
Dat[dus die parallelle ontwikkeling, A-G]
strookt immers niet met de gerechtvaardigde belangen van WP c.s. om nog voordat er een proefserie ten behoeve van WP c.s. gereed was, buiten medeweten van WP c.s., zich toe te leggen op de ontwikkeling en levering van de Smart RT Box ten behoeve van haar grote concurrent BWaste”. Het hof heeft niet, anders dan [eiser] bij de klachten tot uitgangspunt neemt, geoordeeld of in zijn beoordeling betrokken dat de
levering van de proefserie SRTCsdoor Login aan BWaste strijdt met de gerechtvaardigde belangen van Waste Products c.s.
vernietiging” van voornoemd oordeel van de rechtbank. Die overwegingen houden in dat (i) er “
eventueel” na de (tijdelijke) opheffing van de beslaglegging op 22 december 2017 geen belemmeringen meer bestonden voor de uitvoering van de overeenkomst, (ii) onvoldoende onderbouwd is dat Innovadis B.V. van Waste Products c.s. geen toestemming kreeg om bij te dragen aan de ontwikkeling van het product, (iii) de proefserie op 27 maart 2018 nog niet gereed was en (iv) niet voor de hand zou liggen dat die proefserie eerst aan BWaste zou worden geleverd. Dit doet, aldus [eiser] , er niet aan af dat Waste Products c.s. niet hebben betwist dat Login tot 22 december 2017 – en ook weer na 31 juli 2018 – mede vanwege de daarop rustende beslagen en de brieven van 2 en 4 oktober 2017, in ieder geval de proefserie, de andere controllers en de aanverwante producten – die ook volgens het hof niet onder het exclusiviteitsbeding vallen (rov. 4.11. en 4.12.) – niet aan derden heeft kunnen leveren, hetgeen zich niet meer ongedaan laat maken. In dat licht is niet voldoende begrijpelijk gemotiveerd waarom het oordeel van de rechtbank dat op 27 maart 2018 sprake was van verzuim en van een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt niet in stand kan blijven, aldus [eiser] . [43]
Login heeft op 27 maart 2018 de overeenkomst met WP gedeeltelijk ontbonden, in die zin dat zij zich bevrijdt van de passage “Overeenkomst leveringen aan de firma Bwaste” waarin staat dat alle leveringen aan BWaste via WP zullen lopen (zie onder 4.9). Daarmee beoogde zij de exclusiviteitsafspraak van partijen ongedaan te maken. In de brief voert Login als grond aan dat WP haarverbiedtom bestaande controllers aan BWaste te leveren en om de controllers uit de proefserie rechtstreeks aan Bwaste te leveren, als ook dat WP vijf facturen onbetaald zou laten” (onderstreping toegevoegd door mij; in het origineel zijn alleen de woorden
“Overeenkomst leveringen aan de firma Bwaste”gecursiveerd, AG). [eiser] richt geen klachten tegen rov. 4.31. Overigens strookt deze samenvatting mijns inziens ook met de inhoud van de brief van 27 maart 2018 van Login aan Waste Products c.s. (geciteerd in randnummer 1.25). Het was Login dus, zo heeft het hof tot uitgangspunt genomen, te doen om de levering van bestaande controllers en controllers uit de proefserie aan BWaste, die Waste Products c.s. volgens Login ten tijde van het uitbrengen van de ontbindingsverklaring belemmerden, en om de volgens Login onbetaalde facturen.
na 31 juli 2018, waar [eiser] in het cassatiemiddel melding van maakt, in dit verband begrijpelijkerwijs niet relevant heeft geacht nu de ontbindingsverklaring op 27 maart 2018 werd uitgebracht. Ten aanzien van de periode tot 22 december 2017 geldt dat het hof deze klaarblijkelijk ook niet relevant heeft geacht nu het erom ging of Waste Products c.s. ten tijde van het uitbrengen van de ontbindingsverklaring leveringen belemmerden. Het hof heeft in rov. 4.32. het betoog van Waste Products aangehaald dat zij na de opheffing van de beslagen (op 22 december 2017): “
Login niet heeft gehinderd in de verkoop en levering van andere Waste-producten aan BWaste of derden.” Volgens het hof slaagt dit betoog: “
Niet valt in te zien waarom Login, nadat de beslagen ongeveer een maand later werden opgeheven, in de uitvoering van de overeenkomst werd belemmerd. Zoals [eiser] namens Login tijdens de zitting in hoger beroep heeft verklaard, zochten partijen nadien naar overeenstemming over een andere vorm van samenwerking, maar feitelijk bestond er geen belemmering om uitvoering te geven aan de overeenkomst:(…).” Het hof heeft in rov. 4.33. overwogen dat na de opheffing van de beslagen weliswaar “
nog een discussie liep over de vraag of Login 50 proef-SRTC’s direct aan BWaste mocht leveren of dat via WP moest doen”, maar dat dat de partiële ontbinding niet rechtvaardigt omdat “
deze proef-SRTC’s nog niet gereed waren.” Met andere woorden: zolang de proef-SRTC’s nog niet gereed waren, deed het ook niet ter zake of Waste Products c.s. Login ervan weerhielden deze aan BWaste te leveren. Dat oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk. Ten aanzien van de bestaande controllers heeft het hof, zo volgt uit het voorgaande, niet willen aannemen dat Waste Products c.s. de levering daarvan aan BWaste belemmerden toen Login haar ontbindingsverklaring uitbracht. Het cassatiemiddel maakt niet duidelijk wat daaraan onbegrijpelijk zou zijn.
nietgelegen waren in de brieven van Waste Products c.s. aan Login, zodat zij geen tekortkoming opleveren. De klacht faalt in zoverre.
[d]at er op dat moment[na de opheffing van de beslagen, AG]
nog een discussie liep over de vraag of Login 50 proef-SRTC’s direct aan BWaste mocht leveren of dat via WP moest doen,(…)
de partiële ontbinding niet [rechtvaardigt],reeds omdat deze proef-SRTC’s nog niet gereed waren” (onderstreping toegevoegd door mij, AG). Daarop heeft het hof laten volgen: “
Daarbij ligt het gezien de exclusiviteitsafspraak niet erg voor de hand dat Login nog voordat WP zelf een proefserie ontving een proefserie SRTC’s aan BWaste zou kunnen leveren waarmee de door WP gewenste voorsprong op de markt zou worden prijsgegeven.” Dit laatste is onmiskenbaar een ten overvloede gegeven oordeel dat hier kan blijven rusten. Met Waste Products c.s. [45] ben ik bovendien van mening dat het oordeel van het hof dat het beroep van Login op ontbinding niet slaagt voor zover Login daaraan ten grondslag heeft gelegd “
dat WP haar verbiedt om bestaande controllers aan BWaste te leveren en om de controllers uit de proefserie rechtstreeks aan Bwaste te leveren” zelfstandig wordt gedragen door rov. 4.32. en dus niet afhankelijk is van het argument in rov. 4.33. dat de proef-SRTCs op 27 maart 2018 nog niet gereed waren. Reeds daarop stuit de klacht af.
het gezien de exclusiviteitsafspraak niet erg voor de hand [ligt] dat Login nog voordat WP zelf een proefserie ontving een proefserie SRTC’s aan BWaste zou kunnen leveren waarmee de door WP gewenste voorsprong op de markt zou worden prijsgegeven.” De klacht faalt.
joint venture(Waste Products) kan [eiser] – die alle correspondentie en gesprekken met BWaste overwegend zelf heeft gevoerd – daarvan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt (rov. 4.45.);
toolverloor en haar marktpositie werd aangetast (rov. 4.45.);
art. 6:162 BW Pro-aansprakelijkheid van [eiser] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Login” voor de schending van Login van het exclusiviteitsbeding. De onder (v) genoemde passage wijst echter weer op aansprakelijkheid van [eiser] voor eigen gedragingen en eigen contractuele verplichtingen jegens Waste Products en BWaste wegens het rechtstreeks beconcurreren van Waste Products, aldus [eiser] . De onder (vi) genoemde passage duidt op aansprakelijkheid van [eiser] als bestuurder van Login alsmede op aansprakelijkheid als deelnemer aan de
joint ventureWaste Products, in welk geval juist Login als deelnemer aansprakelijk is in plaats van [eiser] (die immers niet zelf deelnam in Waste Products), zo voegt [eiser] toe. Ten slotte is ook denkbaar, aldus [eiser] , dat het hof het oog heeft gehad op aansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW Pro van [eiser] en Login jegens Waste Products, zonder overigens de onbehoorlijk-bestuur-maatstaf te noemen of daaraan te toetsen. In die lezing zijn als uitgangspunt niet alleen [eiser] (via art. 2:11 BW Pro) en Login als bestuurder van Waste Products aansprakelijk, maar ook haar medebestuurder van Waste Products, DBICS, nu op grond van art. 2:9 BW Pro als uitgangspunt het hele bestuur aansprakelijk is. De in randnummer 4.1. onder (iii) en (iv) geciteerde passages verdragen zich met een dergelijk art. 2:9 BW Pro-oordeel weer niet goed, volgens [eiser] . Voorts is niet duidelijk welk gedrag precies verweten wordt: het hof spreekt van rechtstreekse concurrentie door [eiser] of Login, maar lijkt ook voort te bouwen op de schending van het exclusiviteitsbeding door Login. Daarmee heeft het hof mogelijk hetzelfde bedoeld, maar ook dat is onduidelijk. Reeds al deze onzekerheden en onduidelijkheden vormen reden om het oordeel wegens onvoldoende begrijpelijke motivering te vernietigen, zo betoogt [eiser] .
Als(…)
deelnemer aan de joint venture” in de tweede zin van rov. 4.45. wijzen niet erop dat het hof iets anders heeft bedoeld. De desbetreffende zin, die wat slordig is geformuleerd, heeft in het licht van rov. 4.44. klaarblijkelijk betrekking op het handelen van [eiser] als bestuurder en dus als vertegenwoordiger van Login, de contractuele wederpartij van Waste Products: “
Omdat [eiser][als bestuurder en dus vertegenwoordiger van Login, AG]
geen toestemming verkreeg van WP c.s. om een SRTC voor BWaste te ontwikkelen en hij – buiten medeweten van WP c.s. om – toch een samenwerking met BWaste is aangegaan en een SRTC ten behoeve van haar is gaan ontwikkelen, heeft [eiser][dat wil zeggen: Login, AG]
WP rechtstreeks beconcurreerd. Als bestuurder van Login en deelnemer aan de joint venture (WP) kan [eiser] – die alle correspondentie en gesprekken met BWaste overwegend zelf heeft gevoerd[namens Login, AG]
– daarvan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt.” Een ongelukkige formulering is geen cassatiegrond.
voldoendeis dat de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap door het handelen van de vennootschap schade zou lijden dan wel dat als gevolg van die wanprestatie concurrentie door de vennootschap zou plaatsvinden met de schuldeiser. Dat heeft het hof niet geoordeeld en klaarblijkelijk ook niet tot uitgangspunt genomen. Het hof heeft, zo blijkt uit de laatste zin van rov. 4.44., (in ieder geval) tot uitgangspunt genomen dat in het algemeen als
noodzakelijke voorwaardevoor het kunnen aannemen van een ernstig verwijt geldt dat de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap door zijn handelen schade zou lijden. [46] Uit niets blijkt dat het hof heeft gemeend dat dit laatste een
voldoende voorwaardeis, laat staan dat zou volstaan dat als gevolg van de wanprestatie concurrentie door de vennootschap zou plaatsvinden. In de een-na-laatste zin van rov. 4.44. heeft het hof immers ook overwogen dat het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt afhankelijk is van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. In rov. 4.45. heeft het hof hieraan toepassing gegeven.
persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. [47] Anders dan [eiser] betoogt, is voor aansprakelijkheid van een bestuurder jegens een contractuele wederpartij van de vennootschap – de term ‘schuldeiser’ is hier wat dubbelzinnig [48] – echter niet zonder meer vereist dat voor de bestuurder voorzienbaar was dat de vennootschap geen verhaal zou kunnen bieden voor de als gevolg van de wanprestatie van de vennootschap opgetreden schade. Hier is het arrest
Ontvanger/ […]van belang, [49] dat een nadere uitwerking en ‘uitbouw’ bevat van de zogenoemde
Beklamel-aansprakelijkheid, [50] die [eiser] op het oog heeft. Het gaat hierbij om het ‘typische’ geval van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Uw Raad heeft in dat verband in
Ontvanger/ […]onder meer overwogen dat een bestuurder die heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt een ernstig verwijt kan worden gemaakt als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. [51] Uw Raad heeft in
Ontvanger/ […]echter óók overwogen – en dat is hier van belang – dat zich
ook andere omstandighedenkunnen voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen. [52] Binnen het parket bij de Hoge Raad [53] en in de literatuur [54] wordt ook onderkend dat de in
Ontvanger/ […]beschreven gevallen niet alomvattend zijn en dat de uiteindelijke norm die van ‘persoonlijk ernstig verwijt’ is.
formeel” ook kan worden gegrond op andere omstandigheden dan de in
Ontvanger/ […]bedoelde wetenschap van benadeling (en naar ik begrijp: voorzienbaarheid van de onverhaalbaarheid van de schade), maar merkt op dat “
deze lijn in de rechtspraak niet nader [is] uitgekristalliseerd.” [55] Dit laatste argument is van beperkte relevantie. Het gaat hier – als altijd bij de onrechtmatige daad – om materie die inherent een sterk casuïstisch karakter heeft en zich niet uitputtend laat ‘vangen’ in harde (sub)regels. De rechter heeft mijns inziens ruimte nodig om recht te doen aan de feiten en omstandigheden van het geval, waarbij geldt dat de rechter zal moeten kunnen uitleggen waarom de verweten gedragingen persoonlijk ernstig verwijtbaar zijn, wat impliceert dat de rechter zal moeten kunnen uitleggen waarom de bestuurder had moeten begrijpen dat hij zich zonder meer van de desbetreffende gedragingen had moeten onthouden. Dergelijke gevallen kunnen zich nu eenmaal in allerlei vormen voordoen. Voor zover in dit verband al kan worden gesproken van ‘uitgekristalliseerd zijn’ is dat het product van de rechtspraak en geen daaraan voorafgaande omstandigheid. Als bepaalde gedragingen van een bestuurder buiten de in
Ontvanger/ […]geregelde gevallen met voldoende evidentie als persoonlijk ernstig verwijtbaar kunnen worden aangemerkt, kan bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad bestaan.
vrijwel iedere schadeveroorzakende handeling van een vennootschap persoonlijke aansprakelijkheid van diens bestuurder [zou] opleveren” een karikatuur vormt van wat het hof in rov. 4.43. tot en met 4.45. heeft overwogen en geoordeeld. ‘Persoonlijk ernstig verwijt’ betreft een open maatstaf die de ruimte geeft om de (door het hof vastgestelde) feiten te laten spreken en dat is wat het hof in rov. 4.45. heeft gedaan. Dat het hof dat met een korte motivering heeft kunnen doen, [56] is veelzeggend. Het oordeel van het hof in rov. 4.45. komt erop neer [eiser] als bestuurder van Login heimelijk heeft bewerkstelligd dat een
joint venturewaarin Login deelnam in strijd met contractuele verplichtingen werd beconcurreerd als gevolg van een samenwerking tussen Login en een derde, BWaste, waardoor die
joint venture“
haar voorsprong op de ontwikkeling van deze nieuwe tool[de SRTC; “
tool” is in het origineel als enige gecursiveerd, A-G]
verloor en haar marktpositie werd aangetast.” Het handelen van [eiser] riekt, met andere woorden, naar kwade trouw (en dat is toch heel iets anders dan, bijvoorbeeld, een goed bedoelde maar desalniettemin onverstandige keuze in het zicht van faillissement, of iets dergelijks). Het hof heeft gemeend dat [eiser] als bestuurder van Login persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door de belangen van de
joint venturewaarin Login deelnam, Waste Products, op deze wijze aan te tasten. De vraag of Login verhaal zou bieden en wat [eiser] in dat verband moest begrijpen, verdwijnt dan naar de achtergrond. Het hof is in het licht hiervan mijns inziens niet uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door niet in te gaan op de vraag wat [eiser] moest voorzien met betrekking tot de mogelijkheid om de opgetreden schade op Login te verhalen.
joint venturewaarin de vennootschap deelneemt in strijd met contractuele verplichtingen wordt beconcurreerd als gevolg van een samenwerking tussen de vennootschap en een derde – ligt besloten dat de
joint venturewordt benadeeld en dat degene die die gedraging verricht dat moet begrijpen. Overigens ligt in wat Waste Products c.s. naar voren hebben gebracht wel degelijk besloten dat [eiser] wist of behoorde te begrijpen dat Waste Products schade zou lijden als gevolg van de schending van het exclusiviteitsbeding. [59] Het hof heeft daarvan begrijpelijkerwijs geen onderbouwing verlangd. De klacht faalt dus ook in zoverre.
de andere controllers dan de SRTCs alsmede op de aanverwante productenniet onrechtmatig is geweest. Het hof heeft zelf vastgesteld, aldus [eiser] , dat (i) de initiële zienswijze van Waste Products c.s. over de reikwijdte van het exclusiviteitsbeding, inhoudende dat ook bestaande controllers en daarbij behorende aanverwante producten hierdoor werden bestreken, onjuist is (rov. 4.17.), (ii) de verkoop en levering van bestaande controllers alsmede van aanverwante producten onder het exclusiviteitsbeding was toegestaan (rov. 4.10. tot en met 4.12. en 4.17.), (iii) Login, voor zover zij bestaande controllers en aanverwante producten heeft verkocht, niet is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst (rov. 4.17. en 4.27.) en (iv) de verkoop en levering van de proefserie controllers aan BWaste onder het exclusiviteitsbeding was toegestaan (rov. 4.10. en 4.15.). In het licht van die vaststellingen is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk om welke reden het beslag op de SRTCs, de andere controllers en de aanverwante producten desondanks rechtmatig was. De klacht in randnummer 5.4. is daaraan verwant. Zij houdt in dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat de beslaglegging slechts betrekking heeft gehad op enkel aan de SRTC aanverwante producten en niet op andere aanverwante producten, het hof eraan voorbijziet dat een dergelijk onderscheid niet bestaat en door partijen ook niet is gemaakt.
c.q. afgifte”) te leggen op bepaalde roerende zaken (rov. 4.26. van het bestreden arrest). [60] Aan het onder (ii) bedoelde beslag hebben Waste Products c.s. ten grondslag gelegd, kort gezegd, dat Login doorging met leveringen aan BWaste die volgens Waste Products c.s. in strijd waren met het exclusiviteitsbeding in de overeenkomst. [61] Het onder (ii) bedoelde conservatoir beslag is op 20 november 2017 gelegd (zie rov. 4.2. van het bestreden arrest). [62] Het hof moest de schadevergoedingsvordering van Login en [eiser] wegens de volgens haar onrechtmatig gelegde beslagen beoordelen op basis van wat daaraan ten grondslag is gelegd. In eerste aanleg hebben Login en [eiser] in algemene zin aangevoerd, kort gezegd, dat de vorderingen van Waste Products c.s. zullen worden afgewezen en dat daarom de gelegde beslagen onrechtmatig zullen blijken. [63] De rechtbank heeft dit betoog in rov. 4.14. van het eindvonnis gehonoreerd. In hoger beroep heeft de faillissementscurator van Login uiteengezet welke belangen gemoeid zijn met de ten laste van Login gelegde beslagen (zowel het derdenbeslag als het beslag op roerende zaken). [64] [eiser] heeft – voor ik heb kunnen nagaan – op dit punt niets anders naar voren gebracht, al lag het op de weg van [eiser] om op dit punt vindplaatsen aan te dragen. Dat het hof moest responderen op een betoog van [eiser] dat (specifiek) het beslag ten laste van Login op bestaande controllers en daarbij behorende aanverwante producten onrechtmatig zou zijn omdat deze niet door het exclusiviteitsbeding worden bestreken, is mij niet gebleken.
het lot van [eiser] verbonden was aan het lot van Login” (en dat Waste Products dat alles wist) brengt niet anders mee. Die omstandigheden zijn in onze maatschappij immers niet bijzonder. Er zijn talloze kapitaalvennootschappen met één aandeelhouder of één grootaandeelhouder die financieel afhankelijk is van het inkomen uit en de waarde van de aandelen in de desbetreffende kapitaalvennootschap, terwijl anderen (zoals contractspartijen van de kapitaalvennootschap) dat weten. In het bekende arrest
[…] /ABPheeft Uw Raad juist ook voor die gevallen duidelijk gemaakt dat de aandeelhouder in beginsel geen eigen vordering toekomt tegen degenen die de kapitaalvennootschap schade berokkenen: “
Er is geen grond om op dit punt onderscheid te maken tussen het geval van een vennootschap met een aantal aandeelhouders en dat van een vennootschap waarvan de aandelen in één hand zijn. Ook is in dit verband niet van belang in hoeverre bij een vennootschap met slechts één aandeelhouder deze laatste tevens als (enig) directeur het doen en laten van de vennootschap beheerst.” [66] Wel is er ruimte voor een uitzondering indien sprake is van een gedraging die specifiek onzorgvuldig is jegens de aandeelhouder, [67] maar dat is hier niet aan de orde.
Ook de meer subsidiaire vordering waarin Login een verklaring voor recht vraagt dat de overeenkomst van 27 juli 2017 onder invloed van dwaling is tot stand gekomen en om de overeenkomst om die reden te vernietigen (vorderingen h en i), acht het hof niet toewijsbaar. Naar het oordeel van het hof heeft Login deze vordering onvoldoende toegelicht en met feiten en omstandigheden onderbouwd.” Natuurlijk hoefde het hof niet nog eens separaat in te gaan op de dienovereenkomstige vordering en het daarmee corresponderende betoog van [eiser] . Wel was het helderder geweest als het hof dit laatste uitdrukkelijk zou hebben overwogen, maar dat is geen cassatiegrond.