ECLI:NL:PHR:2023:780

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2023
Publicatiedatum
7 september 2023
Zaaknummer
21/05079
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420ter SrArt. 420bis SrArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 3 OpiumwetArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewezenverklaring medeplegen gewoontewitwassen met contante stortingen

De zaak betreft het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van ongeveer €664.783 gedurende de periode 2013-2015. Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte [betrokkene 2] gezamenlijk verantwoordelijk waren voor contante stortingen op bankrekeningen van bedrijven [A] en [B] en een privérekening, waarbij verdachte de leiding had en medeverdachte de stortingen uitvoerde.

Het bewijs bestond uit tapgesprekken, camerabeelden, bankmutaties en verklaringen van getuigen en betrokkenen. Uit de tapgesprekken bleek dat verdachte opdrachten gaf aan medeverdachte voor het storten van contant geld, dat werd gebruikt voor bedrijfsbetalingen. De administratie van de bedrijven was onregelmatig en er was geen sprake van normale bedrijfsvoering, wat het vermoeden van witwassen versterkte.

De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat verdachte verantwoordelijk was voor alle stortingen, maar het hof concludeerde op basis van de bewijsmiddelen dat verdachte en medeverdachte nauw samenwerkten en dat het niet anders kon zijn dan dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel niet onbegrijpelijk heeft gegeven en dat het cassatieberoep faalt.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; bewezenverklaring medeplegen gewoontewitwassen bevestigd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/05079

Zitting12 september 2023
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 10 december 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens 1. ‘medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken, en medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken’, 2. ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’, alsmede 4. ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’, veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het hof heeft daarbij de gevangenneming van de verdachte bevolen.
Er bestaat samenhang met de zaken 21/05167, 21/05219 en 21/05221. In de eerste twee zaken zal ik vandaag ook concluderen, in de zaak 21/05221 heeft de enkelvoudige kamer van Uw Raad op 16 mei 2023 arrest gewezen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. [1] S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het
middelziet op de bewezenverklaring en bewijsvoering van (kort gezegd) het medeplegen van het gewoontewitwassen. Voordat ik het middel bespreek geef ik de bewezenverklaring, een bewijsverweer, de relevante delen van de bewijsoverwegingen en de relevante bewijsmiddelen weer.
De bewezenverklaring, een bewijsverweer, delen van de bewijsoverwegingen en bewijsmiddelen
5. Het hof heeft in het bestreden arrest ten laste van de verdachte onder meer bewezenverklaard dat:
‘1. hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 2 maart 2015, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader telkens van een voorwerp, te weten een geldstroom met individuele contante geldbedragen tot een uiteindelijk totaal van ongeveer EUR 664.783,-, de werkelijke aard en de herkomst verborgen en/of verhuld terwijl hij en zijn mededader wisten dat deze geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf
en
telkens voorwerp(en), te weten een geldstroom met individuele geldbedragen tot een uiteindelijk totaal van ongeveer EUR 664.783,-, althans meerdere (contante) geldbedragen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en heeft omgezet en van voorwerpen, te weten voornoemde geldbedragen, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader wisten, dat deze geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.’
6. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, gehouden op 24 november 2021, blijkt dat de raadsman het woord tot verdediging gevoerd en daarbij onder meer het volgende heeft aangevoerd:
‘Dan over naar de ten laste gelegde feiten. (…) Uw hof zal namelijk moeten beoordelen of de € 666.000,- van witwassen afkomstig is en of het gehele bedrag een criminele herkomst heeft en dat het bedrag in zijn totaliteit door de handen van [verdachte] is gegaan. Daar wringt de schoen. Iedere storting bij [A] en [B] moet dus door de handen van [verdachte] zijn gegaan. [A] dat zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Toch wordt er aan de hand van tapgesprekken van ver na de oprichting van [A] gezegd dat [verdachte] [betrokkene 2] opdracht heeft gegeven om geld te storten. U zult aan de hand van de tapgesprekken mogelijk tot een bewezenverklaring kunnen komen maar tot welk bedrag. U zult toch moeten bewijzen dat alle bedragen die bij [A] , [B] en [betrokkene 1] op de rekening zijn gestort allemaal van [verdachte] afkomstig zijn. Het is volgens het openbaar ministerie allemaal witgewassen door [verdachte] . Iedere euro in het onderzoek Canseco is volgens het openbaar ministerie op het bordje van [verdachte] terechtgekomen. Het is aan uw hof om te bekijken wat nu wel of niet kan worden bewezen. Het is onvoldoende duidelijk waarop de geldstromen zien en waarop de witwasverdenking jegens [verdachte] ziet. (…) U moet wettig en overtuigend bewijzen dat [verdachte] € 666.000,- heeft witgewassen. Ik zou niet weten hoe een bewijsconstructie er uit zou moeten zien dan naar een verwijzing naar de tapgesprekken tussen [betrokkene 2] en [verdachte] uit de periode november 2014 tot en met begin 2015. Dat is het [B] tijdperk. Over [A] ben ik niets wijzer geworden. Het openbaar ministerie geeft aan dat [betrokkene 1] een katvanger is geweest. Hij zou van niets weten. Op pagina 56 en 57 van het zaaksdossier witwassen wordt de verklaring van [betrokkene 1] van 2 april 2015 samengevat. [betrokkene 1] verklaart daar dat hij één keer met [betrokkene 2] naar de bank is geweest om geld te storten. Er is toen € 4.000,- gestort. Dat geld was afkomstig van [betrokkene 1] in verband met de verkoop van een flat in Turkije. De verbalisant merkt daarover op dat uit bovenstaande verklaringen blijkt dat [betrokkene 1] zijn verhaal niet eenduidig is en soms zelfs tegenstrijdig.
(…) [betrokkene 1] zegt dat hij [verdachte] niet kent. Ook [betrokkene 3] , de eigenaar van het administratiekantoor die ook de boekhouding van [B] deed, kent [verdachte] niet. Dit zijn punten die u moet mee nemen in uw beoordeling. Wat is de rol van [verdachte] geweest en kan hij verantwoordelijk worden gehouden voor alle stortingen in de loop van de jaren 2013 tot en met 2015. Ik zie niet in dat [verdachte] verantwoordelijk is voor de storting van de € 46.500,- op de rekening van [betrokkene 1] . Ik zie bij die storting geen rol van [verdachte] . Hij komt daar niet in voor. (…) Ik vraag mij echt in gemoede af of u kunt bepalen welk geldbedrag door [verdachte] is witgewassen.’
7. Het hof heeft inzake de bewezenverklaring van het medeplegen van het gewoontewitwassen het volgende overwogen:

Ten aanzien van feit 1:
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, onder b van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”, kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Indien door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Indien de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.
Indien een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Het hof leidt uit de beschikbare bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden af.
[A]
is opgericht op 1 september 2013. Het bedrijf stond op naam van medeverdachte [betrokkene 1] . Medeverdachte [betrokkene 2] werd door [betrokkene 1] gemachtigd om op te treden namens het bedrijf en was ook gemachtigd voor de bij het bedrijf behorende bankrekening. [betrokkene 2] beschikte over een bankpas van [A] op zijn naam en de daarbij behorende pincode. In de periode van 11 september 2013 tot en met 28 januari 2015 hebben in totaal 104 bijschrijvingen plaatsgevonden op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] van de firma [A] voor een totaalbedrag van € 403,322,48. Van de 104 bijschrijvingen bestaan 91 bijschrijvingen uit stortingen van contante geldbedragen voor een totaalbedrag van € 353.035,-. In de genoemde periode zijn op genoemde bankrekening zes zakelijke ontvangsten bijgeschreven voor een totaalbedrag van € 30.465,- en zijn twee overboekingen van [betrokkene 1] bijgeschreven voor een totaalbedrag van € 13.500,-. De overige vijf bijschrijvingen bedroegen in totaal € 6.321,58.
Alle betalingen vanaf voornoemde bankrekeningnummer zijn vrijwel telkens voorafgegaan door stortingen van contante geldbedragen van nagenoeg dezelfde omvang als de daarop volgende betaling. Van enige betrokkenheid gedurende genoemde periode van de formele eigenaar, [betrokkene 1] , van [A] bij de bedrijfsvoering of bij de contante geldstortingen op de bankrekening van [A] , is niet gebleken.
Uit onderzoek van de administratie van [A] is gebleken dat in de periode van 1 september 2013 tot en met 2 maart 2015 [A] voor een bedrag van € 151.669,02 heeft ingekocht en dat in diezelfde periode in totaal een bedrag van € 30.465,90 aan opbrengsten zijn binnengekomen.
[B]
is opgericht op 19 september 2014. Het bedrijf stond op naam van [betrokkene 4] , de moeder van verdachte. [betrokkene 4] verklaart dat zij slechts op papier eigenaar was, op verzoek van [betrokkene 2] , maar dat zij niets met het bedrijf te maken had. [betrokkene 4] verklaart dat zij [betrokkene 2] heeft gemachtigd om op te treden voor het bedrijf en dat zij zelf geen bankpas had. [betrokkene 2] beschikte wel over een bankpas van [B] op zijn naam.
In de periode van 22 september 2014 tot en met 25 februari 2015 hebben 49 stortingen van contante geldbedragen plaatsgevonden op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] van de firma [B] Fruit voor een totaalbedrag van € 164.530,-.
Voorts zijn er twee zakelijke bijschrijvingen van in totaal een bedrag van € 7.904,-. De overige bijschrijvingen bedroegen in totaal een bedrag van € 595.50.
Alle betalingen vanaf voornoemde bankrekeningnummer zijn vrijwel telkens voorafgegaan door stortingen van contante geldbedragen van nagenoeg dezelfde omvang als de daarop volgende betaling. Van enige betrokkenheid gedurende genoemde periode van de formele eigenaar, [betrokkene 4] , van [B] bij de bedrijfsvoering, contante geldstortingen en/of overboekingen is niet gebleken.
Uit onderzoek van de administratie van [B] is gebleken dat in de periode van 22 september 2014 tot en met 2 maart 2015 [B] voor een bedrag van € 116.111,45 heeft ingekocht en dat in diezelfde periode in totaal een bedrag van € 7.904,- aan opbrengsten zijn binnengekomen.
Contante stortingen
Uit de camerabeelden van contante stortingen op de rekening van [A] blijkt dat [betrokkene 2] onder meer op 6 november 2014, 12 november 2014 en 13 november 2014 voornoemde stortingen van contante bedragen steeds feitelijk heeft uitgevoerd. Op 13 november 2014 stort [betrokkene 2] een bedrag van € 6.250,- op de rekening van [A] . Uit onderzoek blijkt dat [betrokkene 2] voorafgaand aan die storting contact heeft met [verdachte] .
Op 13 november 2014 om 16.32 uur wordt [betrokkene 2] gebeld door [verdachte] waarna het volgende gesprek plaatsvindt:
[verdachte] : Ja moi, tot hoe laat ken jij gaan storten?
[betrokkene 2] : Tot een zes uur, zeven uur toch. Zes uur denk ik ja, half zeven sorry.
[verdachte] : Zes, half zeven. Dus als ik zorg dat jij dadelijk die papieren krijgt, dan kun jij dan vanavond met spoed allemaal overmaken?
[betrokkene 2] : Ja.
Dezelfde dag om 16.49 uur wordt [betrokkene 2] opnieuw door [verdachte] gebeld waarna het volgende gesprek plaatsvindt:
[verdachte] : Hoeveel was het van die Turk?
[betrokkene 2] : 6 duizend zoveel is het hoor. Ik heb het hier ... 'kheb dat papiertje
[verdachte] : Jaa
[betrokkene 2] : ja wacht ft ik pak het hier, ik pak ft het papiertje ... eeeh .... 6215 (zesduizend tweehonderd en vijftien)
[verdachte] : enneh hoeveel is dat stroom?
[betrokkene 2] : 350
[verdachte] : Hij neemt dadelijk het geld mee voor die stroom enne voor eeh die eeeeh. .. Turk dadelijk meteen storten, meteen alles betalen, morgenochtend wil ik betaling van jou zien
[betrokkene 2] : Ok, rustig aan meneer, ok?
[verdachte] : is goed, hoi.
Op 20 november 2014 om 15:24 wordt [betrokkene 2] gebeld door [verdachte] . Samenvattend komt het gesprek op het volgende neer:
( [verdachte] = [verdachte] , [betrokkene 2] = [betrokkene 2] )
[verdachte] vraagt hoe het gaat. Rustig he zegt [betrokkene 2] . [verdachte] vraagt of [betrokkene 2] al heeft gestort. [betrokkene 2] heeft gestort zegt hij. [verdachte] vraagt of 'het' al binnen is. [betrokkene 2] zegt dat het er morgen is. [verdachte] vraagt of [betrokkene 2] ook op de [A] rekening heeft gekeken. Dat heeft [betrokkene 2] gedaan, er was nog niks. Ze zien elkaar dadelijk of morgen.
Afscheid
Op 15 januari 2015 om 16:14 uur vindt het volgende gesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 2] .
( [verdachte] = [verdachte] , [betrokkene 2] = [betrokkene 2] )
Begroeting. Dan letterlijk:
[verdachte] zegt: Luister eens. Kun jij dadelijk ehhhh heb je nog mails binnen gehad? Nee he?
[betrokkene 2] zegt: Nee.
[verdachte] zegt: Oke. Kun jij dadelijk Niso (fon) een bericht sturen dat wij morgen even dat geld over gaan maken....
[betrokkene 2] zegt: Oke.
[verdachte] zegt: ..... voor die invoice die hun gestuurd hadden. Snap je? Dus wel het bedrag erbij zetten en zo of het invoice nummer erbij zetten dat ze weten waar het over gaat. En dan krijg jij gelijk geld voor de rekeningen te betalen. Volgens mij is die rekening maar iets van 10 duizend he? Alles bij elkaar, 11 duizend nog wat dollar volgens mij.
[betrokkene 2] zegt: Ja.
[verdachte] zegt: Dus dan geef ik jou ehhh sowieso 15 voor de bestelling te betalen en ehhhh de rekeningen te betalen.
[betrokkene 2] zegt: Hmmm
[verdachte] zegt: En dan neem ik ook nog ehhhh die 5 extra mee voor jou.
[betrokkene 2] zegt: Oke is goed.
[verdachte] zegt: Ja dus dan ehhh komt ie dadelijk komt ie bij jou. Ik weet nog niet hoe laat, we zijn nog
Op 30 januari 2015 om 16:03 uur vindt het volgende gesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 2]
( [verdachte] = [verdachte] , [betrokkene 2] = [betrokkene 2] )
[betrokkene 2] : Eentje komt te kort he? Dat weet je toch of niet? Zo dadelijk even gestort allemaal. [verdachte] : Hoezo kom ik te kort?
[betrokkene 2] : Luister. He dat bedrag van 26..
[verdachte] : Ja!
[betrokkene 2] : keer 99 (fan) ja ... dat is 23 800
[verdachte] : Ja en daarvoor vroeg ik jou, heb jij die van de ...... ik weet toch wat ik jou gegeven heb? Ik weet het toch.
[betrokkene 2] : Ja, ik heb .. je hebt me 22 50 gegeven ja ..
[verdachte] : Maar goed, in ieder geval uuuhh, ik weet het, want namelijk we hadden het berekend op de bedrag van die 24.000 dollar.
[betrokkene 2] : Dan is het goed meneer.
[verdachte] : Maar heb ehh sos (fon) al geld overgemaakt?
[betrokkene 2] : Ik ga nu gelijk naar de bank en dan zie ik het allemaal daar, oke?
[verdachte] : Oke, want als het goed is moet sos (fon) overgemaakt hebben, en anders kun je maandag dat geld uh dat geld pas maandag erop staat van sos kun je dat geld gewoon d'r bij gebruiken he.
[betrokkene 2] : Ja nee .. ntv .. gewoon.
[verdachte] : Ja. En als ze geld over hebben dan kun je gewoon die 230 euro van jou, die kun je d'r ook nog af halen voor jezelf.
[betrokkene 2] : Ja is goed.
Afscheid.
Uit het dossier is voorts gebleken dat alle stortingen plaatsvinden op dezelfde locatie namelijk [a-straat 1] te [plaats] , dit is op 800 meter afstand van de woning van [betrokkene 2] .
Uit het bovenstaande concludeert het hof dat blijkt dat het contante geld dat op de bankrekeningen van [A] en [B] gestort wordt door [betrokkene 2] , en afkomstig is van [verdachte] . [betrokkene 2] verricht de betalingen en de contante stortingen op de rekeningen van [A] en [B] . Hij doet dit echter in opdracht van [verdachte] .
De contante gelden die [betrokkene 2] stort op de rekeningen van [A] en [B] dienen naar het oordeel van het hof om betalingen te verrichten inzake de bedrijfsvoering, zoals het inkopen van fruit en het betalen van bedrijfskosten. De stortingen vinden plaats vlak voordat door de bedrijven [A] en [B] een betaling wordt verricht. Gelet op het feit dat er geen aanwijzingen zijn dat anderen contante stortingen deden en gezien de tapgesprekken, camerabeelden en mutaties op de bankrekening wordt door het hof aangenomen dat [betrokkene 2] ook gedurende de hele periode van het bestaan van [A] en [B] de contante stortingen heeft verricht.
Bedrijfsvoering
De getuige [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij verantwoordelijk was voor de verkoop van de partijen fruit of bonen die waren ingekocht en dat de door [A] en [B] verkochte partijen groenten en fruit door de afnemers nooit contant werden betaald. De boekhouder van beide bedrijven, [betrokkene 3] , heeft verklaard dat er geen sprake was van een reguliere boekhouding, omdat onder meer inkoopfacturen, verkoopbescheiden en kasstukken ontbraken. Voorts heeft [betrokkene 3] bij de raadsheer-commissaris verklaart dat er allerlei kosten bijkomen bij de aanschaf van containers en het dan nooit een rond bedrag betreft en dat er ook geen inkoopnota's in de administratie van de bedrijven te vinden waren.
Voorts heeft de getuige [betrokkene 5] verklaard dat hij op verzoek van [verdachte] is gaan werken bij [A] en dat [verdachte] hem vertelde wat hij precies moest gaan doen. Op de vraag van wie het bedrijf is antwoord de getuige: [betrokkene 2] is gemachtigde op papier. De feitelijke baas is [verdachte] . Met [betrokkene 2] had ik bijna dagelijks contact.
[betrokkene 5] verklaart ook dat de verkoopprijs meestal gelijk was aan de inkoopprijs en soms zelfs eronder. Er zat geen winst op de handel.
De getuige [betrokkene 6] heeft op verzoek van [verdachte] een aantal malen papieren afgeleverd bij [betrokkene 2] in [plaats] . Ook verklaarde hij dat [verdachte] regelmatig op het bedrijf [B] aanwezig was.
Naast de hierboven weergegeven tapgesprekken blijkt ook uit de volgende tapgesprekken dat [verdachte] opdrachten geeft aan [betrokkene 2] , dan wel dat hij hem aanstuurt.
Op 18 november 2014 wordt het volgende gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 2] gevoerd.
Samenvattend komt het gesprek op het volgende neer:
( [verdachte] = [verdachte] , [betrokkene 2] = [betrokkene 2] )
[betrokkene 2] is in Best en vraagt of [verdachte] ook naar Best komt. [verdachte] komt nu nog niet naar Best toe maar dadelijk wel. [betrokkene 2] zegt letterlijk:
DB: De "koppijn" is al weg we zitten alleen maar te wachten op transport nou, snapje.
[verdachte] zegt dat het enige is dat hij weet. [verdachte] vraagt zich af of hij mensen moet gaan regelen. [betrokkene 2] zegt dat ze dat nog niet weten. Dat weten we toch niet misschien is het vandaag of morgen. [verdachte] komt dadelijk toch naar Best omdat hij Toon moet hebben. [betrokkene 2] is dan al weg.
[verdachte] vraagt of [betrokkene 2] die mail van vanmorgen gestuurd heeft. [betrokkene 2] heeft die mail allang verstuurd.
[verdachte] zegt dat hij kopieën moet hebben van die mail, maar als die in Best liggen is het goed zegt [verdachte] .
Op 20 november 2014 vind het volgende gesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 2] .
( [verdachte] = [verdachte] , [betrokkene 2] = [betrokkene 2] )
[verdachte] : Ok. je gaat die mail sturen naar [betrokkene 7] (fon) he?
[betrokkene 2] : Ja,
[verdachte] : Moet je ff wachten, luisteren, he? Dan moet je ff in de mail moet je ft zetten, gewoon zeggen wie dat wij zijn.
Wij zijn [B], dit en dat (ntv) huppelepup, weet je wel? Wij hebben een eeh, downpayment gedaan en dan twee bedragen erbij zetten die wij betaald hebben?
[betrokkene 2] : Ja
[verdachte] : Snap je? Vervolgens gaan wij aanstaande maandag nog een bedrag storten als aanbetaling, 50% aanbetaling voor een 20 voet container blikken ananas, die en die en die maten, 300 gram, 600 gram ennne 3000 gram. Snap je? Dmmm

[verdachte] : Dus dat moetje voor mij allemaal in die mail zetten

[betrokkene 2] : ok
[verdachte] : wat wij betaald hebben. Want hun hebben namelijk nog steeds problemen met het afhalen van het geld. Hun denken daar dat ze geld aan het witwassen zijn of zo en ze willen van ons bewijs hebben dat wij een aanbetaling hebben gedaan voor die container.
[betrokkene 2] : mm
[verdachte] : Snap je?
Wij zijn [B]gewoon ons naam adres erbij, dat soort dingen allemaal. En dan zeggen dat we een aanbetaling hebben gedaan voor een 20 voet container ananassen dit. dat. Gewoon alles netjes erbij.
Op 28 november 2014 vindt het navolgende gesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 2] .
Samenvattend komt het op het volgende neer:
( [verdachte] = [verdachte] , [betrokkene 2] = [betrokkene 2] )
[verdachte] komt vandaag niet naar de zaak, maar geeft een aantal opdrachten aan [betrokkene 2] .
[betrokkene 2] moet een mail sturen naar " [C] " Fon en vragen hoe het zit met de nieuwe container en wat het CIF kost en zeggen dat ze daar willen betalen.
[betrokkene 2] moet ook een herinnering sturen naar " [betrokkene 8] " Fon. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 2] dat hij goed op moet letten wat hij stuurt want [betrokkene 2] heeft in 24 uur 3 verschillende berichten gestuurd. [betrokkene 2] moet ook een herinnering sturen naar " [D] "
Uit het bovenstaande concludeert het hof dat [betrokkene 4] en [betrokkene 1] enkel de bedrijven op naam hadden maar verder geen invloed hadden op de bedrijfsvoering. [betrokkene 2] en [verdachte] runden de bedrijven waarbij sprake was van een duidelijke gezagsverhouding tussen [verdachte] en [betrokkene 2] , in die zin dat [betrokkene 2] werd aangestuurd door [verdachte] en dat door [verdachte] opdrachten werden gegeven aan [betrokkene 2] en dat [verdachte] degene was die leiding gaf aan de bedrijven [A] en [B] . Verder leidt het hof af dat er enorme verliezen werden geleden uit de handel met de ingekochte goederen. Het bedrijf werd enkel gefinancierd door de contante stortingen.
Privérekening [verdachte]
In de periode van 1 september 2013 tot en met 2 maart 2015 hebben op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] van [verdachte] onder meer 48 stortingen van contante geldbedragen plaatsgevonden voor een totaalbedrag van € 65.081,42. De overige inkomsten in voornoemde periode bedroegen € 1.958,69. Van inkomsten uit onderneming of loondienst is niet gebleken.
Privérekening van medeverdachte [betrokkene 9] , partner van verdachte:
Verdachte en [betrokkene 9] vormen samen met hun twee kinderen een gezin en voerden een gezamenlijke huishouding. In de periode van januari 2013 tot en met december 2014 hebben op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] van [betrokkene 9] , levenspartner van [verdachte] , diverse stortingen van contante geldbedragen plaatsgevonden voor een totaalbedrag van € 6.950,-. In de periode van januari 2013 tot en met maart 2014 is op voornoemd bankrekeningnummer maandelijks een salarisbetaling van € 790,- bijgeschreven. In de periode van april 2014 tot en met oktober 2014 is maandelijks een UWV-uitkering van ongeveer € 700,-bijgeschreven. Van overige vaste inkomsten is niet gebleken.
Contante betalingen van facturen
Factuur De Bommel (meubelen):
Bij de doorzoeking in de woning van verdachte op 2 maart 2015 is een factuur aangetroffen van De Bommel Meubelen van 15 januari 2014, op naam van [betrokkene 9] , van aankoop van een buffetkast en een salontafel voor een totaalbedrag van € 2.198,-. Blijkens de bedrijfsadministratie van De Bommel Meubelen is voornoemde factuur (in termijnen) contant betaald.
Factuur Paradigit (laptop):
Bij de doorzoeking in de woning van verdachte op 2 maart 2015 is een factuur aangetroffen van Paradigit van 24 september 2014, op naam van [verdachte] , van de aankoop van een Lenovo Flex, inclusief Microsoft Office 2013 voor een totaalbedrag van € 408,-. Blijkens de factuur is voornoemd bedrag contant betaald.
Factuur VakantieXperts (reisbureau):
Bij de doorzoeking in de woning van verdachte op 2 maart 2015 is een factuur aangetroffen van VakantieXperts van 5 november 2014, op naam van [verdachte] , voor een vliegreis naar Turkije voor een totaalbedrag van € 4.733,-. Blijkens de bedrijfsadministratie van TravelXL is door verdachte voor deze reis op 4 december 2014 een bedrag van € 2.733,- betaald en is door verdachte op 20 januari 2015 voor deze reis een bedrag van € 2.000,- contant betaald. Gezien het feit dat [verdachte] deze reis met een andere familie heeft gemaakt, en tijdens de doorzoeking enkel een kwitantie voor een bedrag van € 2.733,- is aangetroffen, wordt het bedrag van € 2.000,- niet toegerekend aan [verdachte] .
Overige facturen Travel XL:
Naar aanleiding van de gevorderde uitlevering van stukken zijn door TravelXL drie andere dossiers op naam van verdachte uitgeleverd. Op 22 november 2013 is op naam van [verdachte] een reis geboekt naar Winterberg voor een totaalbedrag van € 1.158,50. Een bedrag van € 450,- is door [betrokkene 9] contant betaald op 22 november 2013. Een bedrag van € 758,- is op 26 november 2013 contant betaald door [verdachte] .
Op 26 november 2013 is op naam van [verdachte] een reis geboekt naar camping Castell Montgri in L’Estarit, Spanje voor een totaalbedrag van € 2.856,84. Voornoemd bedrag is op 25 april 2014 contant betaald door [verdachte] .
Op 29 januari 2015 is op naam van [verdachte] een reis geboekt naar Barcelona voor een totaalbedrag van € 758,-. Voornoemd bedrag is op 29 januari 2015 contant betaald door [verdachte] .
Factuur Audio Von Burg (televisie):
Bij de doorzoeking in de woning van verdachte op 2 maart 2015 is een factuur aangetroffen van Audio Von Burg van 6 mei 2014, op naam van [betrokkene 10] , van de aankoop van een Sony LED-tv voor een bedrag van € 3.500,-. Voornoemde LED-tv is door [betrokkene 10] op verzoek van verdachte gekocht en de factuur is door [betrokkene 10] contant voldaan aan Audio Van Burg met het geld dat hij van [verdachte] in zijn woning had ontvangen.
Betalingen via “Mr. Pay” en contante stortingen Cashpaspoorten:
Door [verdachte] is in de periode van 26 april 2013 tot en met 26 november 2014 gebruik gemaakt van “Mr. Pay” bij GWK Travelex N.V. In 2013 is door [verdachte] vermoedelijk via “Mr. Pay” tweemaal de huur van zijn woning betaald voor een totaalbedrag van € 1.747,23 inclusief transactiekosten. [verdachte] heeft in voornoemde periode voorts gebruik gemaakt van cashpaspoorten bij GWK Travelex N.V. en heeft voor een totaalbedrag van € 7.245,- aan contant geld gestort op meerdere cashpaspoorten via GWK Travelex N.V. Blijkens camerabeelden van een storting op 26 november 2014 is het [verdachte] die op die dag een bedrag van € 1.000,-- stort op een cashpaspoort.
Factuur Martens Parket (laminaatvloer):
Bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] op 2 maart 2015 is een factuur aangetroffen van Martens Parket van 30 januari 2013, op naam van fam. [verdachte] , voor de aankoop van 50m2 laminaat een bedrag van € 1.500,- aanbetaald. Blijkens de factuur is voornoemd bedrag contant betaald. Voor het overige is er geen bewijs van (contante) betaling aangetroffen, zodat naar het oordeel van het hof het bedrag van € 1.500,- kan worden meegenomen in het witwasbedrag en niet € 3.000,- waar de politie in haar berekening vanuit is gegaan.
Bankrekening [betrokkene 1] :
In de periode van 13 september 2013 tot en met 20 november 2013 hebben Contante geldstortingen plaatsgevonden op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 5] van [betrokkene 1] tot een totaalbedrag van € 46.750,-, welke gelden grotendeels zijn aangewend om kort na de geldstorting(en) een girale betaling te doen ten behoeve van [A] , te weten bedrijfskosten (huur bedrijfsunits) en nota’s (fruitbedrijven en import containers).
Contante betaling bedrijfsauto [A] :
Blijkens een verkoopfactuur van Autohandel [F] van 11 november 2013 is door [A] op 11 november 2013 door middel van contante betaling van € 6.050,- inclusief BTW (€ 5.000,- exclusief BTW) een bedrijfsauto, merk Mercedes, kenteken [kenteken] , aangekocht. De bedrijfsauto is op 12 november 2013 op naam gesteld van [betrokkene 1] . [betrokkene 1] heeft echter verklaard dat de auto alleen op zijn naam stond en dat niet hij maar [betrokkene 2] daarmee reed.
Uit proces-verbaalnummer PV26DLR140214-567 blijkt dat een op 12 november 2013 gemaakte foto van voornoemde bedrijfsauto is aangetroffen in de bestanden van een witte Samsung Tablet, die bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] op 2 maart 2015 is aangetroffen.
De hierboven weergegeven stortingen van contante geldbedragen en de contante betalingen die zijn verricht, hebben plaatsgevonden onder omstandigheden die als zogenaamde typologieën van – en daarmee kenmerkend voor – witwassen zijn aan te merken. Het hof is van oordeel dat uit de grote hoeveelheid contante geldstortingen en de systematiek van girale betalingen van nota’s, waarbij vrijwel steeds stortingen van contante geldbedragen, ter grootte van (ongeveer) de nota’s aan die girale betalingen vooraf zijn gegaan, zonder meer een vermoeden van witwassen rechtvaardigen, in die zin dat de hierboven genoemde contante stortingen en contante betalingen worden vermoed uit enig misdrijf afkomstig te zijn. Het hof stelt daarbij vast dat de gelden die door middel van stortingen van contante geldbedragen zijn bijgeschreven op onder meer de bankrekeningen van [A] en [B] niet zijn te verklaren uit de bedrijfsvoering van beide firma’s. Van een normale bedrijfsvoering is blijkens de inhoud van de dossierstukken geen sprake geweest, zoals onder meer blijkt uit de verklaringen van boekhouder [betrokkene 3] en werknemer [betrokkene 5] . De inkomsten bestaan vrijwel uitsluitend uit stortingen van contante geldbedragen. Voorts acht het hof redengevend dat in de bedrijfsbranche van [A] en [B] stortingen van contante geldbedragen en/of contante betalingen ongebruikelijk zijn.
Het hof overweegt ten aanzien van de stortingen van contante geldbedragen die hebben plaatsgevonden op de bankrekening die op naam stond van [betrokkene 1] , dat niet aannemelijk is geworden dat [betrokkene 1] enige wetenschap heeft gehad van de contante geldstortingen en andere mutaties op die betreffende bankrekening. Gebleken is ook dat de bankrekening niet door [betrokkene 1] privé werd gebruikt, maar uitsluitend ten behoeve van [A] . Het hof acht in dat verband redengevend dat [betrokkene 1] heeft verklaard niets geweten te hebben van de stortingen van contante geldbedragen, welke verklaring steun vindt in de omstandigheid dat [betrokkene 2] sinds 11 november 2013 volledig gevolmachtigd was om namens [A] op te treden. Het hof acht de verklaring van [betrokkene 1] dan ook geloofwaardig, zodat het hof de betreffende stortingen van contante geldbedragen op die bankrekening, ten bedrage van € 46.750,- in zijn geheel toerekent aan [verdachte] en [betrokkene 2] .
Ten aanzien van de contante betaling van de bedrijfsauto acht het hof gelet op het hiervoor overwogene niet aannemelijk dat [betrokkene 1] enige feitelijke betrokkenheid heeft gehad bij de aankoop van de bedrijfsauto.
Nu de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de geldbedragen niet van misdrijf afkomstig zijn.
Door de verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat hij een bedrag van € 82.000,- à € 83.000,- heeft geleend van [betrokkene 12] en voorts ook geld heeft geleend van [betrokkene 11] en dat hij geld verdiende door te handelen in allerlei goederen.
In tegenstelling tot verdachte heeft [betrokkene 12] bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij gedurende periode van vijf jaar ongeveer € 7.000,- aan verdachte heeft geleend. [betrokkene 12] heeft daarbij aangegeven dat [verdachte] reeds € 4.500,- à € 5.000,- aan hem heeft terugbetaald.
Ook [betrokkene 11] is door de raadsheer-commissaris gehoord. Hij heeft verklaard dat [betrokkene 9] en [verdachte] een schuld bij hem hebben van ongeveer € 26.000,-, bestaande uit € 18.540,- aan leningen en een bedrag van € 4.400,- voor het terugkopen van de auto van [betrokkene 9] van justitie en € 2.500,- voor het terugkopen van spullen van [verdachte] van justitie. [betrokkene 11] heeft daarbij verklaard dat deze leningen door hem giraal zijn overgemaakt.
Het hof overweegt dat uit de verklaring van [betrokkene 12] kan worden vastgesteld dat [verdachte] nog een schuld van ongeveer € 2.500,- heeft bij [betrokkene 12] .
Een groot deel van de leningen van [betrokkene 11] , te weten € 12.500,- is reeds in 2011 verstrekt, derhalve ruim voor de ten laste gelegde periode. Een ander deel is betaald nadat verdachte was aangehouden voor de onderhavige feiten. Nadere gegevens over deze leningen zijn niet aan het hof verstrekt. Verdachte is ter terechtzitting niet gekomen met nadere bewijsstukken, ook niet ter zake zijn handel in goederen.
Het hof kan derhalve niet verifiëren in hoeverre de genoemde leningen en de opbrengst van de handel van verdachte zijn opgenomen in de contant gestorte geldbedragen en/of in de contant verrichte betalingen. Het hof acht derhalve de verklaringen van verdachte en de twee genoemde getuigen over de gestelde leningen onvoldoende concreet en, mede daardoor, niet verifieerbaar en niet betrouwbaar. De verklaringen daarover bieden geen reëel tegenwicht aan het vermoeden van witwassen van veel grotere bedragen en geven derhalve onvoldoende aanleiding tot een nader van het openbaar ministerie te verlangen onderzoek naar een legale herkomst van die geldbedragen.
Daarnaast stelt het hof vast dat niet is gebleken dat verdachte een vast maandelijks inkomen en/of andere verdiensten had dat zou kunnen duiden op een legale bron van inkomsten.
Concluderend: gelet op de telkens terugkerende systematiek van stortingen van contante geldbedragen voorafgaand aan girale betalingen van nota’s en/of kosten, in onderling verband en samenhang bezien met de inhoud van de opgenomen telefoongesprekken tussen [betrokkene 2] en [verdachte] en de camerabeelden waarop [betrokkene 2] een aantal malen zichtbaar is als degene die feitelijk de contante geldstortingen heeft uitgevoerd, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat [betrokkene 2] en [verdachte] gezamenlijk verantwoordelijk zijn geweest voor alle stortingen van contante geldbedragen, waarbij [betrokkene 2] telkens degene is geweest die de stortingen van contante geldbedragen heeft uitgevoerd en waarbij [verdachte] telkens degene is geweest die de contante gelden daartoe aan [betrokkene 2] ter hand heeft gesteld of doen stellen. Uit de inhoud van de dossierstukken is niet gebleken van enige aanwijzing die duidt op betrokkenheid van een of meer andere personen dan [betrokkene 2] en [verdachte] . Hieruit volgt een zodanige bewuste en nauwe samenwerking dat sprake is van medeplegen.
Het hof is, alles afwegende, dan ook van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de genoemde contante bedragen van in totaal € 664.783,- een legale herkomst hebben. Bewezen kan worden dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, kan naar het oordeel van het hof eveneens bewezen worden verklaard dat de verdachte wist dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig waren.
Nu verdachte gedurende een periode van meerdere jaren vele malen geldbedragen heeft witgewassen is sprake van het maken van een gewoonte van witwassen. Hot hof komt tot een bewezenverklaring van het medeplegen van gewoontewitwassen.’

Bewijsmiddelen

8. De bewezenverklaring van het medeplegen van het gewoontewitwassen berust onder meer op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van een deel van de verwijzingen):

[A] en [B]
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakt relaas zaakdossier ZD01 witwassen (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven –
als relaas van verbalisant:
Pag. 6:
1.3.3
[A]
Handelsnaam : [A]
Rechtsvorm : Vestiging van de Eenmanszaak [E]
Oprichtingsdatum : 1 september 2013
Adres : [b-straat 1] , [postcode] [plaats]
Gevolmachtigde : [betrokkene 2] (volledige volmacht)
KvK-nummer : [KVK-nummer]
Pag. 11:
3.4.
Betrokkenheid [betrokkene 1]
is de eigenaar van de eenmanszaak [E] . [A] is een vestiging van [E] . [betrokkene 1] heeft tevens de bedrijfsauto met kenteken [kenteken] in de periode van 12-11-2013 tot 1-10-2014 op zijn naam staan. [betrokkene 1] heeft [A] opgericht omdat hij een handel wilde opzetten in walnoten. [betrokkene 1] heeft getracht hierin te handelen, echter dit bleek niet te realiseren. Na 2 a 3 maanden is hij hiermee gestopt en heeft hij, in zijn beleving, [A] overgedragen aan [betrokkene 2] . Feitelijk is dit niet gebeurd. [betrokkene 2] is slechts gemachtigde geworden.
Uit onderzoek naar de betrokkenheid van [betrokkene 1] bij de bedrijfsactiviteiten van [A] , blijkt dat [betrokkene 1] geen actieve rol heeft gehad.
3.6
Betrokkenheid [betrokkene 4]
Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat [betrokkene 4] de eigenaar is van [B] . [betrokkene 4] lijkt tot op heden niet betrokken bij [A] dan wel bij [B] . Daarnaast blijkt uit tapgesprekken dat [verdachte] bepaalt wat er met de ondernemingen gebeurt. [betrokkene 4] , de moeder van [verdachte] , lijkt op te treden als facilitator voor [verdachte] .
Pag. 15:
4.3
Onderzoek Kamer van Koophandel
[A] blijkt een vestiging van de eenmanszaak [E] uit Eindhoven. De eigenaar van [E] is [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] -1965 te [geboorteplaats] . Voor de vestiging [A] is een gevolmachtigde in het register opgenomen. Het betreft:
Naam : [betrokkene 2]
Voornamen : [betrokkene 2]
Geboortedatum : [geboortedatum] -1964
Geboorteplaats : [geboorteplaats]
Adres : [c-straat 1] te [plaats]
Gemachtigd sinds : 11-11-2013
Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat de heer [betrokkene 2] sinds 11 november 2013 gevolmachtigde is voor [A] . Uit nader onderzoek in de Kamer van Koophandel blijkt dat [betrokkene 2] niet alleen een volledige volmacht heeft voor de onderneming [A] maar ook voor een ander fruitbedrijf. Het betreft de eenmanszaak [B] uit Best (hierna [B] ). De eigenaar van [B] blijkt te zijn [betrokkene 4] , geboren op [geboortedatum] -1951 te [geboorteplaats] . [B] zit op hetzelfde adres gevestigd als [A] , namelijk op de locatie [b-straat 1] te [plaats] . De eenmanszaak [B] is opgericht op 19 september 2014.
Pag. 41:

Inkoopkant

Uit analyse van de bankrekening van [A] , te weten rekeningnummer [rekeningnummer 1] , blijkt dat in de periode van 1 september 2013 tot en met 2 maart 2015 in totaal voor een bedrag ter hoogte van € 151.669,02 is ingekocht aan fruit.
Uit analyse van de bankrekening van [B] , te weten rekeningnummer [rekeningnummer 2] , blijkt dat in de periode van 22 september 2014 tot en met 2 maart 2015 in totaal voor een bedrag ter hoogte van € 116.111,45 is ingekocht aan fruit.
Pag. 43:

Verkopen van de bedrijven

Uit de bankrekening blijkt dat de totale opbrengst uit verkopen van de bedrijven er als volgt uitzien:
[A]
Zakelijke ontvangsten
€ 30.465,90
[B]
Zakelijke ontvangsten
€ 7.904,-
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen inbeslagname [c-straat 1] te [plaats] (…) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 166:
Op 2 maart 2015 heeft in het kader van het opsporingsonderzoek 26Canseco een doorzoeking plaatsgevonden op de volgende locatie: [c-straat 1] te [plaats] zijnde het woonadres van verdachte [betrokkene 2] .
pag. 167:
WI002- 02- 01 - 009
Onder dit beslagnummer is een betaalpas aangetroffen van de ING Bank ten name van [B] / [betrokkene 2] , bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] .
WI002-02-01-010
Onder dit beslagnummer is een betaalpas aangetroffen van de ING Bank ten name van [A] / [betrokkene 2] , bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] .
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen ING bankrekening [A] (…) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven —
als relaas van verbalisant:
Pag. 83:

Bankrekening [rekeningnummer 1]

Vanaf de datum dat de eerste transactie op de bankrekening plaatsvindt, 11 september 2013, tot en met de laatste dag die door de bank is uitgeleverd, 28 januari 2015 vinden op de bankrekening van [A] in totaal 492 mutaties plaats. Deze mutaties zijn als volgt te verdelen:
Bijschrijvingen: 104 mutaties
Afschrijvingen: 388 mutaties

Bijschrijvingen

In de genoemde periode vinden dus 104 bijschrijvingen plaats op de bankrekening van [A] . Het totaalbedrag van deze bijschrijvingen bedraagt: € 403.322,48.
Deze bijschrijvingen kunnen als volgt worden samengevat:
Soort bijschrijving
Aantal mutaties
% van totaal
Totaalbedrag
% van totaal
Contante stortingen
91 mutaties
87%
€ 353.035,00
88%
Zakelijke ontvangsten
6 mutaties
6%
€ 30.465,90
7%
Ontvangst van [betrokkene 1]
2 mutaties
2%
€ 13.500,00
3%
Overige mutaties
5 mutaties
5%
€ 6.321,58
2%
Pag. 86

Samenhang bij- en afschrijvingen

Uit de analyse van de mutaties blijkt echter ook dat er een duidelijke relatie bestaat tussen de afschrijvingen en de bijschrijvingen.
Uit een analyse van de mutaties op de bankrekening blijkt dat de contante stortingen die worden gedaan in veel gevallen in relatie staan tot de kosten die betaald moeten worden. Met andere woorden: het lijkt erop dat er in veel gevallen doelbewust een bedrag wordt gestort om specifieke kosten mee te kunnen betalen. In dit proces-verbaal wordt volstaan met een drietal voorbeelden:
Voorbeeld 1:
Op 27 december 2014 worden de volgende contante stortingen verricht voor een totaalbedrag van € 15.200,-:
€ 4.000,00
27-12-2013
STORTING 27-12-2013 10:44 80218GL2 TRANSACTIENR 18270644, 004 BONNR 06440
€ 4.000,00
27-12-2013
STORTING 27-12-2013 10:48 80218GL2 TRANSACTIENR 18270816, 004 BONNR 08160
€ 4.000,00
27-12-2013
STORTING 27-12-2013 10:51 80218GL2 TRANSACTIENR 18270927, 004 BONNR 09270
€ 3.200,00
27-12-2013
STORTING 27-12-2013 10:54 80218GL2 TRANSACTIENR 18271063, 004 BONNR 10630
Deze storting worden drie dagen later gevolgd door de volgende betalingen ter waarde van € 15.275,62:
€ -4.239,12
30-12-2013
ING-id: MPBZ21376198795 USD 5.807,59 KOERS: 1,37 507004164 EXPORMARJOR SA EXPORT SEAFOOD 07 RECEIVED USD 15120 ALREADY -THIS IS REST IN DOLLARS OF EURO 15120
€ -11.036,50
30-12-2013
ING-id: MPBZ21376198538 USD 15.120,00 KOERS: 1,37 507004164 EXPORMARJOR SA EXPORT SEAFOOD 07 50 PROCENT OF DOWN PAYMENT OF 2 40FT CIF CONTAINERS BANANAS
Pag. 87:
Voorbeeld 2:
Op 5 februari 2014 wordt de volgende contante storting verricht:
€ 2.100,00
5-2-2014
STORTING 05-02-2014 09:30 80218GL1 TRANSACTIENR 18761261, 004 BONNR 12610
Deze storting wordt diezelfde dag gevolgd door de volgende betaling:
€ -2.123,04
5-2-2014
IBAN: [rekeningnummer 6] Naam: [betrokkene 13] Kenmerk: 83/46/14000840 Omschrijving: dossier 317765 trabsport document MAEU561881701
Voorbeeld 3:
Op 15 september 2014 wordt de volgende contante storting verricht:
€ 1.760,00
15-9-2014
STORTING 13-09-2014 11:22 80218GL1 TRANSACTIENR 21112445, 005 BONNR 24450
Deze storting wordt diezelfde dag gevolgd door de volgende betaling:
€ -1.750,14
15-9-2014
IBAN: [rekeningnummer 6] Naam: [betrokkene 13] Omschrijving: BONEN PHASEOLUS VULGARIS Aangifte: 14NLHZV2RNQE40WD55 - Vert. Eorinr: NL200796094 - [A] [b-straat 1] [postcode] [plaats]
Op basis van deze bevindingen is het sterke vermoeden gerezen dat er doelbewust contante stortingen op de bankrekening plaatsvinden en dat er dus geen sprake kan zijn van willekeurige contante stortingen die worden aangewend voor de betaling van facturen.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen rekeningnummer [rekeningnummer 2] [B] (…) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 111:

Bankrekening [rekeningnummer 2]

De bankrekening van [B] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] is op 30 juli 2014 geopend en [B] is volgens Kamer van Koophandel gegevens opgericht op 19 september 2014. De bankrekening staat op naam van [B] . [betrokkene 2] is de gemachtigde op deze rekening. Er is een betaalpas uitgegeven op naam van [betrokkene 2] met als nummer [pasnummer] .
Pag. 112:
Vanaf de datum dat de eerste transactie op de bankrekening plaatsvindt, 22 september 2014 tot en met de laatste dag die door de bank is uitgeleverd, 25 februari 2015 vinden op de bankrekening van [B] in totaal 213 mutaties plaats. Deze mutaties zijn als volgt te verdelen:
Bijschrijvingen: 49 mutaties
Afschrijvingen: 164 mutaties

Bijschrijvingen

In de genoemde periode vinden dus 49 bijschrijvingen plaats op de bankrekening van [B] . Het totaalbedrag van deze bijschrijvingen bedraagt: € 173.029,50.
Deze bijschrijvingen kunnen als volgt worden samengevat:
Soort bijschrijving
Aantal mutaties
% van totaal
Totaalbedrag
% van totaal
Contante stortingen
41 mutaties
84%
€ 164.530,-
95%
Zakelijke ontvangsten
2 mutaties
4%
€ 7.904,-
4,6%
Overige mutaties
6 mutaties
12%
€ 595,50
0,4%
Pag. 114:

Samenhang bij- en afschrijvingen

In dit proces-verbaal zijn reeds de aangetroffen af- en bijschrijvingen op de ING bankrekening van [B] nader besproken. Uit de analyse van de mutaties blijkt echter ook dat er een duidelijke relatie bestaat tussen de afschrijvingen en de bijschrijvingen.
Uit een analyse van de mutaties op de bankrekening blijkt dat de contante stortingen die worden gedaan in veel gevallen in relatie staan tot de kosten die betaald moeten worden. Met andere woorden: het lijkt erop dat er in veel gevallen doelbewust een bedrag wordt gestort om specifieke kosten mee te kunnen betalen. Dit zal worden onderbouwd met een drietal voorbeelden:
Voorbeeld 1:
Op 3 november 2014 wordt de volgende contante storting verricht:
€ 10.000,00
3-11-2014
STORTING 01-11-2014 10:15 80218GL1 TRANSACTIENR 21625721, 006 BONNR 57210
Deze storting wordt op diezelfde dag gevolgd door de volgende betaling:
€ -10.080,49
3-11-2014
ING-id: MPBZ21470511742 USD 12.524,00 KOERS: 1,2424 38852739255 ZOELL INTERNACIONAL BOGOTA D.C FOR A CONTAINER SALES ORDER PINEAPPLES CHUNKS IN SYRUP
Voorbeeld 2:
Op 6 november 2014 worden de volgende contante stortingen verricht:
€ 2.000,00
6-11-2014
STORTING 06-11-2014 17:06 80218GL2 TRANSACTIENR 21679442, 006 BONNR 94420
€ 8.100,00
6-11-2014
STORTING 06-11-2014 11:51 80218GL2 TRANSACTIENR 21672586, 006 BONNR 25860
Deze stortingen worden op 7 november 2014 gevolgd door de volgende betaling:
€ -10.071,41
7-11-2014
ING-id: MPBZ21471033868 USD 12.411,00 KOERS: 1,2323 38852739255 ZOELL INTERNACIONAL BOGOTA D.C THE 1ST AND THIS 2E DOWNPAYMENT COVERS MORE THAN THE 50 PROCENT
Voorbeeld 3:
Op 10 februari 2015 worden de volgende contante stortingen verricht:
€ 2.000,00
10-2-2015
STORTING ING-servicepunt [plaats] - [a-straat] 00008100 PASVOLGNR 006 10-02-2015 10:49 TRANSACTIENR 45008
€ 3.280,00
10-2-2015
STORTING ING-servicepunt [plaats] - [a-straat] 00008100 PASVOLGNR 006 10-02-2015 10:52 TRANSACTIENR 45008
Deze stortingen worden op diezelfde dag gevolgd door de volgende betaling:
€ -5.279,04
10-2-2015
IBAN: [rekeningnummer 7] Naam: […] Omschrijving: bill of lading CR10297895 cutomer 0 00397382 001 booking ref CTR0138429 invoice NLIM1371716 vat no NL11224713
Contante stortingen
5. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van herkenning (…) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag.135:

Foto identiteitsbewijs

Op 5 november 2014 is bij de gemeente [plaats] de paspoortfoto van [betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] 1964, opgevraagd.
Pag. 136:
Op 7 november 2014 werd door de ING Bank informatie verstrekt en daarnaast werden camerabeelden aangeleverd van 6 november 2014.
Pag. 137:

Herkenning [betrokkene 2]

Ik, verbalisant, herken de persoon die op de camerabeelden staat in de ING Bank op de [a-straat] te [plaats] op 6 november 2014 als zijnde de persoon op de pasfoto behorende bij het paspoort van [betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] 1964.
6. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen storting en camerabeelden (…). voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 139:
Op 7 november 2014 werd door de ING Bank de volgende informatie verstrekt over contante geldstorting en geldopnames:
Transactieoverzicht rekening [rekeningnummer 1]
[A] - [plaats]

DatumNaam/omschrijvingBij/af

06-11-2014 STORTING ING 25,00
[plaats] - [a-straat] 00008100
PASVOLGNR 005 06-11-2014 11:30
TRANSACTIENR 33743
Naast deze gegevens werden ook de camerabeelden van 6 november 2014 verstrekt. De persoon die de contante geldopname doet wordt door mij, verbalisant, herkend als zijnde:
Naam: [betrokkene 2]
Voornamen: [betrokkene 2]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1964
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboorteland: [geboorteplaats]
7. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen storting en camerabeelden (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 144:
Op 12 november 2014 werd door de ING Bank het volgende transactieoverzicht verstrekt:
Transactieoverzicht rekening [rekeningnummer 1]
[A] - [plaats]

DatumNaam/omschrijvingBij/af

12-11-2014 STORTING 80218GL2 1.300,00
PASVOLGNR 005 12-11-2014 09:47
BONNR 77870
Naast deze gegevens werden ook de camerabeelden van 12 november 2014 verstrekt. De persoon die de contante geldopname doet wordt door mij, verbalisant, herkend als zijnde:
Naam: [betrokkene 2]
Voornamen: [betrokkene 2]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1964
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboorteland: [geboorteplaats]
8. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 148
Onderzoek telecommunicatie
Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat [A] als telefoonnummer heeft opgegeven: [telefoonnummer 1] . Ook volgens het CIOT staat dit nummer op [telefoonnummer 1] op naam van [A] . Van dit telefoonnummer zijn via proces-verbaal (…) de historische verkeersgegevens opgevraagd. Uit deze historische verkeersgegevens blijkt dat op 6 november 2014 om 11:36 uur dit telefoonnummer een uitgaand gesprek heeft. De telefoon straalt op dat moment de mast aan op de [d-straat] te [plaats] , deze locatie is op nog geen 2 minuten loopafstand van de ING Bank vestiging op de [a-straat] in [plaats] . Bovendien is op de camerabeelden te zien dat [betrokkene 2] omstreeks 11:33 uur met een mobiele telefoon in zijn hand de ING Bank verlaat (…).
Op 12 november 2014 is vervolgens door de officier van justitie een bevel tot onderzoek telecommunicatie afgegeven op het nummer [telefoonnummer 1] van [A] . Uit dit onderzoek is gebleken dat de meeste gesprekken plaatsvinden in de directe omgeving van de woning van [betrokkene 2] , namelijk op de [c-straat 1] te [plaats] .
Op 13 november 2014 om 16:32 uur vindt het volgende tapgesprek plaats:
[betrokkene 2] wgd [verdachte]
:
Ja moi, tot hoe laat ken jij gaan storten?
[betrokkene 2] : Tot een zes uur, zeven uur toch. Zes uur denk ik ja, half zeven sorry
[verdachte] : Zes, half zeven.
Dus als ik zorg dat jij dadelijk die papieren krijgt, dan kun jij dan vanavond met spoed allemaal overmaken?
[betrokkene 2] :
Ja
Pag. 149:
Om 16:49 uur belt [verdachte] opnieuw naar [betrokkene 2] :
[verdachte] : Hoeveel was het van die Turk?
[betrokkene 2] : 6 duizend zoveel is het hoor. Ik heb het hier ... 'kheb dat papiertje [verdachte] :Jaa
[betrokkene 2] : ja wacht ff ik pak het hier, ik pak ff het papiertje ... eeeh. ... 6215 (zesduizend tweehonderd en vijftien)
[verdachte] : enneh hoeveel is dat stroom?
[betrokkene 2] : 350
[verdachte] :
Hij neemt dadelijk het geld mee voor die stroom enne voor eeh die eeeeh ... Turk dadelijk meteen storten, meteen alles betalen, morgenochtend wil ik betaling van jou zien
[betrokkene 2] : Ok, rustig aan meneer, ok?
[verdachte] : is goed, hoi.

Camerabeelden

Op de camerabeelden van 13 november 2014 om 17:44 uur is vervolgens te zien dat [betrokkene 2] geld komt storten in de ING Bank. Uit de informatie verstrekt door de bank blijkt dat hij € 6.250,- stort op de rekening van [A] en dat er vervolgens € 6.215,- wordt overgemaakt naar de belastingdienst.
Resumé
Uit het voorgaande kan worden vastgesteld dat de eigenlijke gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] op naam van [A] is:
Naam: [betrokkene 2]
Voornamen: [betrokkene 2]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1964
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboorteland: [geboorteplaats]
9. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 154:
Op 13 november 2014 vonden bovengenoemde gesprekken plaats tussen [betrokkene 2] en een onbekende man die het nummer [telefoonnummer 2] gebruikt.
Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] aan [betrokkene 2] de opdracht geeft om geld te storten op de rekening van [A] en dat [betrokkene 2] deze opdracht ook uitvoert. Ook blijkt uit het tapgesprek dat de [verdachte] gaat zorgen 'voor de papieren'. Derhalve is bij de officier van justitie op 18 november 2014 een bevel onderzoek telecommunicatie aangevraagd, welke op 20 november 2014 is afgegeven
Pag. 155:

Onderzoek telecommunicatie

Uit het onderzoek telecommunicatie van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] blijken de volgende kenmerken van de gebruiker:
- De gebruiker van het nummer noemt zich ' [verdachte] '. (Gesprek 18-11-2014, 10:37 uur)
- De gebruiker heeft diverse keren telefonisch contact met het nummer [telefoonnummer 3] . Dit nummer staat op naam van [betrokkene 9] , wonend op [e-straat 1] te [plaats] . Volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) is [betrokkene 9] , geboren [geboortedatum] -1989, de vrouw van de hiervoor genoemde [verdachte] . In een gesprek vraagt [betrokkene 9] aan de gebruiker van het nummer 'of zij al gegeten hebben'. [betrokkene 9] zegt vervolgens dat ze 'brood gaat halen'. (Gesprek 21-11-2014, 11:40 uur)
- De gebruiker zegt tegen [betrokkene 9] 'Aah mens, ik rij toch de [f-straat] in'. De [f-straat] ligt op 2 minuten afstand van de woning van [verdachte] en [betrokkene 9] , namelijk [e-straat 1] te [plaats] . Volgens de paalgegevens behorende bij het gesprek bevindt de gebruiker zich ook in [plaats] . (Gesprek 21-11-2014. 12:27 uur)
- [betrokkene 9] vraagt aan de gebruiker van het nummer of hij onderweg [betrokkene 14] wil ophalen. Volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) hebben [verdachte] en [betrokkene 9] samen een dochter genaamd [betrokkene 14] , geboren [geboortedatum] -2008. (Gesprek 22-11-2014, 16:57 uur)
Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] is:
Naam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1970
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboorteland: [geboorteplaats]
Woonadres: [e-straat 1]
Postcode: [postcode]
Woonplaats: [plaats] .
10. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal stemherkenning [verdachte] (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisanten:
Pag. 29:

Opnemen en afluisteren [verdachte] .

Getapt telefoonnummer: + [telefoonnummer 2]

Ten behoeve van het onderzoek wordt van woensdag 17-12-2014 tot heden, het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] door middel van een bevel 126MN van het Wetboek van Strafvordering, opgenomen en afgeluisterd.
De gebruiker van dit telefoonnummer is vastgesteld. De gebruiker van dit telefoonnummer is vastgesteld als de hiervoor genoemde [verdachte] .
Pag. 30:

Getapt Imeinummer: [imeinummer 1]

Op dinsdag 23 december 2014 is een nieuw nummer vergaard, welke mogelijk in gebruik zou zijn bij [verdachte] . Dit betrof het Imeinummer [imeinummer 1] .
Ten behoeve van het onderzoek wordt van woensdag 24 december 2014 tot heden, het imeinummer [imeinummer 1] door middel van een bevel 126MN van het Wetboek van Strafvordering, opgenomen en afgeluisterd.

Vergelijking gesprekken op stemherkenning:

Op het imeinummer [imeinummer 1] werden meerdere keren gesprekken gevoerd door een NNMan. De stem van de NNMan werd, door de verbalisanten 4837 en 5381, vergeleken met de stem van [verdachte] , gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] .
Wij, verbalisanten hebben, na stemvergelijking, vastgesteld dat dit één en dezelfde persoon betrof, namelijk [verdachte] .
11. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (…) zijnde een tapgesprek, inhoudende:
Verbalisant: Flex-I.D. Import 1
Beller: [telefoonnummer 2]
Naam:
Tnv: ro-hit CIOT
[e-straat 1]
[postcode] [plaats]
Datum: 20-11-2014 15:24:35
Duur: 00:00:53
Sessienr: 152
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 1]
Naam:
Tnv: [A]
[g-straat 1]
[postcode] [plaats]
Herkomst tap:[telefoonnummer 1] [A] , [g-straat 1]
IMEI tap:[imeinummer 2]
Locatie beller:,
Locatie gebelde:[locatie]
Kenmerkregel:[betrokkene 2] heeft bedrag gestort
Samenvatting:
10098
[betrokkene 2] WGD [verdachte]
vraagt hoe het gaat Rustig he zegt [betrokkene 2] . [verdachte] vraagt of [betrokkene 2] al heeft gestort. [betrokkene 2] heeft gestort zegt hij. [verdachte] vraagt of 'het' al binnen is. [betrokkene 2] zegt dat het er morgen is. [verdachte] vraagt of [betrokkene 2] ook op de [A] rekening heeft gekeken. Dat heeft [betrokkene 2] gedaan, er was nog niks. Ze zien elkaar dadelijk of morgen.
Afscheid
12. Schriftelijke bescheiden als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (…) zijnde diverse tapgesprekken, inhoudende:
Pag. 28:

Gesprek TA012/ [telefoonnummer 4] van 15-01-2015 16:14:19 sessie 37

Begroeting. Dan letterlijk:
[verdachte] zegt: Luister eens. Kun jij dadelijk ehhhh heb je nog mails binnen gehad? Nee he? [betrokkene 2] zegt: Nee.
[verdachte] zegt: Oke. Kun jij dadelijk Niso (fon) een bericht sturen dat wij morgen even dat geld over gaan maken .....
[betrokkene 2] zegt: Oke.
[verdachte] zegt: ....voor die invoice die hun gestuurd hadden. Snap je? Dus wel het bedrag erbij zetten en zo of het invoice nummer erbij zetten dat ze weten waar het over gaat. En dan krijg jij gelijk geld voor de rekeningen te betalen. Volgens mij is die rekening maar iets van 10 duizend he? Alles bij elkaar, 11 duizend nog wat dollar volgens mij.
[betrokkene 2] zegt: Ja.
[verdachte] zegt: Dus dan geef ik jou ehhh sowieso 15 voor de bestelling te betalen en ehhhh de rekeningen te betalen.
[betrokkene 2] zegt: Hmmm
[verdachte] zegt: En dan neem ik ook nog ehhhh die 5 extra mee voor jou.
[betrokkene 2] zegt: Oke is goed.
[verdachte] zegt: Ja dus dan ehhh komt ie dadelijk komt ie bij jou. Ik weet nog niet hoe laat, we zijn nog
Pag. 29:

Gesprek TA012/ [telefoonnummer 4] van 30-01-2015 16:03:17 sessie 995

[betrokkene 2] : Eentje komt te kort he? Dat weet je toch of niet? Zo dadelijk even gestort allemaal. [verdachte] : Hoezo kom ik te kort?
[betrokkene 2] : Luister. He dat bedrag van 26 ..
[verdachte] : Ja!
[betrokkene 2] : keer 99 (fan) ja ... dat is 23 800
[verdachte] : Ja en daarvoor vroeg ik jou, heb jij die van de ..... ik weet toch wat ik jou gegeven heb? Ik weet het toch.
[betrokkene 2] : Ja, ik heb .. je hebt me 22 50 gegeven ja ..
[verdachte] : Maar goed, in ieder geval uuuhh, ik weet het want namelijk we hadden het berekend op de bedrag van die 24.000 dollar.
[betrokkene 2] : Dan is het goed meneer.
[verdachte] : Maar heb ehh sos (fon) al geld overgemaakt?
[betrokkene 2] : Ik ga nu gelijk naar de bank en dan zie ik het allemaal daar, oke?
[verdachte] : Oke, want als het goed is moet sos (fon) overgemaakt hebben, en anders kun je maandag dat geld uh dat geld pas maandag erop staat van sos kun je dat geld gewoon d’r bij gebruiken he.
[betrokkene 2] : Ja nee .. ntv .. gewoon.
[verdachte] : Ja. En als ze geld over hebben dan kun je gewoon die 230 euro van jou, die kun je d'r ook nog af halen voor jezelf.
[betrokkene 2] : Ja is goed.
Afscheid
13. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Door middel van extrapolatie kan gesteld worden dat de bevindingen die in een bepaalde periode zijn gedaan gelden voor een langere periode. Door de onderstaande feiten kan gesteld worden dat [betrokkene 2] alle contante stortingen op de rekening van [A] heeft verricht:
De stortingen vinden alle plaats op dezelfde locatie namelijk [a-straat 1] te [plaats] , dit is op 800 meter afstand van de woning van [betrokkene 2] .
De contante geldstortingen van [B] vinden allemaal op de locatie [a-straat 1] te [plaats] plaats. Dit is dezelfde locatie als waar de stortingen van [A] plaatsvinden.
Bedrijfsvoering
14. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 5]:
pag. 298:
Inkomen
V: Wat doe je in het dagelijkse leven?
A: Ik kom hier en doe de mail. Ik verkoop de spullen die hier komen. Ik doe dit sinds mei/juni 2014. Ik doe dit namens [B] . Voorheen heette het [A] , die zat toen op een ander adres, nu is het overgegaan op [B] .
Pag. 299
V: Wat doe je voor werk?
A: Administratief en verkoper. Ik doe alleen de verkoop kwa administratie. Ik krijg via de mail papieren binnen van stukken die deze kant op komen, pakbonnen, certificaten voor de invoer ed. Ik krijg ze ook per post, de originele documenten. We brengen ze dan naar CMA. een containerbedrijf in Rotterdam.
(...)
V: Wat voor goederen gaat het om?
A: Uien, ananassen en witte bonen en zwarte bonen. (...)
(...)
V: Hoe kom je aan deze baan?
A: Ik zat thuis en was toen bezig met vrijwilligerswerk. Ik had contact met [verdachte] , hij zocht iemand, maar hij kon mij niet betalen omdat het nog niet liep. Toen ben ik hier aan de gang gegaan.
V: Heeft u een arbeidsovereenkomst?
A: Nee
V: Wordt u betaald?
A: Nee, af en toe een keer een paar tientjes. Het is niet formeel.
Pag. 301:
(…)
V: Wie beslist er over de inkoop en verkoop?
A: Dat is [verdachte] . Hij geeft aan hoe en wat en of het interessant is of niet. Ik neem gewoon de opdrachten aan.
(...)
V: Van wie is dit bedrijf?
A: [betrokkene 2] is gemachtigde op papier. En de feitelijke baas is [verdachte] .
Pag. 302:
Algemeen bedrijven [A] en [B]
(...)
V: Wordt er winst gemaakt?
A: Nee, dat geloof ik niet echt.
V: Wat brengt een container bruto op?
A: Nou die bonen bijvoorbeeld zijn bijna 1 op 1 verkocht.
V: Wat bedoel je daarmee?
A: De inkoopprijs is gelijk aan verkoopprijs. Zat geen winst op.
V: Op welke containers zijn wel winst gemaakt?
A: Nou die ik heb meegemaakt, zitten de containers op de inkoopprijs of soms nog eronder.
(...)
Pag.304:
Bedrijfsvoering
(...)
V: Weet jij hoe het gaat met het geld binnen het bedrijf?
A: Geen idee
V: Heb jij weleens contant geld aangenomen?
A: Nee, dat lijkt me ook niet handig.
V: Gaat de verkoop niet contant?
A: Nee
15. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 3]:
pag. 339:
Op welke wijze is de administratie opgebouwd?
A: Het was onvolledig. Het ontbrak aan inkoopfacturen en verkoopbescheiden.
(...)
V: Heeft u ooit verkoopfacturen gezien?
A: Nee nooit gezien.
V: Heeft u ooit inkoopfacturen van de aankoop van fruit gezien?
A: Nee ook nooit. Ik heb nooit inkoopfacturen van fruit gezien. Alleen bankafschriften, bedrijfskosten en inklaarfacturen van [betrokkene 13] . Ik heb ook nooit kasstukken gezien.
16. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 november 2019 opgemaakt door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit hof, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 3]:
Ik heb verteld dat [betrokkene 2] mij benaderd heeft om zijn administratie voor hem te doen. Hij vroeg mij of ik voor hem de administratie van een aantal bedrijfjes wilde doen.
(...)
Hij zei dat ze fruit inkochten in Zuid-Amerika en verkochten in Turkije. Er was iets raars aan de hand. Er kwamen bijschrijvingen op de bank bij, dat waren steeds afgeronde bedragen op duizend euro's.
(…)
Het is natuurlijk ook vreemd dat het ronde bedragen zijn.
(...)
Dat kan natuurlijk niet, want er komen allerlei kosten bij zo'n container. Dat betreft nooit een rond bedrag.
(...)
Er waren ook geen inkoopnota's in de administratie van de bedrijven te vinden.
17. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 16 september 2015 opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Overijssel, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 6]:
[verdachte] was regelmatig bij het bedrijf [B] . (...)
Ik kreeg van [verdachte] gewoon een envelop mee en die moest ik geven aan [betrokkene 2] . (...) Ik moest wel vaker papieren van hem afleveren bij [betrokkene 2] .
18. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (…) zijnde een tapgesprek, inhoudende:
Verbalisant: Flex-I.D. Import 1
Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: [betrokkene 2]
Tnv: [A]
[g-straat 1]
[postcode] [plaats]
Datum: 18-11-2014 10:37:29
Duur: 00:01:22
Sessienr: 119
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 2]
Naam: [verdachte]
Tnv: no-hit CIOT
[betrokkene 2] BUN [verdachte]
NG: [verdachte]
Samenvatting gesprek
NNman neemt op met " [verdachte] "
[betrokkene 2] is in Best en vraagt of de [verdachte] ook naar Best komt.
[verdachte] komt nu nog niet naar Best toe maar dadelijk wel.
[betrokkene 2] zegt letterlijk:
DB: De "koppijn" is al weg we zitten alleen maar te wachten op transport nou, snapje.
[verdachte] zegt dat het enige is dat hij weet. [verdachte] vraagt zich af of hij mensen moet gaan regelen. [betrokkene 2] zegt dat ze dat nog niet weten. Dat weten we toch niet misschien is het vandaag of morgen. [verdachte] komt dadelijk toch naar Best omdat hij Toon moet hebben. [betrokkene 2] is dan al weg. [verdachte] vraagt of [betrokkene 2] die mail van vanmorgen gestuurd heeft. [betrokkene 2] heeft die mail allang verstuurd. [verdachte] zegt dat hij kopieën moet hebben van die mail, maar als die in Best liggen is het goed zegt [verdachte] .
19. Schriftelijke bescheiden als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering (…) zijnde een tweetal tapgesprekken, inhoudende:
Pag. 31:
Gesprek TA001/ [telefoonnummer 1] van 28-11-2014 13:33:37 sessie 253
[betrokkene 2] SH WGB [verdachte] SH
Start samenvatting:
[verdachte] komt vandaag niet naar de zaak, maar geeft een aantal opdrachten aan [betrokkene 2] . [betrokkene 2] moet een mail sturen naar " [C] " Fon en vragen hoe het zit met de nieuwe container en wat het CIF kost en zeggen dat ze daar willen betalen.
[betrokkene 2] moet ook een herinnering sturen naar " [betrokkene 8] " Fon. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 2] dat hij goed op moet letten wat hij stuurt want [betrokkene 2] heeft in 24 uur 3 verschillende berichten gestuurd.
[betrokkene 2] moet ook een herinnering sturen naar " [D] ".
Pag. 32:
Gesprek TA002/ [telefoonnummer 2] van 20-11-2014 19:32:16 sessie 25
M: Ok, je gaat die mail sturen naar [betrokkene 7] (fan) he?
D: Ja,
M: Moet je ff wachten, luisteren, he? Dan moet je ff in de mail moet je ff zetten, gewoon zeggen wie dat wij zijn.
Wij zijn [B], dit en dat.. (ntv) huppelepup, weet je wel? Wij hebben een eeh, downpayment gedaan en dan twee bedragen erbij zetten die wij betaald hebben?
D: Ja
M: Snap je? Vervolgens gaan wij aanstaande
maandag nog een bedrag storten als aanbetaling, 50% aanbetaling voor een 20 voet container blikken ananas, die en die en die maten, 300 gram, 600 gram ennne 3000 gram. Snap je?
D: mmm
M:
Dus dat moetje voor mij allemaal in die mail zetten
D: ok
M: wat wij betaald hebben. Want hun hebben namelijk nog steeds problemen met het afhalen van het geld. Hun denken daar dat ze geld aan het witwassen zijn ofzo en ze willen van ons bewijs hebben dat wij een aanbetaling hebben gedaan voor die container.
D: mm
M: Snap je? Wij zijn
[B]gewoon ons naam adres erbij, dat soort dingen allemaal. En dan zeggen dat we een aanbetaling hebben gedaan voor een 20 voet container ananassen dit, dat. Gewoon alles netjes erbij.’
(…)
Contante betalingen van facturen
(…)
37. ‘Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen ING bankrekening [betrokkene 1] (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 121:
(...) Naar aanleiding van de uitlevering van de stukken heeft een analyse plaatsgevonden van de mutaties van bankrekening [rekeningnummer 5] ten name van [betrokkene 1] .
Pag. 122:
(...) Hierbij volgt een overzicht van de 7 contante stortingen die op de bankrekening hebben plaatsgevonden:
Volgnr
Datum
Bedrag
Omschrijving
1
13-09-2013
€ 13.500,-
15:55 80218GL2 TRANSACTIENR 16943238, 001 BONNR 32380
2
25-10-2013
€ 10.000,-
14:03 80218GL2 TRANSACTIENR 17490057, 002 BONNR 00570
3
28-10-2013
€ 3.000,-
09:33 80218GL2 TRANSACTIENR 17497976, 002 BONNR 79760
4
05-11-2013
€ 5.250,-
09:57 802T8GL2 TRANSACTIENR 17611072, 002 BONNR 10720
5
11-11-2013
€ 2.500,-
15:20 80218GL1 TRANSACTIENR 17687175, 002 BONNR 71750
6
13-11-2013
€ 5.000,-
15:36 80218GL2 TRANSACTIENR 17715119, 002 BONNR 51190
7
20-11-2013
€ 7.500,-
13:04 80218GL2 TRANSACTIENR 17790977, 002 BONNR 09770
In totaal wordt er in een periode van ruim twee maanden in totaal een bedrag van € 46.750,- in contanten op de bankrekening gestort. De contant op de bankrekening gestorte bedragen worden aangewend om (bedrijfs)kosten mee te betalen. Wanneer de mutaties op de bankrekening nader worden bekeken is het opvallend te noemen dat van 5 van 7 contante stortingen gesteld kan worden dat ze voor een specifiek doel, of meerdere doelen, zijn gedaan. Dit blijkt uit het volgende overzicht:
Storting 1
13-09-2013: storting ad € 13.500,-
17-09-2013: betaling ad € 1.203,65 aan Loods 18 bedrijfsunits inzake huur september 2013
24-09-2013: betaling ad € 11.069,25 aan fruitbedrijf World Trade Company Ltd in Colombia
Stortingen 2 en 3
25-10-2013: storting ad € 10.000,-
28-10-2013: storting ad € 3.000,-
28-10-2013: betaling ad € 12.148,61 aan fruitbedrijf Inversiones Nizo Int. in Costa Rica
Storting 4
05-11-2013: storting ad € 5.250,-
05-11-2013: betaling ad € 5.220,27 aan CMA CGM Holland BV inzake import container(s)
Storting 5
11-11-2013: storting ad € 2.500,-
11-11-2013: betaling ad € 2.407,30 aan Loods 18 bedrijfsunits inzake huur oktober en november 2013.
Alleen de stortingen 6 en 7 (totaalbedrag € 12.500,-) lijken niet voor een specifiek doel te zijn gedaan. Vanuit de twee bedragen die bij de stortingen 6 en 7 worden gestort worden wel diverse kostenfacturen betaald waaronder de huur van december 2013, twee betalingen aan een fruitbedrijf in Costa Rica en de huur van een heftruck.
38. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen aankoop bedrijfsauto [A] (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Pag. 860:
Uitlevering stukken
Na het overhandigen van de vordering heb ik, verbalisant, het navolgende stuk van [betrokkene 15] van Autohandel [F] uit Montfoort ontvangen:
 Een verkoopfactuur van autohandel [F] inzake de verkoop van de Mercedes bedrijfsauto met het kenteken [kenteken] :
Op dinsdag 21 april 2015 heb ik, verbalisant, omstreeks 10:15 uur, nog telefonisch contact opgenomen met [betrokkene 15] van Autohandel [F] uit Montfoort. De reden van dit telefoongesprek was omdat uit het uitgeleverde stuk niet duidelijk was geworden op welke wijze de betaling van de bedrijfsauto had plaatsgevonden. Nadat ik, verbalisant, het doel van mijn telefoontje had duidelijk gemaakt hoorde ik, verbalisant, dat [betrokkene 15] tegen mij zei dat hij dat nog had nagekeken en dat de auto niet per bank maar contant door de kopers was betaald.

Analyse uitgeleverde stuk

De door Autohandel [F] uit Montfoort uitgeleverde verkoopfactuur is door mij geanalyseerd. Uit deze analyse is het navolgende gebleken:
Op 11 november 2013 is door de firma [A] , [h-straat 1] in Eindhoven, bij autohandel [F] uit Montfoort een Mercedes bedrijfsauto aangeschaft. Volgens de uitgeleverde factuur zou het gaan om een witte Mercedes Sprinter voorzien van het kenteken [kenteken] . Het bouwjaar zou 2000 zijn geweest en het chassisnummer [chassisnummer] . De aankoopprijs van de genoemde bedrijfsauto zou € 5.000,- exclusief BTW zijn geweest. Inclusief BTW zou de koopprijs op € 6.050,- zijn gekomen. De factuur is zowel door de koper alsook door de verkoper ondertekend.

Aankoop Bedrijfsauto

Op basis van de uitgeleverde verkoopfactuur en hetgeen tijdens het telefoongesprek op 21 april 2015 door de heer [betrokkene 15] van Autohandel [F] uit Montfoort is gezegd, kan worden gesteld dat op 11 november 2013 een contant geldbedrag van € 6.050,- is betaald voor de aankoop van een Mercedes bedrijfsauto van het type 411 CDI voorzien van het kenteken [kenteken] . Hoewel op de verkoopfactuur wordt gesproken over een type sprinter blijkt uit het kenteken en het chassisnummer dat wel degelijk sprake is geweest van een type 411 CDI.
(…)
Blijkens het RDW is de Mercedes bedrijfsauto op 12 november 2013 om 10:32 uur op naam gezet van verdachte [betrokkene 1] .
Blijkens PV (…) is op 12 november 2013, de dag dat de auto op naam wordt gezet van [betrokkene 1] , een foto gemaakt van deze Mercedes bedrijfsauto. De onderstaande foto is aangetroffen op een witte Samsung Tablet die is aangetroffen in de woning van medeverdachte [verdachte] .
39. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] (…), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 1]:
pag. 132:
V: Op 20 september 2013 wordt er een bedrag van € 12.000,- van een bankrekening op uw naam namelijk: [rekeningnummer 5] overgeboekt naar de ING bankrekening van [A] . Waarom is dit geld toen aan [A] betaald?
A: Dat weet ik niet. Er waren twee bankrekeningen geopend bij de ING. Ik heb nooit iets gedaan op een van deze bankrekeningen. Voordat ik [betrokkene 2] gemachtigd heb heeft [betrokkene 2] van beide ING bankrekeningen de pasjes gehad en deze bankrekeningen gebruikt. De pasjes lagen toen immers op het kantoor aan de [h-straat 1]. Toen ik vrijgelaten werd ging ik naar de ING-bank en ik heb toen gezegd dat ik die rekeningen wilde opheffen. De ene stond € 69,- rood en dat heb ik moeten betalen. De rekening die op mijn naam stond heb ik gelijk laten opheffen.
(...)
V: Uit onderzoek blijkt dat op 12 november 2013, een dag nadat u de zaak volgens uw eigen zeggen heeft overgedaan aan [betrokkene 2] , een Mercedes bedrijfsbus met kenteken [kenteken] op uw naam is gezet. Waarom heeft u deze Mercedesbus op uw naam gezet?
A: ik ben geen eigenaar. Na een of twee maanden is dat busje door [betrokkene 2] gekocht voordat de zaak op zijn naam is gezet. Er is toen iets gebeurd. [betrokkene 2] en ik zijn naar het postkantoor gegaan en het busje kon niet op naam van de zaak worden gezet omdat er een papier ontbrak. Het busje is toen tijdelijk op mijn naam gezet.
V: Dit heeft plaatsgevonden op 12 november 2013. Toen was [betrokkene 2] net één dag gevolmachtigd en had hij de zaak 'overgenomen'. Waarom werkte u dan toch mee die bus op uw naam te zetten?
A: Hij zij dat hij geen rijbewijs had. Daarom moest het op mijn naam. Ik weet niet waarom ik daar aan meewerkte. Ik zag hem als een goede vriend. Ik zag er niets kwaad in.
V: Wij twijfelen of u echt zo naïef bent en denken dat u misschien wel bewust hieraan heb meegewerkt. Wat is hierop uw reactie?
A: Mijn grootste probleem is dat ik mensen vertrouw
V: Was u op 12 november 2013 ook de eigenaar van de bedrijfsbus?
A: Nee, dat was [betrokkene 2] .
V: Welk bedrag heeft [betrokkene 2] voor de bedrijfsbus betaald?
A: Dat weet ik niet.’

Bespreking van het middel

9. Het middel bevat de klacht dat ‘s hofs oordeel dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander ‘een geldstroom met individuele contante geldbedragen van in totaal € 664.783,- heeft witgewassen, mede in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd, niet zonder meer begrijpelijk is’. In het bijzonder, zo begrijp ik, zou ’s hofs oordeel dat de verdachte en medeverdachte [betrokkene 2] ‘gezamenlijk verantwoordelijk zijn geweest voor alle stortingen van contante geldbedragen van in totaal € 564.315,- op de bankrekeningen van [A] , [B] en [betrokkene 1] ’ niet zonder meer begrijpelijk zijn. De steller van het middel wijst daarbij op het aantal stortingen dat is verricht in een periode van bijna anderhalf jaar, en meent dat uit de bewijsmiddelen slechts is af te leiden dat medeverdachte [betrokkene 2] éénmalig in opdracht van de verdachte een bedrag van € 6.250,- heeft gestort op de bankrekening van [A] .
10. Het hof stelt in de bewijsoverwegingen eerst vast dat [A] op naam stond van medeverdachte [betrokkene 1] en dat medeverdachte [betrokkene 2] door [betrokkene 1] was gemachtigd om op te treden namens het bedrijf en gemachtigd was voor de bij het bedrijf behorende bankrekening. Het hof stelt voorts vast dat [B] op naam stond van de moeder van de verdachte, dat zij heeft verklaard dat zij, op verzoek van medeverdachte [betrokkene 2] , slechts op papier eigenaar was, dat zij [betrokkene 2] heeft gemachtigd om op te treden voor het bedrijf en dat zij zelf geen bankpas had. Het hof stelt vast dat [betrokkene 2] wel beschikte over een bankpas van [B] op zijn naam. Onder het kopje ‘Bedrijfsvoering’ leidt het hof uit de verklaring van [betrokkene 3] , de boekhouder van beide bedrijven, af dat geen sprake was van een reguliere boekhouding. Getuige [betrokkene 5] heeft verklaard dat [betrokkene 2] gemachtigde op papier was maar dat verdachte de feitelijke baas was. [betrokkene 5] heeft ook verklaard dat er geen winst op de handel zat. Het hof wijst voorts op de verklaring van getuige [betrokkene 6] , die inhoudt dat verdachte regelmatig op het bedrijf [B] aanwezig was. Het hof concludeert mede op basis van tapgesprekken dat medeverdachte [betrokkene 2] en verdachte de bedrijven runden waarbij [betrokkene 2] werd aangestuurd door verdachte. Ook concludeert het hof dat enorme verliezen werden geleden uit de handel met de ingekochte goederen en dat het bedrijf (ik begrijp dat het hof het daarbij heeft over [A] en [B] ) enkel werd gefinancierd door de contante stortingen. Tegen deze vaststellingen en de daarop gebaseerde gevolgtrekkingen worden in cassatie geen klachten geformuleerd.
11. Het hof stelt in de eerste bewijsoverwegingen, onder de kopjes ‘ [A] ’ en ‘ [B] ’, voorts vast dat in (een deel van) de bewezenverklaarde periode in totaal 104 bijschrijvingen hebben plaatsgevonden op de bankrekening van [A] , waarvan 91 bijschrijvingen bestonden uit stortingen van contante geldbedragen voor een totaalbedrag van € 353.035,-. En dat in (een deel van) de bewezenverklaarde periode 49 stortingen van contante geldbedragen hebben plaatsgevonden op de bankrekening van [B] , voor een totaalbedrag van € 164.530,-. Het hof stelt onder het kopje ‘Contante betalingen van facturen’ ook vast dat op de bankrekening van [betrokkene 1] contante geldstortingen hebben plaatsgevonden tot een totaalbedrag van € 46.750,-. Deze bedragen leveren opgeteld het bedrag van € 564.315,- op waar de steller van het middel over spreekt. Dat deze contante geldbedragen op de genoemde drie rekeningen zijn gestort, wordt in cassatie evenmin betwist.
12. Dat al deze stortingen zijn uitgevoerd door medeverdachte [betrokkene 2] , en dat hij dit in opdracht van de verdachte heeft gedaan, baseert het hof op een aantal feiten en omstandigheden. Het hof overweegt in de eerste plaats, onder het kopje ‘Contante stortingen’, dat uit ‘camerabeelden van contante stortingen op de rekening van [A] blijkt dat [betrokkene 2] onder meer op 6 november 2014, 12 november 2014 en 13 november 2014 voornoemde stortingen van contante bedragen steeds feitelijk heeft uitgevoerd’. Dat [betrokkene 2] op 13 november 2014 een contant bedrag van € 6.250,- op de rekening van [A] heeft gestort, heeft het hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden uit bewijsmiddel 8. Dat [betrokkene 2] op 6 november 2014 en op 12 november 2014 bedragen heeft gestort op de bankrekening van [A] heeft het hof kennelijk afgeleid en naar het mij voorkomt kunnen afleiden uit de bewijsmiddelen 6 en 7. In beide bewijsmiddelen wordt gesproken over een storting op de bankrekening van [A] en over een herkenning van medeverdachte [betrokkene 2] op door de ING Bank verstrekte camerabeelden (vgl. in dat verband bewijsmiddel 5). Mede in aanmerking genomen dat de rechtbank eveneens had geoordeeld dat medeverdachte [betrokkene 2] op de genoemde drie dagen stortingen op deze bankrekening heeft uitgevoerd en tegen dat oordeel in hoger beroep geen verweer is gevoerd, meen ik dat ook het hof uit deze bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden dat [betrokkene 2] op deze dagen contante geldbedragen heeft gestort. Daaraan doet niet af dat in de bewijsmiddelen 6 en 7 in verband met de herkenning wordt gesproken over de persoon ‘die de contante geldopname doet’.
13. In verband met de betrokkenheid van de verdachte en medeverdachte [betrokkene 2] bij concrete stortingen merk ik ook nog op dat ik, met de steller van het middel, meen dat het hof uit (in het arrest geciteerde tapgesprekken, weergegeven in) bewijsmiddel 12 kennelijk heeft afgeleid en heeft kunnen afleiden dat [betrokkene 2] in opdracht van de verdachte op 15 en 30 januari 2015 bedragen heeft gestort. Ik wijs er in dat verband ook op dat in de tapgesprekken betreffende deze betalingen wordt gesproken over het sturen van een berichtje over geld overmaken, het betalen van rekeningen en het berekenen op een bedrag van $ 24.000,-.
14. Het hof wijst er onder het kopje ‘Contante stortingen’ voorts op dat de stortingen van contante geldbedragen plaatsvonden ‘vlak voordat door de bedrijven [A] en [B] een betaling wordt verricht’. Die samenhang tussen stortingen en betalingen heeft het hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden uit de bewijsmiddelen 3 en 4. In deze processen-verbaal wordt uit een analyse van de bijschrijvingen en afschrijvingen van de bankrekeningen van respectievelijk [A] en [B] afgeleid dat tussen de af- en bijschrijvingen ‘een duidelijke relatie bestaat’ in die zin dat ‘in veel gevallen doelbewust een bedrag wordt gestort om specifieke kosten mee te kunnen betalen’. Daarvan worden telkens drie voorbeelden gegeven. Het hof heeft daarin kennelijk een aanwijzing gezien en kunnen zien dat de stortingen van contante geldbedragen plaatsvonden door medeverdachte [betrokkene 2] en de verdachte, die deze bedrijven ‘runden’.
15. Inzake de rol van de verdachte wijst het hof onder het kopje ‘Contante stortingen’ op tapgesprekken tussen de verdachte en medeverdachte [betrokkene 2] van 13 en 20 november 2014 alsmede 15 en 30 januari 2015. Onder het kopje ‘Bedrijfsvoering’ attendeert het hof nog op (andere) tapgesprekken van 18, 20 en 28 november 2014. Het hof leidt daaruit af dat de verdachte medeverdachte [betrokkene 2] opdrachten gaf dan wel dat hij hem aanstuurde en dat verdachte degene was die leiding gaf aan [A] en [B] . Uit de twee tapgesprekken in januari 2015 blijkt ook expliciet dat de verdachte aan [betrokkene 2] geld gaat geven of heeft gegeven.
16. Het hof vermeldt onder het kopje ‘Contante stortingen’ voorts ‘dat alle stortingen plaatsvinden op dezelfde locatie namelijk [a-straat 1] te Eindhoven, dit is op 800 meter afstand van de woning van [betrokkene 2] ’. Het hof wijst er ook op ‘dat er geen aanwijzingen zijn dat anderen contante stortingen deden’. En het hof attendeert er in de laatste bewijsoverwegingen inzake feit 1 ook nog op ‘dat in de bedrijfsbranche van [A] en [B] stortingen van contante geldbedragen en/of contante geldbedragen ongebruikelijk zijn’. Aanvullende aanwijzingen dat de verdachte beschikte over de contante geldbedragen die door [betrokkene 2] werden gestort, liggen in het geheel van de bewijsvoering besloten, in het bijzonder in de vaststellingen die op de privérekening van de verdachte en zijn partner zien en op de contante betalingen van facturen.
17. Specifiek in verband met de bankrekening van [betrokkene 1] overweegt het hof in de laatste bewijsoverwegingen dat ‘niet aannemelijk is geworden dat [betrokkene 1] enige wetenschap heeft gehad van de contante geldstortingen en andere mutaties op die betreffende bankrekening’ en dat gebleken is dat deze bankrekening ‘niet door [betrokkene 1] privé werd gebruikt, maar uitsluitend ten behoeve van [A] ’ (vgl. in dat verband bewijsmiddel 37). Het hof acht in dat verband redengevend ‘dat [betrokkene 1] heeft verklaard niets geweten te hebben van de stortingen van contante geldbedragen, welke verklaring steun vindt in de omstandigheid dat [betrokkene 2] sinds 11 november 2013 volledig gevolmachtigd was om namens [A] op te treden’.
18. ’s Hofs oordeel dat de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 2] ‘gezamenlijk verantwoordelijk zijn geweest voor alle stortingen van contante geldbedragen, waarbij [betrokkene 2] telkens degene is geweest die de stortingen van contante geldbedragen heeft uitgevoerd en waarbij [verdachte] telkens degene is geweest die de contante gelden daartoe aan [betrokkene 2] ter hand heeft gesteld of doen stellen’ betreft een conclusie van feitelijke aard die de feitenrechter heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vastgesteld. Naar het mij voorkomt is deze conclusie niet onbegrijpelijk. [2] Vereist is niet dat een concrete, specifieke bijdrage van de verdachte aan elk van deze stortingen wordt aangetoond. [3]
19. Ik merk nog op dat geen klachten worden geformuleerd tegen de bewijsvoering van het witwassen van andere contante geldbedragen die onderdeel uitmaken van het bewezenverklaarde totaalbedrag van € 664.783,-.
20. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende formulering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding geven.
21. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De schriftelijke volmacht van mr. Heuvelmans, advocaat, aan een medewerker van de (straf)griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om beroep in cassatie in te stellen houdt niet de verklaring van de advocaat in dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van dat beroep. Uit de cassatieschriftuur blijkt evenwel dat verdachte de steller van het middel bepaaldelijk heeft gevolmachtigd tot indiening en ondertekening van de schriftuur. Dat brengt mee dat de onvolkomen volmacht bij het instellen van het cassatieberoep niet tot niet-ontvankelijkheid in het cassatieberoep leidt (HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3924,
2.Vgl. HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7900,
3.Vgl. in dit verband A-G Hofstee, conclusie voor aan HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:320, randnummer 25.